The American





Ter aankondiging van ‘The American’ stuiterde een ongeschreven
tagline door de wandelgangen: Bond meets
Antonioni
. De internationale pers echode de frase
herhaaldelijk én het stond op Facebook, dus iets moest er wel van
aan zijn. De ronkende pas de deux leek inderdaad niet
zomaar uit de blauwe lucht te zijn gevallen: zo versmelt de poster
van ‘The American’ bijvoorbeeld het art work van films als
‘L’Eclisse’, ‘Deserto Rosso’ en ‘Blow-Up’ met dat van ‘Casino
Royal’. Wat er ook van zij, het was sowieso uitkijken naar hoe
Anton Corbijn de uitgebalanceerde tableaus en traagheid van
‘Control’ zou verzoenen met een – zo liet de trailer althans
uitschijnen – actiegedreven misdaadverhaal. En met een al te
opvallend gemaquilleerde George Clooney. Geen sinecure, me
dunkt.

In ‘The American’ speelt Clooney Jack, een gladde huurmoordenaar
en gerenommeerd wapenbouwer. Na een aanslag op zijn persoon heeft
die schoon genoeg van zijn jachtige levensstijl: hij verlaat zijn
onveilige hide-out in Zweden en duikt onder in het
pittoreske Castel del Monte, ergens in de Italiaanse Abruzzen. Op
aandringen van zijn opdrachtgever Pawel (Johan Leysen) werkt hij er
aan een laatste klus en schroeft hij een uniek schiettuig in elkaar
voor een zekere Mathilde (Thekla Reuten). Intussen timmert Jack
onder het pseudoniem Edward/Eduardo alvast aan de fundamenten van
een anonieme toekomst. Zo legt hij het aan met het plaatselijke
hoertje Carla (Violante Placido), die de vrouw van zijn nieuwe
leven moet worden. De liederlijke vreemdeling trekt echter al snel
de aandacht van de dorpsbewoners en vooral kerkvader Benedetto
lijkt Jacks maskerade te doorzien. L’Americano slaagt er
dan ook niet in zijn donkere verleden zomaar af te schudden.
Opgejaagd door de demonen van zijn vroegere bestaan en verblind
door een utopische toekomstdroom, belandt hij in een gevaarlijk
niemandsland tussen twee persoonlijkheden. En eens in limbo, loert
de dood altijd om het hoekje.

Niet zonder ambitie combineert’The American’ twee verhalen: aan
de ene kant de moeizame afwikkeling van Jacks laatste criminele
wapenfeit, aan de andere kant ‘s mans psychologische helletocht. In
theorie biedt die dubbele constructie heel wat mogelijkheden.
Doorheen de film ontstaan er namelijk interessante raakpunten
tussen beide plotlijnen. Zo zijn het net Jacks zwartgallige
overpeinzingen die een vlotte afloop van zijn finale karwei
hypothekeren, terwijl die professionele perikelen op hun beurt zijn
existentiële twijfels voeden. Naarmate ‘The American’ vordert,
wordt dan ook almaar duidelijker hoe de twee thema’s voortdurend in
elkaar haken. Of, juister, in elkaar zouden kúnnen haken, want
eigenlijk lopen beide vertellingen mekaar hier voornamelijk voor de
voeten. Het thrillerverhaal krijgt immers onvoldoende ruimte om
zich voorzichtig te ontplooien en knap opgebouwde momenten van
introspectie worden vaak afgebroken door schijnbaar obligate
actiescènes. Aan het eind van de film worden zowel Jacks
professionele als persoonlijke kroniek bovendien erg snel en
fantasieloos afgehaspeld, zodat het slotkwartier vooral
onverschilligheid genereert. Hoewel de narratieve opzet van ‘The
American’ bulkt van het potentieel, blinkt de uitwerking ervan
vooral uit in halfslachtigheid.

