Edwyn Collins :: Losing Sleep

Bijgestaan door iedereen die hip en indie is, maakt Edwyn Collins, meer dan vier jaar nadat een tweevoudige hersenbloeding hem bijna fataal werd, een opmerkelijke comeback. Maar wie denkt dat Losing Sleep met een guestlist om U tegen te zeggen, een tribute-plaat is geworden, vergist zich schromelijk. Het is op de eerste plaats een aangrijpend relaas van zijn moeizame herstel geworden.

Om een ingrijpende gebeurtenis als een tweevoudige hersenbloeding wandel je niet zomaar heen, maar de verbetenheid waarmee Collins het thema aansnijdt, slaat een mens toch even met verstomming. Verpakt als catchy retro-pop op de snijlijn tussen punk en Motown, legt opener “Losing Sleep” onmiddellijk al zijn angsten en onzekerheden open en bloot op tafel: “I’m holding on, I’m insecure/About my life, about my work/But now I know the things I hold/Are the things I miss about my life/I’m losing sleep, I’m losing dignity”. Vervolgens schakelt het existentialistische “What Is My Role?” nog een versnelling hoger en meteen wordt duidelijk dat Collins voor Losing Sleep is teruggekeerd naar de punk geïnspireerde rechttoe rechtaan aanpak van Orange Juice.

Die rusteloosheid keert in overtreffende trap terug in “Bored” waarin hij met een stotterend start/stop-ritme alle frustraties over zijn pijnlijke en tergend trage revalidatie opsomt: “Halfway down a mountain side/And bored, so bored”. Maar nooit hengelt Collins naar medelijden of gebruikt hij de gastmuzikanten om te camoufleren wat hij zelf niet meer kan — een verkrampte rechterhand weerhoudt hem er nog steeds van gitaar te spelen. In plaats daarvan maakt hij via monde van Ryan Jarman van The Cribs kenbaar dat hij geen zin heeft om nog energie te verspillen aan het hoog houden van de schijn: “I’d rather be alone/Than with people I don’t know/’Cause I can’t walk in character/I can’t act in any way”.

Zelfs als fellow Scotsmen Alex Kapranos en Nick McCarthy van Franz Ferdinand het refrein van “Do It Again” volstouwen met hun typische “do-do-do-it” blijft het verhaal dat van Collins zelf: “Night by night, day by day/There’s a place I know/I’m gonna stray…/I can do it again/I can do anything, honey/Do do do it again”. Enkel tijdens het ontegensprekelijke hoogtepunt van de plaat, “In Your Eyes”, komt het echt tot een dialoog met de buitenwereld en ontfermt Jonathan Pierce van The Drums zich over een doodvermoeide Edwyn Collins: “And if you want to go/Then I’ll let you go, you don’t have to stay/Sometimes I get tired/And I know you’ve got to find your own way/I see it in the sky/I see it in your eyes”.

Gelukkig wordt zoveel zwaarmoedigheid geregeld gecounterd met een hervonden joie de vivre. Zo is “Come Tomorrow, Come Today” — dat heerlijk dicht tegen “William It Was Really Nothing” aanschurkt — dankzij Johnny Marr vleesgeworden optimisme: “I ain’t lying, no more tears/It’s good to be here, the best of my years/Through the good times and the bad/Never faltered, I’ve faced all my fears”.

Losing Sleep is zeker geen foutloze plaat. Op “It Dawns On Me” gunt Collins Romeo Stodart van The Magic Numbers te veel vrije ruimte waardoor hij zichzelf degradeert tot een gastrol op zijn eigen plaat en met afsluiters “All My Days” en “Searching For The Truth” laat de quality control het even afweten. Maar in al hun mildheid en berusting geven ze wel het broodnodige tegengewicht tegen de grimmigheid die regelmatig de kop op steekt op Losing Sleep.

Het moet van “A Girl Like You” geleden zijn dat Edwyn Collins nog zo veel bijval kreeg. Al maakt hij zich daar geen illusies over. Gevraagd door het Britse Mojo waarom deze plaat zoveel mensen lijkt te beroeren, grapte hij bloedserieus: “Omdat ik een beroerte heb gehad!”. Maar beroerte of geen beroerte, alleen al op basis van zijn track record verdient Edwyn Collins alle erkenning die hij krijgt. Maar in plaats van in het verleden bij de pakken te blijven zitten, heeft hij zijn eigen beperkingen overwonnen en in één beweging de comebackplaat van het jaar gemaakt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × drie =