Matthew Friedberger :: Solos #1 – Napoléonette

Thrill Jockey, 2011

Het is stilaan onvermijdelijk: sommige liefhebbers van onze
Noordelijke lichte muziek moeten het zo wel gehad hebben met
Fiery
Furnaces
, dat familiebedrijf met een duidelijk onbegrip voor
het anti-intellectualisme van onze gezegende samenleving. Misschien
wil men nog wel toegeven dat er in het verleden goede songs van de
band mochten rollen, misschien zelfs een goede plaat of twee (wie
weet zijn sommigen zelfs overgegaan tot het verbuigen van regionaal
stopwoord ‘graaf’ bij de omschrijving van ‘Blueberry Boat‘).

Maar nu even serieus: dat coveren van je eigen plaat nog geen
jaar na diens uitgave, partituren uitbrengen zodat fans een
eigenzinnige poging konden wagen, en dan die optredens waar je met
de beste bedoelingen heen gaat om vast te moeten stellen dat ze hun
eigen songs nóg eens hebben aangepast, wie denken zij voor de gek
te kunnen houden? (En dan ook nog een ‘artistieke’ ruzie uitvechten
met Radiohead
en Beck,
wat!)

Wel, zij die dachten dat Matthew en Eleanor Friedberger zichzelf
niet konden overtreffen, kregen eind vorig jaar een heuse klap te
verduren. Deze wezenloze wereld krijgt er in het kalenderjaar 2011
namelijk flink van langs: maar liefst tien albums gaat de familie
Friedberger op haar conto schrijven. En dat is niet eens het
ergste, beste lezer en voorvechter van de Noordelijke waarden.
Tachtig procent van dit werk (acht albums, voor zij die goed
opgelet hebben) komt op naam van de man, zijnde Matthew
Friedberger. En dat slechts weinigen onder u al die muziek ooit te
horen zullen krijgen, had ik dat al vermeld?

Bon, enige verduidelijking dan maar: ons Mathieu heeft een deal
gesloten met label Thrill Jockey; dit jaar brengt hij zes plus twee
is gelijk aan acht maal zevenhonderdvijftig stukken vinyl uit. Deze
platen worden dan verscheept naar abonnees in de Verenigde Staten,
Canada en ‘de rest van de wereld’, opdat u dus een heel jaar zou
kunnen genieten van nieuwe, versneden stukjes Matthew Friedberger.
Iedere plaat bevat songs geschreven voor stem en één enkel
instrument, gaande van de piano (een van Friedbergers trouwste
huisdieren) tot de harp. De harp. Een heuse kluif dus, die ‘Solos’,
en ‘Napoléonette’ is meteen het eerste bedrijf van deze
marathonzitting.

Slachtoffer van dienst voor ‘Napoléonette’ is de piano, een
instrument dat reeds uitvoerig aan bod kwam in ‘Bitter Tea’ uit
2006. Het is dan ook niet verwonderlijk dat we bij opener ‘Hey
Chief’ een zanglijnondersteunende ruggengraat horen (na een wel erg
virtuoze inleiding) die griezelige gelijkenissen vertoont met ‘In
My Little Thatched Hut’. Het zijn momenten die hoge verwachtingen
inboezemen, en ondanks de onaangename verkeersdrempel die ‘Shirley’
heet, worden deze ook enige tijd ingelost.

De eerste vijf nummers tonen enerzijds een zeer behendige
Friedberger op piano (zo behendig dat ik niet anders kan dan
vermoeden dat er hier en daar wat geprogrammeerd werd), maar ook
zijn typische stijl als liedjesschrijver. Vaak wordt openlijk
geleund op een vast motiefje, terwijl de dichter in Friedberger de
kop op steekt, en hij ritme en taal schitterend met mekaar
verbindt. Toch is de traditionelere song ‘Napoléonette’ het
hoogtepunt van deze reeks (en de plaat in haar totaliteit). Fiery
Furnaces is altijd een sterk verhalend project geweest, ook al is
het voor de luisteraar niet vanzelfsprekend om de rode draad in het
talige labyrint te volgen.

Na de titeltrack zakt het niveau en worden de tekortkomingen van
dit hele concept duidelijk. Matthew Friedberger is geen groot
talent als zanger; zijn mogelijkheden zijn beperkt, en wanneer hij
zich in de tweede helft van ‘Napoléonette’ vooral aan tragere songs
waagt en zijn zang laat primeren, raakt het schip stuurloos, ook al
is de bemanning van goede wil. Het enige lichtpuntje in deze
ongelukkige verzameling is ‘I Had an Old-Fashioned’ vanwege een
leuke afwisseling tussen verscheidene pianoklanken (Friedberger
werkt in het algemeen en ook op deze plaat vaak met ‘geprepareerde’
piano) en het kwajongengezang dat deze man wel ligt. Afsluiter
‘North To…’ verdient ook een pluim; het is een stijlbreuk binnen
het geheel, een kronkelend stukje instrumentale muziek met speelse
inborst.

Het moge duidelijk zijn dat ‘Solos’ gericht is op de fan en
verzamelaar, maar deze eerste plaat weet weldegelijk interesse te
wekken vanwege de uitdaging die het zijn uitvoerder stelt en de
niet onverdienstelijke resultaten. Toch lijkt de kans miniem dat
eender welk uittreksel, ongeacht welk instrument centraal staat, de
komende studioplaat van Fiery Furnaces zal overtreffen. Het is geen
gelijke strijd; de band van de Friedbergers is nu eenmaal gebouwd
rond een passie voor onregelmatigheden, zowel in songstructuren en
-teksten als in het instrumentarium en de klanken die zij
voortbrengt. Of ‘Napoléonette’ uw geld als Europeaan waard is? Vast
niet, maar het kan geen kwaad de vorderingen in deze reeks van
platen te volgen; de kans op een schuchtere jaarplaat is niet
onbestaande.

http://www.thrilljockey.com/catalog/?id=105232

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 + 15 =