Liturgy :: Aesthethica

De bakken kritiek die Liturgy al mocht ontvangen (en ongetwijfeld nog te wachten staat) vanuit de metalgemeenschap had doorgaans alles te maken met niet ingeloste verwachtingen en was vergelijkbaar met de emmers stront die Black Flag over zich heen kreeg toen snelheid ingeruild werd voor slepende Sabbathpassages en Entombed begin jaren negentig z’n klassieke death metal liet voor wat het was. Dadoedetochnie! Maar net daar gebeuren soms de boeiendste dingen en Liturgy heeft met Aesthethica een uitstekende plaat gemaakt die een resem genreconventies met verve aan z’n laars lapt.

Wat de band zo bijzonder maakt, is dat hij met één been in de black metal staat. En dat terwijl half conformisme in dat wereldje niet echt geapprecieerd wordt. Het kent wel z’n buitenbeentjes, maar als je pakweg tien basisingrediënten hebt die samen ‘traditionele’ black metal vormen, dan zal je doorgaans wel zeven of acht elementen terugvinden. Niet zo bij Liturgy: ze hebben de blast beats, de tremologitaren en het gekrijs, maar de corpse paint en andere carnavalattributen blijven achterwege, net als de deprimerende teksten, donkerromantische albumhoezen en wat voorspelbare sound. Dat maakt hen voor sommigen poseurs, Brooklyn hipsters die het genre een beetje in de zeik zetten en de tweede black metalband, na Wolves In The Throne Room, die vermoedelijk meer fans buiten de scene dan erbinnen heeft.

Dan ga je natuurlijk wel voorbij aan het feit dat black metal altijd wel heeft aangeslagen bij een flank van de experimentele garde — dat moet wel, als Thurston Moore al een verwoed verzamelaar blijkt te zijn. Het fijne bij Liturgy is dat ze die klassieke black metalelementen heel goed weten te integreren in een esthetiek die net zo veel verwantschap lijkt te vertonen met het stedelijke, noise-minimalisme van Glenn Branca en Rhys Chatham als met de afstandelijke no wave of gelaagde gitaarrock van bands als Band Of Susans en Sonic Youth, de onheilsdoom van Swans of pionnen uit de shoegaze-hoek. Vaak lijkt het alsof de werelden van metal en experimentele muziek hier op virtuoze manier in elkaar overvloeien.

Veel heeft daarbij ook te maken met de manier waarop zanger/gitarist Hunter Hunt-Hendrix (geen grap) en de zijnen weten te spelen met textuur. Je hoort hier niet enkel die typisch ratelende, in rondjes draaiende metalriffs, maar een atypisch, ijselijk geluid dat toch een enorme pseudo-chaotische drive aan de muziek kan geven. Maar er wordt ook gespeeld met stemmen (“Glass Earth”, de aanloop van “True Will”), synthetische geluiden (“Helix Skull”), hypnotiserende stukken die aan Indische raga’s doen denken, en tragere tempo’s (de verpulverende instrumental “Veins Of God”), die nu en dan voor een mooie afwisseling zorgen.

Eerlijk is eerlijk: het blijft vooral ook bij een afwisseling, want de plaat wordt gedomineerd door ziedende, denderende passages met onwaarschijnlijk strak roffelende drums en withete gitaarlijnen, die iets gemeen hebben met de klassieke crescendopassages met glasstructuren die veel postrockbands inlassen in hun concertfinales. Het is de wall of sound-aanpak, en die is vermoeiend, héél vermoeiend, maar zelden hoorden we een plaat die zo jubelend en triomfantelijk klonk. De band noemt het zelf ‘transcendental black metal’ (Hunt-Hendrix schreef er zelfs een 60 pagina’s tellend pamflet over dat online gekocht kan worden) en het duurt niet lang voor je dat kan vatten. De plaat wordt gevuld door songs die onder invloed van stimulerende drugs op de ballen van hun voeten spurten. “High Gold” en “Tragic Laurel” zijn larger-than-life, uit hun keurslijf barstende lappen herrie die mythische grootsheid lijken te ambiëren.

En toch laten meerdere beluisteringen horen dat er meer gaande is dan aanhoudende extase: in “Sun Of Light” wordt erg inventief gespeeld met dynamiek, instrumentals “Generation” en “Veins Of God” zorgen voor een enorme oplawaai met een stijl die eigenlijk dichter aansluit bij sludge/doom. Sommige stukken gaan dan weer van start met stukken die erg schatplichtig zijn aan de repetitieve muziek en door de eigenzinnige productie (ronduit amateuristisch naar metalmainstreamnnormen, maar op maat van de bandfilosofie) weet het album steeds uit voorspelbaar vaarwater te blijven. Dat heeft Liturgy ook gemeen met pakweg Krallice en Orthrelm, bands met Mick Barr, die de metal ook benadert vanuit avantgarde-hoek.

Met z’n vele verzengende passages en erg lange speelduur (de zeventig minuten is binnen handbereik) is Aesthethica een aardige kluif die zich niet makkelijk laat weghappen, maar het laat wel horen dat zelfs black metal tot iets nieuws kan leiden. Iemand omschreef hen ooit als “the first black metal band that truly embodies the ghosts of New York” en daar valt niks tegenin te brengen. Niks voor de conservatieve black metalfanaat, maar wie een zwak heeft voor bands als Hella, Lightning Bolt of een van bovenvermelde namen, die zou het toch eens moeten proberen.

Liturgy speelt op 12 april in de AB (laatste Domino-avond!) met Sightings en Merzbow, en op 13 april in de Trix, met o.a. Cough en Ludicra.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 2 =