Too Noisy Fish :: Fast Easy Sick

2011 is een prima jaar om nieuwe Belgische jazz met punch te ontdekken. Hoewel het nog wachten is op nieuw werk van De Beren Gieren en het debuut van het Nathan Daems Quintet, hebben die bands al bewezen aardig wat in huis te hebben. Idem voor Hamster Axis Of The One-Click Panther, dat sterk debuteerde met Small Zoo. Too Noisy Fish – iets minder jong, maar al even nieuw – sluit aan bij dat rijtje en legt de lat meteen hoog.

Maar wat wil je ook, als je met pianist Peter Vandenberghe, bassist Kristof Roseeuw en drummer Teun Verbruggen kerels in huis haalt die je gerust tot de zwaargewichten van onze jazz mag rekenen, figuren die zich zowel binnen traditionele als meer experimentele context als een, euh, vis in het water voelen en al bewezen hebben dat ze het rumoer dat hun muziek vergezelt ook nog eens kunnen rechtvaardigen. Ze verdienden elk ook al hun sporen bij Flat Earth Society, het doorgeslagen balorkest van Peter Vermeersch. Met die band hebben ze alleszins al het gevoel voor humor gemeen, relativerend en absurd tegelijk, wat je ziet terugkomen in de geinige titels, maar ook in de energie, de contrastwerkingen en de onalledaagse ideeën, zoals de chaotisch binnenvallende drums in de fijnzinnige intro van opener “13 Potatoes”.

Er wordt bij momenten erg virtuoos gespeeld met contrasten en dynamiek, maar dat gebeurt zelden met een gratuit postmoderne aanpak waarbij alles in het teken staat van collagetactieken of goedkope schokeffecten. Too Noisy Fish baant zich een weg door Vandenberghe’s composities met flair en karakter, nu eens uitgesproken hedendaags (zoals met het gebruik van de elektronica in “There’s Lots Of Us”, en elders) en dan weer schatplichtig aan de traditie (“Fish That Sing Can’t Swim” gaat lekker ouderwets van start), of de rock-‘n-roll, door het aanwenden van een zesde versnelling (het baldadige “Curly Wurly, Napoleon” is jazz met kloten zoals je het niet al te vaak hoort) en de korte songlengtes. Dat je de helft van de songs hier krijgt binnengelepeld binnen de vier minuten zorgt ervoor dat de aandacht amper verslapt.

Aan hoogtepunten binnen deze elf composities geen gebrek: het begin en einde van “13 Potatoes” worden uit elkaar geduwd door potig en groovy samenspel met hier en daar wat reggae-elementen, waarbij elk van de leden volop de kans krijgt om wat troeven op tafel te werpen. De composities zijn voornamelijk van de hand van Vandenberghe, maar dit is een op en top trioplaat, die niet enkel de veelzijdigheid van de pianist laat horen (soms met een exuberantie die aan Byard doet denken), maar ook de stuwende kracht van Roseeuw, die ook een paar keer uitblinkt met de strijkstok, en Verbruggen, die er steeds beter op lijkt te worden, driftig spelend met ritmes en kleurend, soms immens opzwepend en dan weer een en al discipline.

“Amen Yourself / Ultratonic”, ergens in het niemandsland tussen hectische triojazz en drum ‘n’ bass, zal voor velen een uitschieter zijn, en terecht. Wat de band hier laat horen is heel erg straf: gejaagde ritmes, slim gebruik van elektronica, voorzien van een motherfucker van een schwung. Let vooral op Verbruggen hier, want hij drumt zoals Al Jackson dat zou doen als hij in de entourage van Goldie gezeten had. De kleur, souplesse en overdonderende hechtheid zijn zo sterk dat je gerust zou geloven knallers uit de New Yorkse scene rond Zorn aan het werk te horen, als pakweg Jamie Saft, Trevor Dunn en Joey Baron. Eenzelfde vuur krijg je ook even in het prima getitelde “Sick Jazz”, dat ook al schatplichtig lijkt aan de achtervolgingsmanie die je al van FES kent en z’n weg baant tussen hoekig pianospel en een op dreef ratelende ritmesectie die zich te buiten gaat aan spontane molestatie.

En zo zwiert de band van ingetogen/subtiel naar funky en speels tot excentriek en terug. Opmerkelijk is ook het slotduo, met eerst een erg geslaagde cover van QOTSA’s “The Sky Is Falling” (let op de donderende piano en hoe Roseeuw de zangpartijen voor z’n rekening neemt met de strijkstok) en afsluiter “Latin Laundry”, een lepe brok exotica waarvan je zo zou geloven dat het ingespeeld werd door een gereduceerd Bar Kokhba. Straffe vergelijking misschien, maar terecht. Kortom: Too Noisy Fish is een trio dat moeiteloos de verwachtingen inlost. Geen idee of ze het zelf zien als een tijdelijk of een langetermijnproject, maar Fast Easy Sick is alleszins al een voltreffer van een debuut. Vette plaat!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien + 19 =