Bruce Bherman :: Untagged Friends

AKR, 2010.
Bertus

Half Belg, half Brit. Gentenaar die een stevige geut Oostends
zeewater binnenkreeg met de moedermelk. Traditionalist die als geen
ander zijn songs in een modern, eigentijds jasje stopt. Beeldend
kunstenaar die niet alleen veel zorg draagt voor het
artwork van zijn platen, maar ook schildert met woorden en
klanken… Van alle landgenoten die dit jaar met hun nieuwe plaat
de buitenlandse concurrentie het nakijken gaven, is er maar één die
beantwoordt aan bovenstaand profiel en die heet Bruce Bherman.

Vorige maand bracht de goedge(beren)mutste Gentenaar zijn zesde
soloplaat uit. ‘Untagged Friends’ is echter niet zomaar een nieuwe
aflevering geworden in een reeks die in ’99 begon met ‘The
Corridor’,en waar we ook daarna, met ‘The Row’ (’00), ‘The Other/63‘ (’03),
‘Attitudes’ (’06) en ‘Two Boys‘ (’07)
urenlang luisterplezier aan beleefden. Met dit dubbelalbum maakte
hij niet alleen zijn meest evenwichtige, maar ook zijn beste plaat
tot nog toe.

Wie goed een half jaar geleden al ‘Untagged‘ in huis
haalde, zal echter niet verwonderd zijn dat dit een dijk van een cd
is. “Met liefde gemaakt, dat smaakt,” luidde toen onze conclusie,
en tezelfdertijd drukten we de hoop uit dat de vinyl-e.p. een
vervolg zou krijgen in de vorm van een volwaardig album. Bij dezen
worden we dan ook op onze wenken bediend: ook al lichtte ‘Untagged’
al meer dan een serieuze tip van de sluier op wat de gekozen
muzikale koers betreft, het full album is nóg beter geworden dan we
hadden gehoopt en verwacht.

Voor de luisteraars die nu pas afstemmen op Studio Bruce(l),
overlopen we graag nog eens de ronkende namen die aan weerszijden
van de Grote Plas meewerken aan dit album. Het is namelijk geen
legertje brave, makke Svejks, maar een heus elitekorps waarmee
Bherman ten strijde trekt: gitaristen Wouter Spaens en Sjoerd
Bruil, bassist Pieter Van Buyten, drummer Karel De Backer, Peter De
Smet op pedal steel en Gunter Callewaert op Hammond.

Zij smeden op hun beurt een ijzersterke alliantie met de
keurtroepen aan het westelijke front, dat zich voor de gelegenheid
ergens ter hoogte van Nashville bevindt. Daar stonden niet alleen
Tony Crow (piano, toetsen, Lambchop, Silver Jews), Chris
Scruggs (upright bass, steelgitaar) en Roy Agee (banjo)
paraat; ook Kurt Wagner (snaren) en Cortney Tidwell (stem), het duo
dat tegenwoordig samen de hort op gaat als KORT, leverden
opmerkelijke bijdragen. Dat bekende namen niet meteen ook synoniem
staat voor grote ego’s, bewijst dit uitgelezen gezelschap door zich
volledig ten dienste te stellen van de songs.

Dit alles kan misschien de indruk wekken dat ‘Untagged Friends’
een rondje rootstime is geworden, een plaat van een
Europeaan die zijn songs in Americana drenkt omdat dat toevallig
hip is. Niets is minder waar. Ook al voeren de vocalen van Tidwell
je mee naar hun thuisland en speelt de pedal steel van Peter De
Smet een prominente rol in de prachtige opener ‘Dreamer’, in het
bloedmooie ‘White & Blue’ en in ‘Slowdown’, de snaren van
Bherman & friends reiken veel verder dan de grenzen
van wat gemeenzaam als alt.country wordt bestempeld.

Al die mooie namen in de credits ten spijt, op cd1 is
het toch vooral gitarist Wowo Spaens die zich in de kijker speelt
en ondermeer ‘Absinthe’, ‘Fly High’, ‘Big Sized Girl’ en ‘You Said,
You Said’ de nodige adrenalineshots toedient. Vooral de laatste
twee songs zouden in een rechtvaardige wereld zonder twijfel op
massa’s airplay kunnen rekenen: ‘Big Sized Girl’ roept
zelfs even herinneringen op aan Guy Chadwick en The House of Love,
terwijl ‘You Said, You Said’ (met medewerking van allrounder Fritz
Sundermann) dan weer voorzien wordt van een refrein dat erom sméékt
meegebruld te worden door volle zalen.

Maar er staat nog materiaal met hitpotentieel op de dubbelaar.
Zo blijkt ‘Pinky Girl’, een nummer dat we in maart nog zonnig en
lentefris noemden, ook na de eerste winterprik van het jaar nog
niet uitgebloemd te zijn, integendeel zelfs. Wie daarentegen de
voorkeur geeft aan stemmiger werk om zich aan op te warmen,
verwijzen we graag naar ‘Radiogirl’ (nog een persoonlijke
favoriet), het eerder vermelde ‘White & Blue’, ‘I’ll Wait For
You In Line’ (Tidwell!), ‘Dreamer’ en ‘Radiogirl’ (allebei met
Tidwell én Wagner!!).

Liefhebbers van echt broeierig werk zullen dan weer een vette
kluif hebben aan het herwerkte, uitgesponnen ‘To the Office’ (in
een vorig leven ook al op ‘The Other/’63’) of aan de bijtende
gitaren van ‘I Was Smiling’. Dat de songs van Bherman echter niet
noodzakelijk in een uitgekiend arrangement moeten gegoten worden om
te beklijven, wordt afdoende bewezen in ‘Rumours’, ‘The Goodbye
Song’ en in de acoustic deli’s (drie unplugged
versies van andere tracks) die het album afsluiten.

Na Spencer the
Rover
bewijst nu ook Bherman (voor de zoveelste maal) dat er in
ons land niet alleen opwindende en avontuurlijke muziek wordt
gemaakt, maar dat er ook artiesten zijn die de kunst verstaan
prachtige, tijdloze liedjes te koppelen aan nuance, vakmanschap en
geloofwaardigheid. Bovendien weet de Gentenaar ook nu weer met
bravoure diverse stijlen zoals pop, rock, blues, jazz, folk,
traditionele singer-songwriter en Americana met elkaar te
vermengen.

Tien nieuwe tracks, de vijf nummers die al op de e.p. stonden,
plus drie akoestische reprises: zo gul hebben we de Sint en de
Kerstman in geen tijden meer geweten. Het blijft ons dan ook een
raadsel waarom Bherman niet wordt opgepikt door onze teergeliefde
radiomakers. Slechte wil? Onwetendheid? Wij blijven positief
denken, en vermoeden dat ze gewoon niet weten met welke song eerst
te beginnen!

http://www.brucebherman.com

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − 11 =