Gorki :: Research & Development

Eindelijk! Wat zeggen we? EINDELIJK! Zoveel hoofdletters mogen wel nu Gorki ten langen leste het vuur lijkt te hebben teruggevonden. Op Research & Development horen we een groep die er opnieuw zin in heeft en een Luc De Vos die weer durft zingen.

Zijn we de laatste jaren streng geweest voor Gorki? Ongetwijfeld. Was het ook terecht? Meer dan, vinden we nog steeds. Sinds Vooruitgang uit 2002 — op zich al een soort tijdelijke heropflakkering van het oude vuur — bleek het vet definitief van de soep. Van het makke Plan B (2004) ging het naar het suffe Homo Erectus (2006), om een dieptepunt te bereiken met het zelfs niet eens vermeldenswaardige Voor rijpere jeugd (2008). Luc De Vos leek dus definitief afgeschreven voor de rock-‘n’-roll: tevreden met een langzaam slinkende maar trouwe fanbase, af en toe wat airplay op Radio 1 en wat obligate optredens op festivals uit de derde klasse.

En toen werd het even stil. Het werd 2010, en nog steeds was er geen nieuw Gorki-album, wat verbrak, wat langzamerhand routine leek te zijn geworden. Vorige herfst was er nog wel een solo-EP’tje van Vos, maar dat was het. Van Gorki geen spoor. En dat bleek nu gelukkig reculer pour mieux sauter: Het nieuwe Research & Development laat een voorzichtig herboren Gorki horen, dat zich opnieuw herinnert waar zijn sterktes liggen.

Te weten: de passie waarmee Vos kan zingen, als hij wil, en een band die door dat enthousiasme op sleeptouw kan worden genomen — of het nu in vunzige rock is dan wel ingetogen luisterlied — en met de juiste noten weet te pareren. En dat lukt eindelijk opnieuw, dankzij het vers bloed dat met gitarist Thomas Vanelslander en drummer Bert Huysentruyt gevonden werd.

Het is die jonge garde die de oude op sleeptouw neemt en de songs hun fond geeft. Al kunnen de ouderen er ook nog iets van. Zo is het zonder twijfel aan de tandem Luc De Vos – Eric Van Biesen te danken dat single “Ik reis door de nacht” zo’n vettig riffmonster is, dat op zijn Queens Of The Stone Ages de lagere regionen opzoekt. Vanelslander countert meteen met “Jonge ondernemers” — de Kris Peeterskretologie in zijn blootje gezet — dat met zijn heldere gitaarlijn doet denken aan Ik ben aanwezig (1998); de laatste keer dat Gorki nog eens een essentiële plaat maakte.

Het is na die single — die bij Gorki altijd nog wel te pruimen is — het definitieve signaal dat het goed komt met dat Research & Development. “Jonge ondernemers” sprankelt zoals we dat te lang hebben moeten missen. De bas van Van Biesen stuwt het nummer onweerstaanbaar vooruit, en Vos haalt zijn beste sarcasme boven om de spot echt duidelijk te maken elke keer hij “Er zijn doorgroeimogelijkheden!” zingt. En dat het nog beter kan, bewijst meteen “Ik ben erbij”, met zijn typische Vos-onderwerp — de sociale acceptatie — en aanstekelijke, door strijkers aangedreven refrein “het zijn neuronen in mijn hersencellen”: middelbare schoolkennis tot emotionele waarheid verheven, het is enkel deze man gegeven.

Is dit dan een grote wedergeboorte? Zover gaat het niet. Het verschil zit hem in de nuances. “Sirenen” kon het kleinere zusje van “Veronica komt naar je toe” (van op Voor rijpere jeugd) zijn, maar ergens betekent het tikje bezieling, dat er deze keer wel is, een wereld van verschil: de melodie is net dat ietsje aanstekelijker, de aflevering evenzeer. Inhoudelijk blijft het echter dicht bij de nonsens die van de recente output zo’n lamlendige bedoening maakte. Vos lijkt nog altijd niets steekhoudends, laat staan iets nieuws te melden te hebben; het blijft bij de oude mix van nostalgie en half-leuk bedoelde onzin.

Dat is jammer want wie al eens een interview met de man leest, weet dat hij genoeg zinnige bedenkingen bij de wereld heeft om iets te vertellen te hebben. Op Research & Development krijgen we echter geen “Anders en beter” of “Lang zullen ze leven”, maar niets meer dan de sneer van “Jonge ondernemers” of de rake observatie van de neurotische moderne mens “Ik ben vertrouwd met alle procedures/ik vertoon zelden risicogedrag/Er is niets dat mij nog zal benieuwen/ik ben vrij maar kan ik ooit nog vliegen?” uit “Concorde”. De ideeën lijken er wel te zijn, maar ze schieten alle kanten op en lijken doelbewust vaag gehouden, waar focus op zijn plaats was geweest.

Samengevat: het is een begin, maar nu moet Vos het moment grijpen om zijn verhaal helemaal te vertellen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 + acht =