Luiheid staat niet in het woordenboek van Jeff Tweedy. Songs schrijven is een dagelijks ritueel voor de Wilco-frontman. Niet onlogisch dus dat er vrij snel na het lijvige americana-album Cruel Country (2022) een nieuwe worp is van de band uit Chicago. Cousin – plaat nummer dertien! – nestelt zich op vertrouwde wijze én met zin voor experiment tussen Yankee Hotel Foxtrot (2002) en Sky Blue Sky (2007). Enola vond de aimabele frontman bereid tot wat verklarende woorden.
Let’s Go (So We Can Get Back): koop gerust de autobiografie van Jeff Tweedy voor extra inzichten in meer dan dertig jaar artistieke output van Uncle Tupelo, Wilco en Tweedy. Eind augustus speelde Wilco in een uitverkochte Tivoli in Utrecht en maakte de zanger-gitarist tussen de bedrijven door tijd voor een video call.
Jeff Tweedy: “Tijdens een tour probeer ik me altijd nuttig bezig te houden. Ik lees boeken en ik speel veel gitaar. Heimwee loert altijd wat om de hoek. Maar ik doe dit al zo lang. Ik heb strategieën ontwikkeld om er mee om te gaan. Ik blijf verbonden met het thuisfront. Dat was pakweg dertig jaar geleden, zonder internet en een gsm, niet altijd even evident. Nu wel, gelukkig.”
enola: Wilco lijkt me een heel plichtsbewuste band. De aftrap van jullie huidige tour was op De Lokerse Feesten en jullie repeteerden voorafgaand in De Casino in Sint-Niklaas. Klinkt goed als voorbereiding.
Tweedy: “We spelen graag, hè. Officiële repetities, dat kennen we zo niet. Als er geen optredens op het programma staan, repeteren we niet. Eens we op tournee zijn, repeteren we wel elke dag in de aanloop van de show. We willen altijd beter worden. Dat is ons streefdoel. Ook al weten we dat niet al onze songs tot hun recht komen op een groter festivalpodium. We hebben in onze kleedkamer ook een aparte set-up waar we mee aan de slag kunnen. Dat is onze manier om songs in leven te houden. We spelen die nummers daarom niet altijd live, maar het is goed om om de zoveel tijd ons geheugen eens op te frissen.”
enola: Als je een catalogus hebt die bijna dertig jaar ver reikt, lijkt het me niet simpel om bepaalde nummers opnieuw voor de geest te halen.
Tweedy: “O, dat wordt net gemakkelijker. Veel songs spelen we sowieso niet en andere zijn nu ook weer niet zo moeilijk om opnieuw aan te leren, ook al hebben we ze al lang niet meer gespeeld. We slagen er snel in om opnieuw een goede band met ons oudere werk te creëren.”
enola: Cruel Country, het vorige Wilco-album, dateert van 2022. Voelde je de artistieke noodzaak om er vaart achter te zetten en een jaar later al Cousin uit te brengen?
Tweedy: “Ik schrijf nogal veel songs. Ik heb graag het voorzuitzicht van een nieuwe release. Eens een album er is, ben ik al weer bezig met nieuwe nummers. Ik heb geleerd om me niet te veel te laten afleiden door de manier waarop de wereld reageert op een plaat van Wilco.”
enola: Jullie hebben sinds 2019 gewerkt aan Cousin en de voorbije vier jaar ook getourd en een ander album uitgebracht. Niet verwarrend?
Tweedy: “Ja, toch wel. Dat is ook de reden waarom ik bij Cousin Cate Le Bon betrokken heb voor de productie: om de focus te behouden. Het begon anders allemaal wat te versnipperd te worden. Ik had heel veel songs geschreven die in aanmerking konden komen voor het album. Een handvol daarvan definieerde hoe de plaat zou gaan klinken. Toen we na de pandemie voor het eerst weer bijeenkwamen met de band, was het gemakkelijker om in eerste instantie andere nummers op te nemen. Die songs waren er rijp voor en hebben geleid tot Cruel Country. Daarna kon ik me weer volledig richten op Cousin. Cate was ongelooflijk straf in haar benadering. Ze hielp me mijn gedachten te ordenen en we verloren het scherpe mikpunt van het project niet uit het oog.”
enola: Was je vertrouwd met haar werk?
Tweedy: “Ja, ik ben een grote fan van haar muziek. Ik koester haar album Mug Museum. Net als haar meer recente platen Reward en Pompeii. Cate is one of a kind. Heeft zij een favoriet Wilco-album? Ik weet het niet. Ik heb het haar niet gevraagd.”
enola: Was er bepaald startpunt waarbij ze zei: “O, ik hou van de sfeer van die specifieke Wilco-plaat, laten we van daaruit vertrekken en iets nieuws creëren.”
