Mike Watt :: Hyphenated-Man

Het overlijden in 1985 van D. Boon, zanger/gitarist bij de legendarische punkband The Minutemen, was een van de grootste tragedies die de rock-’n-roll ooit overkwam. Boon was immers een echte original die bovendien nog lang niet uitverteld leek. Het beste werk van die band klinkt nog steeds waanzinnig tijdloos en het is slechts gissen naar wat hij nog had kunnen betekenen. Gelukkig leeft de geest van z’n werk en persoonlijkheid voort in het leven van z’n vriend Mike Watt. Dankzij dit album is dat meer dan ooit tevoren het geval.

De makers van We Jam Econo, de documentaire over The Minutemen die in 2005 werd uitgebracht, waren verbijsterd toen ze ontdekten dat Watt niet meer naar opnames van die band had geluisterd sinds het auto-ongeluk dat Boon z’n leven kostte, en dat terwijl al z’n albums aan z’n voormalige partner opgedragen waren en hij diens nalatenschap passioneel bleef verspreiden. De confrontatie met het oudere werk leverde alleszins wat op, want Watt ging een tijd later aan het werk met Boons oude Telecaster om songs te schrijven die duidelijk in die Minutementraditie passen. Een tweede inspiratie voor Hyphenated-Man waren de schilderijen van Hieronymus Bosch.

Watt was geboeid door die kleine, misvormde en surreële figuurtjes die rondlopen in Bosch’ werk en hij zag hun aanwezigheid in die grote gehelen ook een beetje zoals de songs van de Minutemen fungeerden. Die waren soms even ’onbeduidend’ en origineel, maar hoorden ook thuis in een miniaturenketting met een overkoepelende charme. Op Hyphenated-Man worden 30 songs verzameld die hun titel allemaal te danken hebben aan die figuurtjes. Zowel de stijl van de muziek als de songlengtes (30 tracks in 47 minuten, meneer!) doen meer dan eens aan The Minutemen denken.

Het opnameproces nam verrassend veel tijd in beslag. Eerst maakte Watt zelf solodemo’s op gitaar en bezorgde hij ze aan z’n kompanen in The Missingmen, gitarist Tom Watson en drummer Raul Morales. Zij namen de gitaar- en drumpartijen in 2009 op onder de hoede van Tony Maimone (o.m. ex-Pere Ubu). Watts bas en vocalen werden in 2010 opgenomen. Je zou dan kunnen vrezen dat het de plaat ontbreekt aan cohesie, maar dat is allerminst het geval. Hyphenated-Man klinkt sober en gortdroog en Watts performance is bij momenten zo intens dat het haast een livegevoel krijgt.

De stijl is een combinatie van elementen uit de Minutemen-discografie: doorgaans (maar lang niet altijd) gaat het om ultrakorte, vinnige songs die een middenweg zoeken tussen punk, funk en pop en er nog mee weg geraken ook. Op de gitaar zit amper vervorming en de bas klinkt soepel en natuurlijk. Van productiegimmicks is hier geen sprake. Er sluipen nog andere invloeden binnen ("Bird-In-The-Helmet-Man" is een en al bluesy hardrock, met "Thistle-Headed-Man" kunnen ze zo gaan spelen op een retrofestival waar de wietdampen regeren), maar ze worden allemaal verpakt in die onmiskenbare Watt-stijl.

Hyphenated-Man is ondanks z’n avontuurlijke aanpak nog niet zo divers als Double Nickels On The Dime (nog steeds een van de beste dubbelalbums uit de rockgeschiedenis, en afhankelijk van leeftijd en/of voorkeur zit het ergens voor, na of tussen The Beatles en Exile On Main St.) en kent ook niet zo veel hoogtepunten, maar het is een verbluffend kleurrijk geheel. Natuurlijk valt de afwezigheid van D. Boon met z’n kringelende gitaarspel en vol humor en politiek volgestouwde teksten ook niet te vervangen. Aan hoogtepunten alleszins geen gebrek: tien songs ver in de plaat en we hadden er al een stuk of vijf-zes aangekruist.

"Belly-Stabbed Man" had zo uit 1984 kunnen komen, het swingende "Fryingpan-man" wordt gedreven door geweldig bas- en drumspel, "Funnel-Capped-Man" doet wat denken aan de jazzy aanpak van Karate, "Hollowed-Out-Man" moet gewoon een Meat Puppets-eerbetoon zijn en het tweeluik "Hell-Building-Man" en "Man-Shitting-Man", verstopt aan het einde, zorgt voor de meest intense drie minuten op Hyphenated-Man. Het zijn momenten waarop je compleet vergeet dat die songs vaak amper de status van rudimentaire schetsen overstijgen.

Geweldig ook om te zien hoe de bassist/zanger zich nog altijd te buiten kan gaan aan Wattspeak, een onvergelijkbaar taaltje vol vreemde wendingen en neologismen, filosofische en literaire referenties, dat ook al bekend is van z’n onvergelijkbare website/blog. "Swagger swagger / Stagger stagger / Fumble bumble / Stumble tumble / Noggin’ bobbin’ / Bobbin’ noggin’ / Hardened guarded / Shoulder-parted", gaat het in "Shield-Shouldered-Man". Watt is zot, maar ook nog altijd, en dat is veel belangrijker, een echte held, die na Ball-Hog Or Tugboat? (1995), Contemplating The Engine Room (1997) en The Secondman’s Middle Stand (2004) met Hyphenated-Man gezorgd heeft voor een vierde onvergelijkbare hoofdstuk in een prachtige solocarrière.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een + 19 =