Roky Erickson :: 10 december 2010, Trix

Voor het eerst in veertig jaar streek Roky Erickson nog eens neer in Europa, en dat was reden voor een feestje, zo bleek in Trix. De fragiele maar toch krachtige Amerikaan bedankte het uitbundige publiek met een set die vooral teruggreep naar zijn hardrockplaten uit de jaren tachtig.

Het was dan ook een unieke gebeurtenis. Na jaren van druggebruik, gedwongen opname in een psychiatrische instelling, vrijkomen en verder afglijden, gaat het eindelijk wat beter met de 63-jarige rocker die ooit mee aan de wieg stond van de psychedelische rock met zijn groepje 13th Floor Elevators. Een jarenlange rechtszaak leidde er in 2001 toe dat de hulpbehoevende Erickson onder voogdij van zijn broer kwam te staan, die er op toezag dat hij eindelijk de juiste behandeling kreeg voor zijn psychische aandoening. En ook de zin om muziek te maken kwam terug. Met de hulp van Will Sheff en zijn band Okkervil River verscheen dit jaar het puike (het advies is “koop blindelings”) True Love Cast Out All Evil, waarop de gebroken stem van de man de knappe songs een extra laagje gaf. En dit najaar volgde dus ook weer een tour, de eerste reeks optredens buiten de Verenigde Staten in tijden. Een generatie fans die opgegroeid zijn met “You’re Gonna Miss Me”, het enige hitje van 13th Floor Elevators, of met The Evil One zakten maar wat enthousiast af naar Trix.

Ze krijgen waar voor hun geld. Op de setlist is nauwelijks een spoor te bekennen van het meer op americana geënte geluid van de Okkervilsamenwerking. Samen met gitarist Kyle Ellison, drummer Kyle Schneider en bassist John Michael Dayspring grijpt hij vanavond vooral terug naar dat The Evil One uit 1981 waarop geëxperimenteerd werd met een hardrockgeluid en een obsessie met slechte horrorfilms werd gebotvierd.

Wie de songtitels op een rijtje zet, ziet zo deze Roky Erickson Horror Show passeren. En zo klinkt het ook vaak: episch traag en dreigend, als in een doemerig “Night Of The Vampire”, maar vaak ook hevig en opwindend. Dan krijg je snedige rockers als “It’s A Cold Night For Alligators” of het op een stevige riff drijvende hitje “Bloody Hammer” dat het publiek maar al te gretig onthaald. En Erickson? Die blijft er afstandelijk en onhandig bij. Schaarse bindteksten zijn voor Ellison.

Net als bij Daniel Johnston blijft ook bij Erickson die twijfel hangen of hij dit echt wel graag doet. De stem is ook wat minder geworden; iets meer breekbaar, maar de zanger laat het zich niet onderuithalen en haalt het beste uit wat hij nog aan krijs heeft. Het volstaat nog altijd om ook van “Creature With The Atom Brain” een belevenis te maken. Al kan het ook wat zachter. Dan is “Starry Eyes” niets meer dan een fijn onschuldig sixtiespopnummertje met een rafelig randje, of is “The Beast” even heel flauwe bluesrock.

En zo gaat dit optreden met ups and downs. “Don’t Slander me” passeert wat onopgemerkt, maar het al lang luidkeels gesmeekte “Two Headed Dog (Red Temple Prayer)” brengt het publiek ultiem helemaal buiten zinnen. En dan is het tijd voor bissen. Even overleg. Een begin van “I Walk With A Zombie”, maar Erickson bedenkt zich. Een ziedend “You’re Gonna Miss Me” — furieuze garagerock — volgt.

Waarna een “Roky says thank you” van Ellison volgt, en het gedaan is. Een beetje tot onvrede van het publiek dat “I Walk With A Zombie” ook echt had willen horen, maar er helpt geen lievemoederen aan. En eerlijk gezegd: ze moeten niet zeuren. Dat Roky Erickson op deze gezegende leeftijd toch nog eens tot hier is geraakt is al mooi, dat het concert al bij al meer dan degelijk was een bonus. Het zijn kniesoren die nooit tevreden zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × vijf =