Dustin O’Halloran :: Piano Solos Vol. 2

Reizen brengt vaak de dichter in mensen naar boven. Wie boeken
slechts beschouwt als modieuze objecten met bladzijden waagt zich
al eens aan een stijlfiguur om een landschap te beschrijven,
notoire tv-junks gebruiken de zaklamp van de metaforiek om de
schade van hun gemanipuleerde hersenmassa te overzien en anderen
vertrouwen zinnen toe aan het papier waardoor we snel vijanden van
de poëzie zouden worden. Wanneer Dustin O’Halloran geconfronteerd
werd met de schoonheid van Italië koos hij echter voor een andere
aanpak. Zijn gevoelens, beeldassociaties en rijmen werden
neergeschreven in een dagboek van dromerige pianoklanken dat
iedereen nu kan ervaren. O’Halloran liet de rivier van zijn emoties
uitmonden in zijn vingertoppen en zijn ‘Piano Solos Vol. 2’ bulkt
van de naakte, nostalgische weemoed vol treffende passages en
zonder overbodige uitweidingen. O’Halloran doet geen beroep op het
beschermende deken van muzikaal spierballengerol, waardoor zijn
composities een onweerstaanbare kwetsbaarheid en intimiteit
tentoonspreiden.

Sommigen zullen Dustin O’Halloran misschien kennen als de
mannelijke helft van Devics. Na zijn klassieke opleiding raakte hij
de piano tien jaar niet meer aan vanwege een verhuis naar zijn
vader, maar dit popproject liet zijn liefde voor het instrument
langzaam uit de narcose ontwaken. O’Hallorans vingers begonnen te
kriebelen en een gerestaureerde Zwitserse piano uit de jaren ’30
kreeg de eer om zijn drang tot muzikale expressie in klanken om te
zetten. Op dit tweede deel van zijn ‘Piano Solos’ lijkt het
mechanisme van toetsen, snaren en pedalen een teletijdsmachine in
gang te zetten die ons in het verleden transporteert. Hoewel de bio
spreekt over postmoderne invloeden refereert zijn werk namelijk
eerder aan de nostalgische, romantische eenvoud van Satie, Chopin
en Debussy. Zo laat de man vaak stiltes vallen die harder resoneren
dan de fragiele piano-aanslagen zelf. Het resultaat is een soort
emotionele puurheid waar geen olifantenvel tegen bestand is.

Door de gelijkaardige gemoedsstemming die de hele plaat wordt
aangehouden, is het soms lastig om niet weg te dromen bij de
opussen van O’Halloran. Toch laten deze solo’s zich niet
catalogiseren als achtergrondmuziek. Daarvoor is de stijl te
elegant, de sfeerschepping te filmisch en zijn de composities te
bezield. Zo roept het eenvoudige thema van ‘Opus 22’ het desolate
van een ochtendwandeling langs een mistig meer op, maar straalt
‘Opus 26’ de rusteloosheid en twijfel uit van mentale donderwolken.
De paradox van wonderlijke schoonheid en sluimerende onrust is de
constante op deze plaat. O’Halloran nam zijn partijen helemaal
alleen op, maar zijn isolationisme levert geen zorgeloosheid op. In
‘Opus 38’ gaat hij bijvoorbeeld op in de arcadische pracht van het
landelijke Italië, maar de kraaien cirkelen als onheilsbrengers in
de verte.

Na Maxence
Cyrin
is Dustin O’Halloran de tweede artiest op korte tijd die
de schoonheid van pianomuziek wil overbrengen naar een breder
publiek. Waar de Fransman het hield op verrassende bewerkingen van
dance-classics, legt O’Halloran met zijn eigen composities veel
meer zijn ziel bloot. Wie zich, tussen de wervelwinden van
postpunkgitaren, nerveuze bleeps en drumbreaks, wil laven aan
poëtische verstilling, heeft met ‘Piano Solos Vol. 2’ dan ook goud
in handen. O’Halloran bewijst namelijk dat klassiek getinte muziek
een universele pracht in zich kan dragen waar geen elitarisme tegen
bestand is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 5 =