Dat samenspel van gemiste kansen en storende tweeledigheid zet
zich verder op vormelijk niveau. Het mystieke Castel del Monte
vormt in principe de perfecte setting voor ‘The American’: de
grillige schaduwen van de geplaveide steegjes kunnen én Jacks
toenemende paranoia én het sluimerende gevaar van vijandige
sluipschutters voortreffelijk kaderen. Corbijn verzuimt echter die
heimelijk sfeer uit te buiten en grijpt het archaïsche decor enkel
aan als achtergrond voor mooie plaatjes. Want mooie beelden zitten
er wel degelijk in ‘The American’. In het openingsshot
pant de camera bijvoorbeeld tergend langzaam over een
besneeuwd dennenbos om tenslotte met eenzelfde traagheid in te
zoomen op Jacks rustieke, Zweedse blokhut. In dergelijke, strakke
shots buit Corbijn duidelijk zijn fotografisch gevoel voor
compositie uit en leunt hij dicht aan bij de theatrale esthetiek
van ‘Control’. Daarnaast bevat ‘The American’ ook meer dynamische
sequenties, die eveneens uitstekend en doordacht zijn vormgegeven.
De poëtische achtervolgingsscène doorheen de labyrintische
straatjes van Castel del Monte is prima geritmeerd en blijft erg
sfeervol door subtiele belichting en een warm kleurenpalet. De
verstilde tableaus en de flukse montagesequenties gaan echter
voortdurend met elkaar op de vuist, zodat vormelijke tweedracht de
intrinsieke ambiguïteit van ‘The American’ nog dikker aanzet.
Bewust? Ik dacht het niet.

Daarnaast lijkt Corbijn de overdreven drang te voelen zichzelf
met ‘The American’ als zuiver filmmaker te bewijzen en het juk van
zijn fotografisch verleden van zich af te gooien. ‘The American’
bulkt daarom van filmische ‘trucjes’, die – indien niet subtiel
toegepast – genadeloos door de mand vallen. Tekenend is
bijvoorbeeld het groteske gebruik van muziek. De nu eens erg
dreigende, dan weer al te weemoedige soundtrack stuurt de kijker
hardhandig in zijn interpretatie van het verhaal, zodat de
dubbelzinnigheid en suggestiviteit van de beelden genadeloos
verpletterd wordt. De intelligentie van het publiek wordt hier
duidelijk onderschat en die vrees niet helemaal begrepen te worden,
leidt wel vaker tot overdreven duiding. Zo duiken in ‘The American’
wel erg expliciete verwijzingen op naar ‘All Quiet on the Western
Front’ en ‘The Good, the Bad and the Ugly’, als wil de regisseur
zich ervan vergewissen dat geen enkele intertekstuele verwijzing
onopgemerkt voorbij zal gaan. Totaal overbodig, want deze
suspense thriller slaagt er wel degelijk in op veel
subtielere wijze (iconografische conventies, shotkeuzes…) te
refereren aan de landerige sfeer van Leone’s klassieke westerns. In
zijn nobele streven om zijn film meer te wortelen in de
filmgeschiedenis en toegankelijker te houden, snijdt Corbijn vooral
in zijn eigen vel en haalt hij jammer genoeg enkele van zijn
grootste troeven onderuit.

Ondanks heel wat mooie beelden is ‘The American’ dan ook een
enerverend kijkstuk dat grossiert in gemiste kansen en ergerlijke
liflafjes. Corbijn gunt zichzelf naar eigen zeggen drie films om
uit te maken of hij een goed regisseur is en ook wij zijn er nog
niet helemaal uit. Als vormgever heeft hij zeer zeker potentieel,
maar als verteller? “I don’t think God is very interested in
me”
, zegt Clooney fronsend tegen Vader Benedetto, en dat
kunnen we Hem bezwaarlijk kwalijk nemen. Maar misschien is Hij
desondanks ook wel nieuwsgierig naar meer? Gewoon, omdat ook Hij
geniet van secuur gekaderd shots.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − 8 =