The Psychic Paramount :: II

Instrumentale songs met een zekere spankracht worden naargelang de invalshoek of het meest dominante kenmerk snel onder het label van postrock of shoegaze geplaatst. Wanneer de songs evenwel gepaard gaan met een zekere techniciteit of aparte ritmiek, valt het woordje prog- of mathrock al net zo snel. Dergelijke genrebeschrijvingen leggen echter maar al te vaak een beperking op.

Zo ook voor The Pyschic Paramount, de band die uit de assen van Laddio Bolocko verscheen, en na twee nauwelijks te vinden albums officieel debuteerde met Gamelan Into The Mink Supernatural (2005). Zes jaar later keert het trio terug met II, dat net als het debuut opgebouwd is uit improvisatiestukken waarbij het technisch kunnen nooit primeert op de gebalde kracht die uit de verschillende songs spreekt, en zich net zo min eenvoudig laat definiëren.

Met postrock heeft de band een zeker dwingend karakter gemeen, terwijl de gitaren al "shoegazend" hun weg banen door de songs. De complexere opbouw van de nummers laat dan weer echo’s van mathrock horen, al kan de muziek bezwaarlijk onder een van de voormelde genres geklasseerd worden, daarvoor is het geheel te grillig en te eigenzinnig. Nog belangrijker dan mogelijke genrebenamingen is het feit dat The Psychic Paramount zweert bij improvisatie.

Dat laatste mag opmerkelijk heten maar is ook niet geheel vreemd voor wie de songs analyseert. Zo ontberen de songs een duidelijke opbouw en is er veeleer sprake van een afwisseling van thema’s waarbij drum en gitaar niet altijd op eenzelfde lijn zitten. Deze discrepanties zijn evenwel te klein om te storen en wegen niet op tegen de momenten waarbij de drie muzikanten perfect op elkaar inspelen. "Intro Sp" geld hiervan als een (eerste) treffend voorbeeld.

De song barst open in een monumentale explosie (met een sterrol voor de drukke drums) om daarna over te gaan in een briesende pletwals die naar het einde toe overvloeit in "DDB". Dit tweede nummer neemt een voorzichtigere start, al kan opnieuw de bepalende rol van drummer Jeff Conaway niet ontkend worden. Want waar in het bijzonder gitarist Drew St. Ivany voor lang uitgerekte gitaarpartijen kiest, is het Conoway die middels de drums voor een dynamiek zorgt.

Vormen deze eerste twee songs nog een duidelijk geheel, dan staat "RW" volledig op zichzelf. Meer nog dan bij "DDB" kiest St. Ivany hier voor een mix van de kenmerkende langere gitaarpartijen en kortaangebonden uithalen die netjes corresponderen met het drumwerk van Conoway. "N5" laat in zijn afsluitende minuten de soundscape schitteren, maar niet zonder eerst de beproefde formule uit te testen, een opmerking die ook opgeld maakt voor "N6", een stevig voortdenderend nummer dat de gitaar grandioos laat grommen terwijl de drums achterop lijken te hinken maar weigeren op te geven.

""Isolated" pikt de draad op waar "N6" hem laten liggen heeft (ook hier kan de vraag gesteld worden waarom de song opgedeeld is in twee nummers) en neemt al snel gas terug voor een hortende, stotende aanpak die de weg baant voor het ingenieuze "N5 Coda". De afsluitende song heeft weinig gemeen met zijn bijnanaamgenoot en kiest veel liever voor een ingehouden, jazzy aanpak waarbij een swinggevoel steevast om de hoek loert, zij het verpakt in een rockend jasje.

Op zich verschilt II weinig van het zes jaar oude Gamelan Into The Mink Supernatural; nog steeds klinkt de band als een kruisbestuiving van stijlen met een flinke scheut baldadigheid er doorheen geroerd, maar dat behoort de pret niet te drukken. The Psychic Paramount bewijst immers dat het nog steeds mogelijk is om boeiende instrumentale muziek te maken die zich niet louter tot een club van avant-gardistische fijnproevers of tendentieuze muzieksnobs richt. II bevat voldoende elementen om zowel de "klassieke rockfan" als de experimentele regelneef enkele aangename luistermomenten te bezorgen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee − 1 =