Swans :: My Father Will Guide Me Up A Rope To The Sky

Deze hadden we niet zien aankomen. Die aanhoudende reüniegekte zou beperkt blijven tot de gewone bands. De geldbehoevenden, de opportunisten, de vervelers. Een nihilistisch collectief als Swans zou zich vast onthouden. Niet dus. En maar goed ook. My Father Will Guide Me Up A Rope To The Sky zet de nalatenschap verder alsof er van een stilte van bijna anderhalf decennium geen sprake was. Ook dit is een ijzingwekkend rondje zwalpen in het gezelschap van Virgilius.

Muzikaal werd de band er subtieler op in zijn bestaan, maar dat is slechts relatief. De ziedende psychopatenaanvallen van de beginjaren werden al redelijk snel ingeruild voor minder agressieve, perverse en ‘gevaarlijke’ muziek, maar dat was slechts een kwestie van gedaanteverwisseling en camouflage. Als de term ‘compromisloos’ op een band van toepassing is, dan is het Swans wel. Michael Gira en de zijnen voeren van meet af aan een slechtzittende koers, eentje waarbij geweld, pijn, haat, walging en aftakeling een hoofdrol bleven spelen. Ook nu straalt de band nog altijd die onmiskenbare wreedheid uit, die afstandelijkheid en die donkerheid. Zelfs in z’n toegankelijke momenten.

Vergelijk Swans met Nick Cave, maar denk het rollenspel, de pose en het behaagzieke weg. Of denk aan Big Black, als die naar Leonard Cohen geluisterd had. Killing Joke, als hij een pact gesloten had met Throbbing Gristle. Of haal Neurosis erbij, maar delete de metal en de primaire brul. Vervang die door een ziekelijk analytische geest die plots wordt overmand door angstwekkende visioenen en waanbeelden vol verontrustende metaforiek. Het is theatraal en geladen, dreigend en atmosferisch, minimalistisch en ronduit bevreemdend. Vanaf “No Words/No Thoughts”, de opener met z’n onheilspellende klokkengeluid, ontspint zich een schrale soundtrack die lelijkheid koppelt aan grandeur en exorcisme aan majestueuze decibelmartelingen.

Ook zonder Jarboe slagen Gira, Westberg, hun collega’s en gasten er in om opnieuw die wereld op poten te zetten, dat Panavisionklankbeeld vol huilende, feedbackende gitaren, oneindige galeienritmes, aanzwengelende percussie en trancepatronen. Die non-stop ambitie om gehoorbeschadiging aan te richten is afgezworen, maar dit album is nooit wat het van ver lijkt. Het korte, countryachtige “Reeling The Liars In” is immers Gira op z’n meest genadeloos, met een belofte van imaginair bloedvergieten die de lijn van Hubert Selby, Jr. naar Dennis Cooper verder zet: “We are reeling the liars in / We are removing their face, collecting their skins / We are reeling the liars in.” Ook de family man gaat zich nog te buiten aan transgressieve horror waarbij lichamen het ontgelden en niets heilig is. Tenzij de angst, want die is alomtegenwoordig.

De withete waanzin van veelzeggende titels als Filth, Cop, Public Castration Is A Good Idea is ingeruild voor de meer ingehouden en gestileerde (sommigen zouden het zelfs classy noemen) stijl van hun latere werk, maar die tandenknarsende intensiteit is een constante gebleven, van het ziekelijk voortstompende “Jim” (een ode aan Jim Thirlwell (Foetus)) en het gierende stompfeest van “My Birth” tot het tweeledige “Inside Madeleine” (zelden hoor je een band zo bedreven spanning opbouwen om het vervolgens opzij te zetten voor een ballad). Swans is een band die zijn eigen koers blijft volgen en een wereld tussen atmosferische doomblues, Gothic sludge en een countrygeïnjecteerde versie van no wave speelt. De industrial is eruit, de stalen borstel wordt nog steeds gebruikt.

Aan hoogtepunten geen gebrek, maar uitschieten gebeurt vooral met het genadeloos hamerende “Eden Prison”, een misselijkmakend intense volksdans vol beelden die rechtstreeks van een moderne William Blake lijken te komen: “The supine wild beast upon the slab / Would gladly rip the throat from God, if only he could reach up to his white ass”. En het kost bitter weinig moeite om je een spektakel voor te stellen waarbij allerlei lichaamsvochten in het rond spetteren. Muziek die bij eerste bijluistering niet bijzonder ‘heavy’ is, maar zorgt voor een loodzware luisterervaring. Het is het terrein waar een onderscheid wordt gemaakt tussen talent en visie, tussen aangeleerde reflexen en de mogelijkheid om vanuit de diepst liggende, meest donkere gedachten een oprechte kunst te scheppen.

Vijfenveertig minuten die de stille jaren compenseren. Swans heeft niets van zijn furie, inventiviteit en koppigheid verloren. Veel valt er hier inderdaad niet te lachen, en als dat toch gebeurt, dan is ook dat voorzien van een ziekelijk trekje: zo is het echt iets voor Micahel Gira om het veelzeggende, met mandolines opgeluisterde “You Fucking People Make Me Sick” te laten inzingen door z’n ontdekking Devendra Banhart en z’n driejarige dochter Saoirse. My Father Will Guide Me Up A Rope To The Sky is ouderwets grimmig, grauw en ongemakkelijk. Het is ook een motherfucker van een oplawaai, eentje die afwisselend bevestigt wat je wist en laat horen waar je amper aan durft te denken. Een monster om van te kotsen, een liefde om te koesteren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf + twee =