Contagion

De carrière van Steven Soderbergh begint stilaan
een voorspelbaar, maar daarom nog niet minder fascinerend patroon
te vertonen. De man maakt jaarlijks twee of zelfs drie films,
meestal eigenzinnige, arty projecten, genre ‘Bubble’ of
‘The Girlfriend Experience’. Naar die prenten gaat dan geen kat
kijken, zodat Soderbergh zijn financiële geloofwaardigheid moet
opkrikken met een ‘Ocean’s’-film. En daarna kan hij er weer voor
een jaar of twee, drie tegen. Ditmaal zitten we opnieuw aan het
einde van zo’n cyclus: ‘The Informant’ bracht zijn geld op, maar
niet veel meer, en het ambitieuze tweeluik ‘Che’ was een fysieke en
mentale beproeving voor de regisseur, die bovendien een te taaie
brok bleek voor het grote publiek – de zalen bleven dan ook leeg.
Soderbergh had een hit nodig, en snel. Probleem: na drie keer
voltallig Hollywood op te trommelen voor een ‘Ocean’s’-avontuur,
bleek ook dat vaatje stilaan leeg getapt. Om toch een
publieksvriendelijke prent te maken met duidelijk hitpotentieel,
keert de regisseur zich dan maar tot een beproefd genre (en alweer
tot een roedel steracteurs om u tegen te zeggen): ‘Contagion’ werd
een virusthriller met in de voornaamste rollen (diep ademhalen)
Matt Damon, Laurence Fishburne, Kate Winslet, Marion Cotillard,
Gwyneth Paltrow en Jude Law. En nog meer bekend volk in
cameo’s.

Het verhaal is een klassieker: Gwyneth Paltrow
speelt Beth, die na een zakenreis naar Hong Kong snuffend en
hoestend terug naar huis komt. Wat eerst lijkt op een gewone
verkoudheid, blijkt al gauw het prille begin te zijn van een
wereldwijde epidemie: Beth heeft een ongekend virus opgescharreld
dat zich razendsnel verspreidt en in één van de vier gevallen tot
de dood leidt. Haar man, Mitch (Matt Damon), blijft vertwijfeld
achter. Ondertussen zien we hoe de overheid wanhopig probeert om
een geneesmiddel te vinden. Dokter Ellis Cheever (Laurence
Fishburne) stuurt Erin Mears (Kate Winslet) er op uit om het spoor
van de ziekte te volgen. Het is een race tegen de tijd: iedereen
die besmet is met het virus zal gemiddeld twee andere mensen
besmetten, zodat een simpel rekensommetje leert dat er binnen dit
en drie maanden miljoenen doden kunnen vallen.

In zekere zin kan je zeggen dat Soderbergh hier een
knieval doet voor het grote publiek, om daarmee weer een paar jaar
artistieke vrijheid te kopen voor zijn eigen projecten. De premisse
van ‘Contagion’ hebben we al talloze malen gezien en ook de
eindeloze parade aan grote namen (“Kijk daar, Elliot Gould!”)
suggereert dat de regisseur, koste wat het kost, nog eens volle
zalen wilde lokken. Maar dat is maar een deel van het verhaal. Want
Soderbergh benadert dat klassieke gegeven op een kille, klinische
manier, die veel meer doet denken aan Todd Haynes’ bevreemdende,
symbolische film ‘Safe’, dan aan het oppervlakkige spektakel van
pakweg ‘Outbreak’.

De regisseur en zijn scenarist Scott Z. Burns (die
ook al ‘The Informant’ schreef), gaan voor een relatief
afstandelijke aanpak, waarbij het virus eigenlijk het
hoofdpersonage is. In meer traditionele films zou de
overlevingsstrijd van Matt Damon en zijn gezin centraal komen te
staan. Of we zouden de dokters volgen die een heroïsche strijd
leveren tegen de ziekte, en tussendoor tranerige telefoontjes naar
huis plegen. Hier niet. Soderbergh geeft ons die elementen wel,
maar niet alleen moeten ze naast elkaar een plaatsje vinden, hij
voegt er ook nog eens een resem andere verhaallijnen aan toe. Zo
toont hij hoe massacommunicatie een rol speelt in de pandemie: Jude
Law is een opportunistische blogger die zichzelf schaamteloos
verrijkt door in te spelen op de angst en paranoia van het publiek.
En de filmmakers gaan ook regelmatig een kijkje nemen in andere
hoeken van de wereld: zo zien we hoe in Azië de mensen die lager op
de sociale ladder staan, simpelweg verwaarloosd worden.

