Biutiful




‘Amores Perros’, dat was nog eens een beloftevol debuut. Een
asgrauwe, harde milieuschets die haar verhaal chronologisch
verkapte, maar de emotionele kern nooit uit het oog verloor. Samen
met P.T. Anderson en diens opus ‘Magnolia’ wist regisseur Alejandro
González Iñárritu de mozaïekfilm weer in de kijker te zetten aan
het begin van vorig decennium. Alleen spijtig dat hij het nodig
vond om die film daarna nog eens een paar keer te maken. ’21 Grams’
was een aardig, opnieuw loodzwaar en chronologisch verhaspeld
noodlotsdrama, dat evenwel de vergelijking met ‘Amores Perros’ niet
kon doorstaan. En daarna kwam nog het krampachtig multiculturele,
grandioos overschatte ‘Babel’: ‘t was toch weer geen chronologisch
door elkaar gevlochten noodlotsdrama zeker? Hoe ver de ster van
Iñárritu in mijn ogen ook gedaald was, met ‘Biutiful’ gaat ze
definitief kopje onder, en daar kan zelfs een glansprestatie van
Javier Bardem niets aan veranderen.

‘Biutiful’ vertelt het voor een keer rechtlijnige verhaal van de
aan terminale prostaatkanker lijdende Uxbal (Javier Bardem), een
alleenstaande huisvader die de kost probeert te verdienen door
namaakbrol te verkopen en illegale buitenlanders een degelijke job
te bezorgen. Hij bedoelt het goed, maar vreest voor de toekomst van
zijn kinderen Ana (Hanaa Bouchaib) en Mateo (Guillermo Estrella).
In de laatste weken van zijn leven probeert hij dan ook zo goed hij
kan in het reine te komen met zijn omgeving, i.e. vooral zijn
labiele (ex-)vrouw Marambra (Maricel Álvarez) en de arme illegalen
voor wie hij verantwoordelijk is. Goede bedoelingen zijn echter
niet genoeg in een wereld waarin alles vroeg of laat toch in de
shit belandt.

Een eerste aspect waar ‘Biutiful’ zichzelf in de staart bijt, is
het gitzwarte pessimisme van het verhaal – ‘Submarino’ van Thomas
Vinterberg is er niks tegen. Dat neemt soms zo’n ridicule
proporties aan dat het begint te neigen naar het potsierlijke van
‘Precious’. Een beetje het drama-equivalent van een komedie die
vergeleken wordt met de ‘Scary Movie’-nageboorten, al is het
gelukkig nog niet zó erg gesteld met ‘Biutiful’. Alleen lijkt in
Iñárritu’s wereld het leven niets te zijn dan een donkere
aaneenschakeling van armoedige miserie en deprimerende ellende
vooraleer we eindelijk terecht komen waar we ooit allemaal zullen
liggen: in een houten kist, waar de wormen onze ogen zullen
opvreten. Veel nuance hoef je daar niet achter te zoeken. De
lichamelijke aftakeling en onvermijdelijke dood van Uxbal hangen
als het zwaard van Damocles boven de hele film, maar in plaats van
daar dan iets mee te doén – al is het een beklemmende helletocht
zónder thematiek – neemt Iñárritu er genoegen mee zoveel mogelijk
crap uit te storten over zijn personages in de hoop dat de
kijker er toch maar iets bij zou voelen. Of op de kans af dat hij
per ongeluk toch nog iets zinnigs zegt over “het leven”.

Daarbovenop is ‘Biutiful’ gefilmd in vermoeiende
vérité-stijl. Net als in Iñárritu’s vorige films maakt hij
volop gebruik van handheld-camera’s om het stinkende
realisme van het Barcelona dat u niet ziet op de postkaartjes in
beeld te brengen. Op zich is hij een knap filmer, op zijn manier:
ik zal nooit een fan worden van dat shaky naturalisme,
maar als er iemand armtierige kamertjes in groezelige achterbuurten
in beeld kan brengen, dan hij wel. Alleen is het spijtig – en het
is hier dat ‘Biutiful’ ronduit faalt – dat hij zichzelf een hak zet
door in het scenario opzichtig op te bouwen naar een extreem
manipulatieve en door hemeltergende tokkeldeuntjes van Gustavo
Santaolalla (die van dat gitaarmuziekje van ‘Brokeback Mountain’)
opgevrolijkte climax. Langs de ene kant probeert Iñárritu puur
realisme naar voren te schuiven (‘Het Leven Zoals Het Is:
Barcelona’, zoiets), langs de andere kant kan hij het niet laten om
bij elke belangrijke scène wijze van spreken een mand ajuinen onder
de ogen van zijn toeschouwers te houden, want by god,
wenen zal u!

‘Biutiful’ is dus ook een redelijk valse film. Iñárritu
zet de wereld in beeld in de bovenste beste arthouse-traditie,
hamerend op het naturalisme van zijn decors etc, maar is in feite
even opvallend fake en geconstrueerd als een ‘Zot Van A’.
Subtiliteit is ver te zoeken in ‘Biutiful’: als het slecht gaat met
een mens, dan krijgt hij prostaatkanker, en als hij even een
pechdag heeft, vallen er een dubbel dozijn doden. Zo gaat dat nu
eenmaal in arme buurten. In ‘Babel’ en ’21 Grams’ werden de thema’s
nog verwikkeld in de chronologisch verwarde structuur. Nu Iñárritu
het verhaal – voor het eerst zonder scenarist Guillermo Arriaga –
zonder kunstmatige ingrepen vertelt, valt op hoe arm zijn thema’s
eigenlijk wel niet zijn. Het leven suckt en we gaan allemaal dood;
veel meer is het niet. Al probeert hij door de aanwezigheid van
enkele Senegalezen en Chinezen weer krampachtig een
multicultureel-universele boodschap de wereld in te sturen, en
bezingt hij net als Clint Eastwood in ‘Hereafter’ volop de lof van
het “ietsisme,” zoals Dennis het noemde; het geloof dat er – ik
weet niet wat – maar “iets” is na de dood. En gelukkig maar, want
een hiernamaals heb je wel nodig als je passage op aarde je even
hard in de kersen blijft trappen als onze vriend Uxbal – leuke
naam, wel.

Blijft daar natuurlijk nog de schitterende prestatie van Javier
Bardem, die barst van de moegetergde levenswijsheid. Op zijn eentje
kan hij soms de indruk wekken dat het scenario méér is dan een hoop
op elkaar gegooide clichés die u tweeënhalf uur lang een
driedubbele depressie in de maag proberen te spitsen. Driewerf
helaas. De titel ‘Biutiful’ hint nog naar een sprankeltje hoop,
maar het mag niet baten: de wereld volgens Alejandro González
Iñárritu is een lelijke plek, wat ons doet opkijken van de moeite
die Javier Bardem heeft om afscheid te nemen van het leven. Moesten
wij het zijn, wij hadden al jaren geleden naar de strop gegrepen.
“Iets” is nog altijd beter dan niets.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 − 6 =