Infinite Body :: Carve Out the Face of My God

Post Present Medium, 2010

Niet Brian
Eno
, maar Kyle Parker, een jonge knaap uit het noisemilieu, mag
dit jaar met de prijs ‘ambientplaat van het jaar’ gaan lopen. Waar
experimentele synthesizermuziek vaak valt terug te voeren op een
herkauwing van Duitse jaren ’60-’70-muziek, doet Parkers Infinite
Body méér. Hedendaagse ambient zoals The Field valt te bespeuren,
maar veel meer dan dat horen we hoe Parker zijn eigen, tegelijk
warme en mechanische geluid vindt. Dreigende striemen drone worden
doorprikt met zalvende synthesizerklanken – zoals een wolkendek
waardoor enkele zonnestralen zich een weg weten te glijden – in
deze hoopvolle symfonie in LP-formaat.

Net zoals de muziek van Infinite Body geen “krautrock, pt. 2”
is, begraaft hij zijn melodieën evenmin shoegaze-gewijs
onder een hoop ruis. Integendeel gebruikt hij net zijn
wolkachtige drones in langzame, repetitieve patronen die
geleidelijk openbloeien tot aangrijpende stukken die hier en daar
subtiel ondersteund worden door een streepje piano of wat zachte
elektronica. Hier en daar (aan het begin van ‘On Our Own To Fall
Off’ bijvoorbeeld) zijn nog wel invloeden zoals Cluster & Eno
merkbaar en het is makkelijk om Infinite Body naast
generatiegenoten als Black To Comm of Fennesz te zetten, maar
daarmee doe je afbreuk aan de eigenheid van het geluid dat Parker
hier zorgvuldig heeft uiteengezet.

Neem nu het ijzingwekkende ‘Sunshine’: het is met 7 minuten het
langste nummer van de plaat (nog iets dat Parker goed doet: hij
rekt niet onnodig en levert een zeldzaam compact album van 40
urgente minuten af) en begint met een sirene die door een dichte
mist dreunt, terwijl sudderende ambient wacht op verlossing, op
ademruimte. De atmosfeer is verstikkend (zeker met enkele
mechanische, cirkelzaag-achtige klanken die de mist af en toe komen
openscheuren), tot plots het geluid van de sirene na drie duistere
minuten verstomt, om ruimte te geven voor dat mysterieuze,
striemende geluid. Het nummer klinkt als een jacht en de luisteraar
is het wild. De verre storm broedt nog een kleine vier minuten
verder, wordt langzaam uit het gehoor gewerkt, en vervaagt dan in
het glorieuze ‘Lived On Its Knees’, en vervolgens het zalvende
pianostuk ‘He Runs Without Feet and Holds Without Hands’. Verdorie
een beklemmende ervaring.

Kyle Parker neemt zijn tijd. Hoewel het album kort en bondig is,
laat hij zijn nummers keer op keer openbloeien tot zover dat nodig
is (ook tracks van anderhalve minuten zijn volwaardige delen van
‘Carve Out the Face of My God’, zijn zelfs onmisbare delen van het
geheel) en weet hij het evenwicht te bewaren tussen schoonheid en
duisternis. Een meer louterende ervaring zal u dit jaar allicht
niet tegenkomen.

http://www.myspace.com/pleasenottoday

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − 13 =