Wolf Parade :: Expo 86

Sub Pop, 2010.

Wolf Parade staat dezer dagen vooral bekend als ‘die band
waarvan iedereen nog in andere bands zit’. In 2009 leverden zowel
de Handsome Furs van Dan Boeckner (met ‘Face Control) als Sunset
Rubdown van Spencer Krugg (met ‘Dragonslayer‘) twee
topplaten af, we waren dus ook licht verrast – en zéér blij – dat
er alweer zo snel een album van Wolf Parade op stapel stond. Alas,
eerder deze maand kondigden de Canadezen – amper een half jaar na
de release van ‘Expo 86’ – aan dat de band er voor onbepaalde tijd
mee stopte. Tijd dus om hun mogelijk laatste album eens onder de
loep te nemen.

Al vanaf ‘Apologies for Queen Mary’ hanteren de heren van Wolf
Parade een zeer kenmerkende stijl: schroeiende maar catchy
gitaarriffs, het energieke, nasale stemgeluid van Krugg, subtiele
synths en een positief energieke vibe met een scherp, donker
randje. Hun ‘I Believe in Anything’ behoorde tot de beste nummers
van 2005 en ook ‘At Mount‘ bevatte met
‘California Dreamer’ zo’n anthem.

Daarnaast bundelde elk van hun vorige albums enorm sterke tracks
die zich na enig luisterwerk ontvouwden tot kleine meesterwerkjes,
zonder hierbij afbreuk te doen aan hun eigenheid. ‘Expo 86’ klinkt
meer samenhangend dan elk van hun twee voorgangers, een eigenschap
die meestal positief wordt onthaald. U voelt ons al komen: Wolf
Parade had altijd de sterkte zeer diverse nummers toch dezelfde
stijl mee te geven, maar ze tegelijkertijd met een verschillende
energie over te brengen. De cohesie van hun derde langspeler maakt
die unieke diversificatie in één klap onmogelijk.

Na ‘tig’ luisterbeurten is ‘Little Golden Age’ het enige nummer
waar we (een beetje) wild van worden, al mist het nog steeds de
opwindende energie die bijvoorbeeld ‘This Heart’s On Fire’ en
‘Shine a Light’ zo spannend maakten. ‘What Did My Lover Say (It
Always Had To Go This Way)’ komt nog het dichtst in de buurt van
hun vorige werk, maar ook hier vinden we een steriel gevoel dat we
maar niet van ons af kunnen schudden.

‘Ghost Pressure’ heeft een heerlijk synth-introotje, en ‘Two Men
In Two Tuxedos’ is donkerder en meer rockgetint dan we gewend zijn.
Dat ‘zwaardere’ gevoel hebben we trouwens over de plaat als geheel,
waar een hyperkinetisch jeugdig enthousiasme eerder werd gekoppeld
aan een cynisch kantje vinden wij nog zelden sporen van dat eerste
terug op dit album.

Let wel, Wolf Parade leverde alweer een kwaliteitsplaat af, maar
hun vorige albums lagen ons zeer nauw aan het hart en net als bij
Los
Campesinos!
eerder dit jaar, hebben we ook hier een beetje last
van heimwee naar the old days. Het was allemaal
spannender, meer onbevangen en het kwam minder weloverwogen over.
Gelukkig leggen de mannen het zelf zeer duidelijk uit in ‘Little
Golden Age’: ‘I don’t miss my little golden age, ’cause the body
takes the heart, takes the heart around from place to place/ And
this place still stands, this place remains unchanged/ And you
can’t go back, oh, who would want to anyway’.

Verandering van spijs doet eten, en de leden Wolf Parade tonen
met deze plaat, deze song én hun aangekondigde hiatus aan
dat ze ergens naar evolueren. Of het hen ooit nog tot een nieuw,
gezamenlijk album zal brengen? Wij hopen alvast van wel.

http://www.myspace.com/wolfparade

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 2 =