Op die manier krijgen we een soort van panoramisch
overzicht van de gevolgen van de epidemie. Soderbergh mikt niet op
sensatie, maar gaat op een haast mathematisch berekende manier te
werk. Wat niet wil zeggen dat er helemaal geen emotie in de film
zit. In tegendeel, er zijn een paar scènes die behoorlijk diep
snijden: enkele momenten met Kate Winslet en een scène, laat in de
film, tussen Matt Damon en zijn dochter, springen er wat dat
betreft meteen uit. Maar Soderbergh stelt die scènes niet centraal:
ze volgen gewoon logisch uit de narratieve drive van zijn
verhaal. Hij gaat de goedkope emomomenten niet opzoeken, en het
gevolg daarvan is dat hij een paar (zij het zeldzame) oprecht
emotionele momentjes weet te vinden.

<p>Een gevolg van die methodische aanpak, is wel dat
niet alle plotlijnen even goed werken. Iedereen die naar
‘Contagion’ gaat kijken, zal er allicht buitenkomen met één
favoriete verhaallijn en één die er wat hem betreft uit had
gemogen. Zelf vond ik dat de gebeurtenissen rond Marion Cotillard
er te veel als een nagedachte werden bij gesleurd: ergens
halverwege verdwijnt haar personage voor meer dan een half uur, om
dan tegen het einde van de film weer tevoorschijn te komen. Ook met
het personage van Jude Law had meer kunnen gedaan worden: de
filmmakers hebben daar een interessant thema te pakken, dat
effectief iets toevoegt aan het genre dat we nog niet zo vaak
eerder hebben gezien, maar uiteindelijk blijft het allemaal een
beetje aan de oppervlakte krabbelen. Dat “iets meer van dit, iets
minder van dat”-effect is ongetwijfeld eigen aan de structuur van
de prent, maar toch.

Los daarvan, weet Soderbergh een oprecht gevoel van
suspense uit te lokken: hoe ver zullen de filmmakers het drijven?
Gaan ze voor een totaal apocalyps-scenario, of zou het allemaal
toch nog meevallen? Met een subtiele cameravoering (opnieuw
afkomstig van de regisseur zelf, onder zijn pseudoniem Peter
Andrews), weet Soderbergh in ieder geval de paranoia behoorlijk op
te drijven. De nadruk wordt constant gelegd op al dan niet besmette
handen die deurklinken vastpakken, in nootjes grabbelen of gewoon
iemand anders aanraken. Zonder er al te ostentatief mee te worden,
zorgt Soderbergh ervoor dat je jezelf bewust wordt van kleine
handelingen die de ziekte kunnen doorgeven.

Soderbergh blijft ondertussen even druk bezig: hij
heeft nog twee films klaarstaan voor een release in de komende
maanden (‘The Last Time I Saw Michael Gregg’ en nog een big
budget-
project, ‘Haywire’). Hij is aan het draaien aan ‘Magic
Mike’. En hij spreekt al jarenlang van ‘Cleo’, een musicalversie
van het ‘Cleopatra’-verhaal met Catherine Zeta-Jones. Van mij mag
hij; zelfs een mindere Soderbergh blijft eindeloos veel
interessanter dan een geslaagde film van de meeste andere
regisseurs. ‘Contagion’ toont de filmmaker in
lichtjes-anarchistische Hollywoodmodus, min of meer vergelijkbaar
met de gedurfde variant op het drugdrama dat hij bricoleerde met
‘Traffic’. Het is vertrouwd, maar toch anders. Traditioneel, maar
met een twist. Meeslepend, maar bevreemdend. Goed, maar geen
meesterwerk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 + 10 =