Tweedy: “Niet echt. We waren op zoek naar het Wilco-album dat we nog niet hadden gemaakt. Ik probeer in het algemeen niet te veel te oordelen over onze muziek, maar Cousin is op een manier misschien verwant met platen die we voorheen hebben uitgebracht. Gelijkaardig, maar niet compleet gelijk. Cousin is onmiskenbaar een Wilco-album. Maar dan anders dan voorgaand werk. Dit is een popplaat, volgens onze definitie van popmuziek: experimenteel en speels. En uniek op muzikaal vlak.”
enola: Cousin eindigt dan ook heel speels en opgewekt met “Meant To Be”, een song met disco-invloeden. Dichter bij ABBA kwam Wilco nog niet.
Tweedy: “Fantastisch. That’s a high compliment in my book.”
Speelse discipline
enola: Hoe anders was de samenwerking met Cate Le Bon in vergelijking met de band met producer Jim O’Rourke destijds?
Tweedy: “Gelijkaardig en toch verschillend. Als we met een producer in zee gaan, zie ik hen niet als buitenstaanders. Het zijn vrienden en mensen waar ik me op mijn gemak bij voel. Vertrouwen is heel belangrijk als je samen aan het creëren bent. Jim is een hands-onengineer in de studio. Hij is ook een begenadigde arrangeur. Cate is vooral een producer die zich buigt over de ideeën, de nummers en de arrangementen. Met apparatuur houdt ze zich minder bezig. Cate en Jim hebben allebei een andere manier van werken. Wat ik waardeer, is dat ze creativiteit zien als een ontdekkingstocht en niet louter als een uitvoering van iets dat je kan.”
enola: Heb je voor jezelf een baseline om de betekenis van songwriting te doorgronden?
Tweedy: “Songs zijn heel erg belangrijk voor me. Ik hou van de dagelijkse output van ideeën, riffs en tekstflaren. Het is een vaste gewoonte. Op mentaal vlak is het heel erg gerustellend om mijn verbeelding doelbewust zijn werk te laten doen en bezig te zijn met songs. Bij mensen die geen muziek maken, hoor ik ook nummers in de manier waarop ze de telefoon opnemen en iemand begroeten. Iedereen stelt zo songachtig gedrag tentoon. Het gaat om veel meer dan alleen maar slogans. Dichte vrienden doen je op een vertrouwde manier op een bepaalde manier voelen. Een song is een goede vriend of een compagnon die er altijd voor je is en weet hoe je je armen om iemand heen moet slaan.”
enola: Je bent een werkpaard en een veelschrijver. Gaat het je zo gemakkelijk af?
Tweedy: “Door voortdurend bezig te zijn, wordt het net eenvoudiger. Zodra je meer stuff hebt gecreëerd, kan je ook een en ander aan de kant leggen en meer objectiviteit aan de dag leggen. Iets kan plots fris in de oren klinken, ook al weet je niet precies wanneer en hoe je iets hebt geschreven. Het gebeurt dat je een potentieel hoort dat je aanvankelijk niet opmerkte. Ik ga niet beweren dat het gemakkelijk is om een song of een album af te werken, maar het zou lastiger zijn mocht ik geen discipline hebben. Discipline heeft een negatieve en rigide connotatie. Maar dat is niet nodig. Discipline kan wél spontaan en speels zijn.”
enola: Ben je een goede song-killer als een idee je niet bevalt of kan je blijven schaven tot het goed zit?
Tweedy: “Ik probeer niet te hard te oordelen over songs. Anders kom je in de buurt van een writer’s block: je schrijft wel, maar je houdt niet van wat je schrijft. En dan kom je vast te zitten. Om dat te vermijden, moet je net aanvaarden dat je misschien wel het slechtste nummer van je leven hebt geschreven. Het is de kunst om dan net door te gaan en erdoor te kijken. The only way through it is forward. Op een bepaald punt stop je wel met te streng te oordelen en verras je jezelf. Een song die eerst nogal stom klinkt, kan evolueren tot een catchy track of een nummer dat iemand, inclusief jezelf, beroert.”
enola: In een interview van enige tijd geleden zei je: “Jongere artiesten wachten op inspiratie, eens je wat ouder bent, begin je gewoon te werken, je wacht niet meer.”
Tweedy: “Ik wou dat ik die quote zelf had bedacht. Het is een uitspraak van een auteur die ik zelf ooit eens ergens had gelezen en me was bijgebleven als iets waarachtigs. Ik heb die woorden herhaald. Er is een bepaalde type artiesten, niet louter jonge mensen, die het schrijfproces te veel mythologiseren. Waardoor ze moeite hebben om te zien hoe eenvoudig het eigenlijk kan zijn. Op een manier is het magie. Maar je moet je vooral gewoon op het pad begeven en niet wachten op een goddelijke ingeving. Er komt niets als je je gitaar of penseel niet in de hand neemt. Als je creëert, ontstaat er altijd iets dat er voorheen nog niet was toen je ’s morgens wakker werd. Dat grootse gevoel koester ik.”

