Cough to Coffin :: Cough to Coffin

DIY, 2011

‘Cough to Coffin’ is het eerste album van de nieuwe en
gelijknamige groep uit de Antwerpse Noorderkempen – het
niemandsland tussen Antwerpen en Nederland zeg maar. Dat is een
louter geografische aanduiding want hun muziek klinkt allesbehalve
als tweederangs boer’n rock of seksloze kvlv-volksdansmuziek.
Klimatologisch zijn de Kempen meestal de warmste streek van het
land en de zomeravonden zijn er zwoeler dan eender waar in onze
contreien. Dié invloed is meer dan voelbaar op deze negen tracks.
Andere referenties zijn zeker en vast de oude blues, onderstreept
met een cover van Hank Williams.

Toch ís het geen blues die het viertal speelt. Daarvoor is de
muziek te springerig en onvoorspelbaar, soms denk je zelfs onbewust
aan die andere grote meneer: Captain Beefheart. Door de manier
waarop de basgitaar soms erg lekker op de voorgrond ronkt en de
solide drumbeats een jankende, vrij cleane gitaar ondersteunen
heeft het in de meer groovy momenten ook wel wat weg van Morphine, maar dan
zonder sax. Dus ja, behoorlijk wat grote namen toch om zo achteloos
in het rond te strooien. Het zit dan ook allemaal goed in elkaar
bij Cough to Coffin.

De 8 nummertjes (plus een intermezzo) zijn vrij bondig en
gevarieerd en dat maakt een eerste kennismaking alleen maar
aangenamer. Dat ze ook geweldig kunnen jammen of onontdekte
virtuozen zijn kunnen we later eventueel nog wel appreciëren, nu
willen we vooral voelen dat ze ons bij de kloten kunnen pakken.
Niet dat er iets aan te merken valt op het spel, integendeel, het
simpele is bedrieglijk, het complexe functioneel. Neem nu die
achtergrondkoortjes in ‘Better Hide’ en ‘King Weasel’ of de erg
efficiënte opbouw van ‘Visions of Deirdre’ met a capella zang,
akoestische gitaren en een erg meeslepend coda.

De gepassioneerde zanger doet algemeen erg veel om de nummers
meeslepend te maken. Zijn stem lijkt soms op het randje van
scheuren of breken te staan zonder echter de melodie uit het oor te
verliezen. Soms is de zang wat té nadrukkelijk aanwezig:
‘Dangerine’ bijvoorbeeld had nóg beter kunnen zijn met wat meer
ademruimte voor de psychedelische tendens van de gitaar. Maar goed
over het algemeen, grijpen deze nummers overtuigend naar de
onderbuik.

‘Ramblin’ Man’, de cover van Hank Williams is het langste,
broeierigste en traagste nummer van de cd. De zanger mist misschien
een beetje doorleefdheid in zijn stem, maar een dosis noisy
psychedelica en een bezwerende drumbeat maken er toch een
onweerstaanbaar nummer van. Als voorlaatste nummer zit het trouwens
lekker gepositioneerd tussen twee van de meer recht-door-zee
rockers op de schijf. Zeker afsluiter ‘Chaingang’ heeft met zijn
groovy tempo, vettige riff en meezingrefrein potentieel om zelfs
het hardnekkigste tooghangerspubliek aan het shaken te krijgen. De
a capella slavenzang op het einde is bovendien een fantastische
manier om af te sluiten na een goed halfuurtje weerspannige
bluesrock.

Voor zover ik het begrepen heb, heeft de groep dit debuut zelf
opgenomen in hun repetitieruimte en dat is zeker een succes te
noemen. Uiteraard klinkt het wat ruw, maar dat past goed bij deze
muziek. De instrumenten voelen echter allemaal natuurlijk en vol,
enkel de drums zouden soms wat luider gemogen hebben. Puik werk in
ieder geval, laat ons hopen dat die zelfredzaamheid voor een snelle
opvolger zorgt want dit Cough to Coffin zal niet te vlug uitgehoest
zijn.

http://www.myspace.com/coughtocoffin

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 − een =