DOUR 2011 :: Suede, zaterdag 16 juli, The Last Arena

Toegegeven: we hadden het ons helemaal anders voorgesteld. Het had een triomf moeten zijn voor Suede, deze headlinespot op Dour. Het werd een gevecht waarin alles tegenzat, maar de groep geen krimp gaf. Met een kanonnade aan hits werd zo voor de overwinning gevochten dat je spontaan die regen en die natte voeten vergat.

Het moet zowat de meest ondankbare spot van het weekend zijn geweest, die spot op het hoofdpodium, net nadat een nationale drash de weide in een modderpoel heeft herschapen en iedereen meer bezorgd is om zijn eigen heil en dat van zijn tent op de camping. Op een portie glamrock zit niemand behalve de verstokte fan te wachten, maar de groep doet wat elke groep zou moeten doen: zich mee in het water storten en sans commentaire de ene hit na de andere afleveren.

Even lijkt het niet goed te zitten. “She” opent flauw en halfslachtig, waar dat in normale omstandigheden een binnenkomer van jewelste kan zijn, maar de band riposteert krachtig door meteen hitsingle “Trash” in de strijd te werpen. “Animal Nitrate” — het gevoel van jong zijn samengebald in een drie minuten durende popsong en een geweldige gitaarsolo — volgt al even snel. Suede kan dat, zijn grootste knallers meteen lossen; er is immers nog genoeg voorhanden.

Geen superdeluxe lichtshow, geen groots decor zoals bij Pulp gisteren; hier telt enkel de song, en niets meer dan de song. En die zijn vandaag van Empire State Buildingniveau. Het statige “By The Sea” wordt door Brett Anderson kristalhelder gezongen en de stampende glamrockmonsters “Filmstar” en “Killing Of A Flashboy” — een B-kantje dat de hitsingles naar de kroon kan steken — blazen over de wei met de overtuiging dat het alles of niets is.

Geen woord krijgen we ondertussen. Het ene nummer volgt het andere op, maar de tekenen van sympathie zijn duidelijk. En de band schuwt de regen zelf niet. Anderson en gitarist Richard Oakes druipen al snel net zo goed, en laten zich daar weinig aan gelegen. De zanger paradeert over de rand van het podium alsof de druppels hem niet kunnen deren en Oakes gaat in “Can’t Get Enough” virtuoos loos zoals alleen de echte gitaristen dat kunnen. De zangstonde “Saturday Night” volgt en het valt op hoe briljant bassist Matt Osman dit eenvoudige ditty levendig houdt.

Na goed een uur houdt Suede het voor bekeken. Geen bisnummers, wel een afsluitend knallend “Beautiful Ones”. Het was hard, het was nat en koud, maar Suede heeft de overwinning op zak: voor het podium staat nog steeds een niet onaardig publiek dat waar kreeg voor zijn geld. Respect, zeg je dan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien + 1 =