Cansei de Ser Sexy :: La Liberacion

Productief is het in Sao Paulo gecenterde Cansei de Ser Sexy –
of kortweg: CSS – allerminst. Na het door Sub Pop opgenomen
titelloze debuut, de moeilijke tweede ‘Donkey’ en acht jaar
carrière, staat hun teller nu pas op drie. Met ‘La Libéracion’
probeert het tussen elektro en indie zwevende offensief zich een
weg te zoeken in wat men noemt: de identiteitscrisis. Logisch, als
je weet dat hun naam is voortgekomen uit een citaat van Beyoncé (vertaald: “Ik
ben het beu om sexy te zijn”) en in hun titels odes worden gebracht
aan Death From
Above 1979
en – sarcastisch, of niet – Paris Hilton.

Het moet een maand geleden zijn wanneer het vijftal uit het
niets een nieuwe single de wereld instuurde. ‘Hit Me Like A Rock’
werd en is wat volgens zangeres Lovefoxxx een nummer met een
natuurlijke kracht is. Op een persconferentie zei ze zelfs dat,
wanneer het nummer na lange tijd weer je revue passeert, er een
kracht ontstaat dat muziek echt fysiek maakt. Onwerkelijker is het
feit dat Bobby Gillespie, frontman van het Britse Primal Scream,
zijn talenten ontleent aan het voorproefje van voorheen.

Het is al langer duidelijk dat hun muziek catchy, zo
niet een guilty pleasure is. Hun geluid flirt tussen een
grens van extremen. Eén waar enerzijds tekstueel de spot wordt
gedreven, zoals het drietal van The Lonely Island dat doet. En
anderzijds muzikaal, met een overaanbod aan door elkaar dansende
beats en gillende popstemmen. Maar waar ze in hun eerste twee
platen de balans enigszins nog in evenwicht weten te houden,
springen ze met ‘La Libéracion’ een brug te ver. En eigenlijk loopt
het al verkeerd bij het eerste nummer van het album. ‘I Love You’
is niet meer dan een afkooksel van hun grootste succes ‘Alala’,
waar het diepe vervangen wordt door het hoge. Soortgelijke verhalen
kunnen er gerust opgehangen worden voor ‘You Could Have It
All’.

De muziek die ze telkens afleveren, moet kwalitatief zeker niet
onder doen voor wat ze voorheen deden. Al hebben ze zichzelf vanaf
hun debuut een hak gezet door een repetitieve factor aan hun muziek
toe te voegen. En waar anderen hun sound doorheen de jaren laten
veranderen, blijft Cansei de Ser Sexy hokvast. Dat het vervolgens
verzadigd overkomt, is niets anders dan het respecteren van de
logica. Het is een soortgelijk probleem waar alle synthpopbands
indertijd tegenaan gelopen zijn. Het instrumentarium mag dan
beperkter zijn, toch zou het niet aan creativiteit moeten inbinden,
integendeel.

Anderzijds moeten we ook bekennen dat er wel veelbelovende
nummers op het album staan. Met ‘City Girl’ word je meegesleurd
naar één of andere obscure Braziliaanse club, waar obscuur staat
voor eigenzinnigheid. En ook titeltrack ‘La Libéracion’ – en ja, we
vallen in herhaling, maar dat is hun muziek anders ook – bezit de
natuurlijke kracht die Lovefoxxx zo eigenzinnig wist te omschrijven
voor en over ‘Beat It Like A Rock’.

Hun identiteitscrisis loodst de band vooral richting een
popgeluid. Het brengt Cansei de Ser Sexy terug naar waar het voor
hen allemaal begon. Tijden waar ze stiekem naar Beyoncé zaten te
luisteren en haar Portugese uitspraken zo belachelijk vonden dat ze
er maar hun bandnaam van maakten. Al is het allesbehalve een
schande, Beyoncés optreden op Glastonbury gelovend. Exclusief de
Destiny’s Child hymnes, dan.

Dat alle nummers van Cansei de Ser Sexy een indertijd ongeziene
kracht hebben, mag algemeen geweten zijn. Enkel moet het
totaalpakket een krachtige duw in de goede – eerder: vernieuwende –
richting krijgen. Op de manier waarop ze nu werken, vergeten ze de
effectieve bedoelingen van wat een album (theoretisch) hoort te
zijn: één samenhangend verhaal. En als er al een bindmiddel zou
zijn, moeten het de afkooksels zijn. Ja, ze zouden zich beter
specialiseren in kortverhalen. Want een EP krijgen ze gemakkelijk
gevuld. En hoe!

http://www.canseidesersexy.com

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − 10 =