One Man Army and the Undead Quartet :: The Dark Epic

Massacre, 2011
Suburban

Opvallend, kitscherig, over the top. Woorden die
opkomen bij het zien van de albumcover van ‘The Dark Epic’. Maar
tegelijkertijd is het naast clichématig ergens wel mooi. En dat
blijkt, na de inhoud van de jewelcase te hebben gekeurd,
ook te gelden voor de muziek. Een nummer als ‘Devil’s Harlot’ kan
je bijvoorbeeld maar moeilijk serieus nemen. Zeker als ze die
bitch in enkele kromme rijmpjes de huid vol schelden. Maar
ach, laat dat de pret niet drukken. Achter de façade van een
stoere, satanisch getinte band, zit vooral een muzikaal genie
schuil.

Dat genie en de ‘One Man Army’ uit de groepsnaam is zanger Johan
Lindstrand. Na jarenlang trouwe dienst bij het meer bekende The
Crown werd het tijd voor een eigen geesteskindje. “Wat je zelf
doet, doe je beter” mag dan wel een nobele leuze zijn, in de
praktijk moet een mens soms toegeven dat het niet altijd wil
lukken. ‘The Undead Quartet’ vervolledigde met wisselende bezetting
de groep. En zo ontstaat een oraal hindernissenparcours als
bandnaam dat bijna klinkt als een gimmick. Op die manier een imago
creëren is natuurlijk geen onverstandige zet. Het doet de mannen
opvallen in het overladen Zweedse deathcircuit.

Op de vierde ‘The Dark Epic’ gaan ze trouwens verder dan de pure
death. In vergelijking met de vorige platen klinkt deze een stuk
minder zwaar en slepend. Dat steken we volledig op de inbreng van
een hoop thrashmetalelementen. Zo klinken in de zang naast
deathgrowls ook een serie thrash getinte screams
terug. Instrumentaal zit de basgitaar ver weg gemixt, een golf van
blastbeats buldert op gepaste tijden langs en de gitaar
klinkt vrij melodieus. Die melodie is opvallend meer tot uiting
gekomen dan op vorig werk, maar daar zal niemand rouwig om zijn. De
heren kunnen wel degelijk pakkende melodieën produceren naast alle
geraas. Met de even zware als zuivere productie erbij krijgen we
een overdonderend strak geheel.

De albumopener ‘Stitch’ is hier een mooi voorbeeld van. Pakkend
openen trekt meteen de nodige aandacht. Een beter nummer dan dit
hadden ze niet kunnen kiezen om naar voor te schuiven. De track
klinkt zwaar en aanstekelijk, met een melodieus meezingrefrein.
Niet veel later passeert ‘Inside the Head of God’ de revue, één
lange demonstratie van technisch hoogstaand gitaarspel. Er wordt
geramd op de snaren om dan over te gaan in een rustiger, vervormd
gitaargeluid. Af en toe steekt er een sterke solo de kop op. Enig
minpunt daarbij is dat de solo’s even snel uitsterven als ze
begonnen. De sporadische solo’s in andere nummers lijden aan
dezelfde kinderziekte. Ergens wel spijtig omdat wij toch het gevoel
hebben dat er op dat vlak meer in zat.

Maar kom, voor al wie kritiek uit, luister vooral eens naar het
titelnummer ‘Dark Epic’. Inderdaad een nummer van episch formaat
door een speelduur van acht minuten. Maar vervelen doet het geen
moment, integendeel. De opbouw en climax van dit hoogtepunt zijn
knap uitgewerkt. Begin en einde zijn akoestisch en sfeervol.
Tussenin wordt het vooral instrumentaal gehouden op een klein
spoken word stukje na. Het mid-tempo wordt langzaam
opgedreven tot aan een snelle solo. Deze kluif van een nummer is
een welkome afwisseling om de plaat boeiend en afwisselend te
houden. Spijtig genoeg maakt het ook duidelijk waar het sommige
nummers wat aan ontbreekt: een sterke opbouw. De wisselingen in
tempo of gitaarsolo’s zijn soms zo snel weer weg dat ze de
dreigende eentonigheid niet volledig doorbreken. Best wel jammer,
want de ideeën zijn er. Uiteindelijk is dat slechts een klein
puntje van kritiek. ‘The Dark Epic’ is een krachtige plaat die heel
wat in zijn mars heeft. Met momenten opvallend, kitscherig en
over the top, maar altijd amusant en mooi.

http://www.onemanarmyband.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 − 6 =