Wensdroom bereikt
enola: Als frontman lijk je me eerder een outsider die op een goede manier nog steeds deel uitmaakt van het circus. Hopelijk komen daar nog enkele decennia bij.
Tweedy: “I hope so, yeah. Bepaalde deuren zullen niet meer opengaan. Sterrendom zal me niet meer te beurt vallen. Ik zal ook nooit meer opnieuw jong zijn. Eigenlijk heb ik me altijd een beetje een buitenstaander gevoeld. Ook vóór Wilco, ten tijde van Uncle Tupelo, maakten we geen deel uit van een scene. Dat heeft ons goed gedaan. Pas na de split van die groep werden we opgepikt door de no depression alt.country scene of hoe het ook heette. (lacht) Toen we dus niet meer bestonden. Het heeft ons geholpen om met Wilco een eigen, langdurig verhaal te schrijven zonder te veel gelinkt te worden aan andere bands.”
enola: Met welke instelling heb je Wilco opgericht in 1994? Met volle hoop dat de band nu nog zou bestaan?
Tweedy: “Eerlijk gezegd wel. Die wensdroom was er. Een tekst op de nieuwe plaat gaat daar ook over: “Strange as that seems / I’ve outlived my dreams.” Dankzij Uncle Tupelo had ik al mijn droom gerealiseerd. We hadden een platendeal, er waren concerten en we reden met ons busje naar de shows. Allemaal heel erg bevredigend. Ik heb niet veel meer nodig om gelukkig te zijn op een artistiek en creatief niveau. Als het over geld gaat, kan het altijd slechter of beter, whatever, maar de pure kern van goede ervaringen is de pure essentie. Daar zal ik altijd naar blijven veranderen. Als mensen me vragen wat ik wil bereiken, zeg ik dat ik mijn manier van leven wil verderzetten. Ik wil daar goed in zijn en er nog beter in worden. Toen Uncle Tupelo er destijds mee kapte, dacht ik meteen: hoe kan ik deze levenstijl behouden? Ik wilde absoluut verder doen.”
enola: Kan je een leven inbeelden zonder Wilco?
Tweedy: “Misschien wel. Moeilijk te zeggen. De groep bestaat al zo lang. Mensen zijn gekomen en gegaan, de line-up is veranderd doorheen de jaren, dat soort dingen. Ik heb al ervaren dat dingen kunnen veranderen, ook al had je het gevoel dat niets zou veranderen. Dat brengt goede en minder goede zaken met zich mee. Veranderingen kunnen groei ten goede komen. Ik ben vergroeid met de band, maar door ervaringen uit het verleden kan ik me ook een leven zonder Wilco voorstellen. Een leven zonder muziek kan ik me echter niet inbeelden. Vandaar ook mijn soloplaten.”
enola: De line-up van Wilco is onveranderd sinds 2004. Zou Cousin ook een soloalbum kunnen zijn? Je schreef namelijk alle songs.
Tweedy: “Nee. Cousin voelt echt aan als een Wilco-album. Mijn soloplaten zijn tekstueel veel directer. It’s not a band, it’s my name. Dat geeft me de net kans om bijvoorbeeld iets concreter te schrijven over mijn vrouw en familie. Onderwerpen die niet altijd passen bij de energie van een zeskoppige band.”
enola: Wilco was ooit de backing band van Daniel Johnston. Een vreemde ervaring?
Tweedy: “Het was hartverscheurend. Hij was er niet helemaal bij. Hij dacht op een bepaald moment dat hij met Pink Floyd aan het spelen was. Hij leek soms niet echt aanwezig in zijn eigen leven. Hij was beschadigd en zijn timing was nogal los. De samenwerking was een uitdaging, maar ik ben er trots op. Zijn muziek heeft een invloed op me gehad. Ik was een fan omdat ik mezelf herkende in zijn muziek.”
enola: Kan je begrijpen dat je zelf ook een invloed kan zijn voor anderen?
Tweedy: “Ik heb al mogen ervaren dat songs een eigen leven zijn gaan leiden. Mensen zeggen me soms heel sereen dat ze onze muziek een warm hart toedragen. Zoiets kan je niet plannen. Als je iets de wereld instuurt, hoop je vooral dat het ook anderen inspireert om iets te maken. En hopelijk kunnen ze er hun brood mee verdienen.”
enola: De muziek van Wilco duikt op in de serie The Bear. Ben je verwonderd als je nummers op die manier een nieuw leven krijgen?
Tweedy: “Het is flatterend. De serie heeft ervoor gezorgd dat een nieuw publiek ons nu ontdekt heeft. En dat is cool. Ik las recent nog een artikel op een blog van iemand uit mijn streek. Een lang epistel over het feit dat ze dankzij The Bear een lokale band had leren kennen waar ze voorheen nog nooit van had gehoord. Heel erg lief en schattig. Door de serie dook ze een konijnenhol in en kocht ze al onze platen. Daar zit ze nu, met al die songs (lacht).”



