Blackfield :: Welcome To My DNA

Als producer bombardeerde Steven Wilson Opeth tot de wereldtop. Met Porcupine Tree reeg het Londense genie de afgelopen twintig jaar de moderne progklassiekers aan elkaar. Muzikale duizendpoot zijnde hield Wilson zich in de tussentijd bezig met zijprojecten als Blackfield. De opnieuw tot leven gewekte samenwerking met de Israëlische popzanger Aviv Geffen levert echter geen geniale plaat op.

Met zijn androgyn uiterlijk doet Geffen eerder denken aan Brian Molko en David Bowie. In zijn thuisland verkoopt de Israëlische Bono — de allures heeft hij alvast — meer platen dan Madonna en Coldplay. Niet toevallig opende hij voor U2 toen hun 360°-Tour Athene aandeed en toerde hij al met Placebo. Het klinkt misschien verwonderlijk dat een experimentele progfreak als Wilson al tien jaar de beste maatjes is met een popvedette, maar beide muzikanten hebben een zwak voor een stevige portie melancholie en keiharde maatschappijkritiek. In tegenstelling tot zijn meer teruggetrokken partner in crime is Geffen in Israël wel een veel besproken anti-establishmenticoon.

Naast The Beatles, U2 en David Bowie (duh!) beschouwt Geffen Pink Floyd en Radiohead als zijn voornaamste invloeden. Maar wil je lang uitgesponnen, atmosferische prog- en artrock horen, dan mag je op je kin kloppen. Blackfield grossiert in melige, soms filmische poprock. Ook op Welcome To My DNA doen klassieke tearjerkers als “Glass House” en “Rising On The Tide” meteen denken aan de zeemzoete ballades van Dream Theater, zeker wanneer Wilson dikke lagen piano, strijkers en licht symfonische rock in de nummers smijt.

Uitgezonderd het stevige “Blood”, dat schommelt tussen oosters geïnspireerde clichérock (oh, wat missen we de drums van Gavin Harrison!) en Wilsons zo geliefde progrock, zijn de nummers erg licht verteerbaar. Het mooi open bloeiende “Dissolving With The Night” is geen afschuwelijk slecht nummer, maar grijpt ons amper bij de keel. Zat het stralende weer er iets voor tussen of is de vroegere Blackfield gewoon beter? We hoopten het eerste, maar na enkele luisterbeurten vrezen we het tweede. In het verleden waren “Pain” en “Hello”, waarin Wilson en Geffen hun voorliefde voor Radiohead niet onder stoelen of banken staken, wél mooie bewijzen van een inspirerende synergie.

Van een Lennon-McCartney-effect is op Welcome To My DNA echter geen sprake meer. Geffen is song en — zucht! — tekstschrijver. Wilson sprong enkel even bij als producer. Misschien kan Geffen er Isräelische pubertjes mee ophitsen, maar wij krijgen spontaan uitslag van zijn schrijnend zwakke teksten. Lees even mee: “Daddy’s on a plane/Soon you’ll meet again/Daddy’s on a plane/That’s what mother said/Like you were waiting” (uit het ronduit zwakke “On The Plane”). Of: “Soon I’ll disappear into the deepest space/I won’t leave a trace (uit “Dissolving With The Night”). En aan de “Fuck you all/Fuck you all/I don’t care/I don’t care anymore, anymore” in “Go To Hell” kan je alleen maar een oncomfortabel gevoel van plaatsvervangende schaamte overhouden.

Het aanstekelijke “Waving” en het aan Pink Floyd refererende “Oxygen” zouden niet misstaan in de discografie van Porcupine Tree, naast dromerige en fragiele ballades als “Lazarus” en “Trains”. De kabbelende gitaren, het arsenaal aan mellotrongeluiden en Wilsons serene stem ademen een rustig, mysterieus sfeertje uit, maar meer ook niet. Beide nummers zijn de enige die er echt bovenuit steken, en daarmee is alles gezegd.

Welcome To My DNA kent erg weinig diepgang. Geen van de elf cheesy nummers, waarvan Geffen ongetwijfeld blindelings honderden kopieën kan schrijven, is een onderscheiding waard. En Wilson? Die kneep er even tussenuit en mag opnieuw het heft in eigen handen nemen. Een herkansing volgt later, met zijn tweede soloplaat en langverwachte samenwerking met Opeth’ Mikael Akerfeldt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien − 8 =