The White Stripes kappen ermee

Over and out voor The White Stripes, dat is in een notendop de boodschap die Jack White vandaag op de website van de band plaatste. Wat schijnbaar als een donderslag bij heldere hemel komt, is eigenlijk niet zo verwonderlijk. The White Stripes waren op.

Na de kleine (White Blood Cells uit 2001) en grote doorbraak (twee jaar later, met Elephant) waren The White Stripes immers al jaren buiten hun natuurlijk formaat gegroeid. En dat wisten ze zelf maar al te goed. Wat dat betreft klinkt de tekst van Little Room, uit eerstgenoemde plaat, behoorlijk profetisch.

Feit is dat Jack en Meg White een van de meest onwaarschijnlijke bands uit de rockgeschiedenis vormden. Een nozem die in talloze punkbandjes speelde, in het huwelijk trad met een barmeisje uit een plaatselijk café, haar aanmoedigde achter een drumstel te kruipen om vervolgens samen met haar de wereld te veroveren. Om de aandacht niet te fel van de muziek af te leiden, verklaart het koppel doodleuk dat ze broer en zus zijn. Zelfs na de echtscheiding, niet lang na de opnames van tweede plaat De Stijl, wordt het verhaal met uitgestreken gezicht volgehouden.

Op dat ogenblik heeft de wereld echter nog geen benul wie of wat The White Stripes zijn. In hun ongepolijste en aanvankelijk behoorlijk ruwe stijl verbazen Meg en Jack White een langzaam groeiend publiek met iets dat het midden lijkt te houden tussen blues en de in thuisstad Detroit welig tierende punkklanken. Met enkel drum en gitaar wordt eind jaren 90 echter eerder meewarig dan vol bewondering naar het duo gekeken, maar het tij keert als in 2001 single Hotel Yorba verschijnt en de albums een degelijke distributie krijgen.

Samen met The Strokes worden The White Stripes ingehaald als de redders van de gitaarmuziek. Van wie of wat die muziek gered moet worden, is niet helemaal duidelijk, maar het stof wordt weer maar eens van het ingedommeld muzieklandschap geblazen. Twee jaar later ontploft de boel helemaal wanneer Elephant verschijnt en de bijhorende single “Seven Nation Army” er voor zorgt dat voetbalmatchen, scoutsfuiven en andere evenementen waar aan openbare dronkenschap gedaan wordt, nooit meer hetzelfde zullen zijn.

En daarmee is het eigenlijk al om zeep. Niet dat de band plots cool genoeg meer zou zijn, of dat soort nonsensicale praat. Maar waar de White’s in de periode 2001-2002 zowel de ABClub als de Marquee in Werchter in vuur en vlam zetten, moeten ze het twee zomers later plots als headliner op het hoofdpodium van Pukkelpop doen. En wie daar niet op de eerste rijen raakt, moet vaststellen dat de duoformule van de band niet gemaakt is voor een publiek van arenaformaat.

Het duurt niet lang voor de eerste geruchten over een split de kop opsteken wanneer een tournee wordt afgezegd. Meg White blijkt vervolgens met angststoornissen te kampen, Jack zoekt nieuwe uitdagingen bij The Raconteurs, The Dead Weather en met zijn label Third Man en zo lijkt in de tweede helft van het voorbije decennium de band hoe langer hoe meer een geestbestaan te leiden. Met Get Begind Me Satan en Icky Thump werden nog twee meer dan goede platen afgeleverd, maar het voelt allemaal wat onwennig aan. De opwinding die de band aanvankelijk zo meeslepend maakte, is verdwenen.

En dat lijkt ook de hoofdreden te zijn dat Meg en Jack White de handdoek nu in de ring gooien. “To preserve what is beautiful and special about the band and have it stay that way”, zoals het luidt in de verklaring die woensdagavond de wereld werd ingestuurd. Hoe nobel en bewonderenswaardig dat ook is, het neemt niet weg dat het leuk was geweest de band nog een keer in volle intensiteit aan het werk te kunnen zien. In de plaats daarvan zullen we het moeten stellen met het voorlopig in verhoogd tempo opleggen van de zes platen die de band achterlaat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 + 20 =