Puzzle Muteson :: En Garde

Debuteren bij het exclusieve muzikale vriendenclubje Bedroom Community is vrij ongewoon. Dat label brengt immers jaarlijks slechts een handvol platen uit, doorgaans enkel van de vier artiesten die de kern van het label uitmaken, en is sinds haar ontstaan meer en meer bekend gaan staan als een kwaliteitslabel in het neoklassieke genre.

De jonge Britse singer-songwriter Terry Magson, oftewel Puzzle Muteson, die zijn debuutplaat En Garde recent uitbracht op dat label, mag dan ook trots zijn, want na Daniel Bjarnasson is hij zelfs de eerste artiest die zonder enige noemenswaardige bekendheid op het label mag debuteren. Het feit dat hij daarbij de hulp kreeg van Nico Muhly (arrangementen) en Valgeir Sigurdsson (productie) zorgt ervoor dat zijn melancholische luisterliedjes plots heel wat meer zeggingskracht krijgen. In essentie doet Muteson immers niets vernieuwends en zitten zijn songs ongeveer in dezelfde hoek als pakweg Damien Rice, met wiens stem die van Muteson ook wel wat gelijkenissen vertoont.

Net om die reden is de echte ster van de plaat niet Puzzle Muteson, maar het duo Muhly en Sigurdsson, die met hun arrangementen en productie de show volledig stelen. Een goed voorbeeld daarvan is de titeltrack, waarin het stuwende strijkers- en percussie-arrangement van Muhly de ingehouden spanning en de uiteindelijke ontlading van de track niet enkel extra in de verf zet, maar eigenlijk zelfs volledig stuurt. Ook de nostalgische openingstrack “I Was Once A Horse” bloeit dankzij de rijke doch subtiele versieringen van Muhly prachtig open. Wanneer Muteson als een mantra de frase “someday / come back / home” herhaalt, laat Muhly een klein blazersensemble aanrukken dat lange noten speelt als ware het aan- en wegrollende golven.

Een hoogtepunt is “Keyhole”, dat gekenmerkt wordt door een meer gesofisticeerd tokkelpatroon dan de andere nummers, wat het tot de uitschieter in Mutesons eigen songschrijven maakt. Het dieptepunt valt dan weer te beleven in de daaropvolgende track “Perspex Disguise” dat klinkt als een veredeld kampvuurlied, waarbij de brokken enkel door Muhly’s ijle arrangement kunnen gelijmd worden. Muhly verdient daarvoor absoluut een pluim, omdat hij weet te verhullen dat dit eigenlijk een enorm doordeweekse song is.

Het is dan ook maar de vraag in welke mate En Garde indruk had kunnen maken zonder de assistentie van Muhly en Sigurdsson. In zekere zin speelt Bedroom Community een oneerlijk spel door een nieuwe artiest aan te brengen wiens grootste sterkte erin lijkt te liggen dat hij de juiste vrienden heeft die zijn muziek boven de middelmaat kunnen laten uitstijgen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld bij Scott Matthew, spelen de arrangementen en de productie hier immers geen secundaire rol ten opzichte van de songs, maar overheersen ze de gehele klankvorming. Dat zorgt dan wel voor een plaat die erg af en mooi klinkt, maar het ware misschien eerlijker geweest ten opzichte van Puzzle Muteson om de arrangementen wat meer in het gareel te houden en de man zichzelf meer te laten bewijzen.

In die zin is de cover van En Garde bijzonder toepasselijk. Muteson staat daar immers afgebeeld in het schoeisel van een schermer, terwijl ook Mutesons songs als het ware een harnas van arrangementen hebben meegekregen, waardoor het moeilijk is om de originele waarde van de songs in te schatten. En Garde is best een goede plaat, en er staan enkele bijzonder mooie momenten op, maar of de plaat ook zonder alle muzikale vernis de moeite was geweest, moeten we voorlopig in het midden laten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − 14 =