Paul Collins :: King Of Power Pop

Wanneer er vandaag nog een plaat van Lou Reed, Mick Jagger of een groepslid van The Beatles uitkomt, kan zo’n release altijd op heel wat aandacht rekenen, ongeacht de relevantie. De muziekgeschiedenis telt echter eveneens heel wat B-celebrities, muzikanten die niet minder hard hun best hebben gedaan om baanbrekende muziek te maken, maar daar nooit echt veel beloning voor hebben gekregen. In dat straatje past Paul Collins, frontman van The Beat en drummer van The Nerves, een paar van de eerste powerpopbands uit de jaren zeventig.

Nada Surf, Weezer, OK Go, Outrageous Cherry… Het is tegenwoordig zelfs niet meer mogelijk om nog een goed overzicht te hebben van het aantal powerpopbands dat onze wereld rijk is. Dat was ooit echter heel anders. In de jaren zeventig hamerden groepjes als The Plimsouls, The Nerves, The Knack en The Beat heel hard aan een weg naar erkenning. De erkenning kwam er uiteindelijk, maar niet in harde valuta. Blondie had bijvoorbeeld een dikke hit met The Nerves’ "Hanging On The Telephone" en later hergebruikte Cat Power nog wel eens een nummertje, maar bij dat type van indirecte faam zou het helaas blijven.

Het valt te betwijfelen of Alive Natural Sound Records’ pogingen om dat soort van onfortuinlijke artiesten toch nog een moment of fame te gunnen, hierin veel verandering zal brengen. Maar dat neemt natuurlijk niet weg dat het best nog wel eens leuk kan zijn om hun talent af te toetsen aan dat van de artiesten van vandaag. Want in het geval van Paul Collins houdt dat toch weer een bitterzoete feelgoodplaat in, wat in concept niet veel afwijkt van wat moderne powerpopbands vandaag te bieden hebben.

Dat bitterzoete randje blijkt bijvoorbeeld uit "Off The Hook", een niet alledaags nummer over gebroken liefde, waarin Collins het niet nalaat om de voordelen van het vrijgezellenbestaan op te sommen. Uit hetzelfde hout is het titelnummer "Kings Of Power Pop" gesneden, een liedje waarvan de titel laat vermoeden dat het een potje eigen stoef betreft, maar dat verrassend genoeg net heel nostalgisch en intriest blijkt.

Tot te veel momenten van tristesse komt het gelukkig echter niet. Door het plaatje met het heerlijk naïeve en gelukzalige surfliedje "C’Mon Let’s Go" af te trappen, teleporteert Collins het publiek namelijk van bij het begin naar een zonovergoten strand in Californië, terwijl nummers als "Doin’ It For The Ladies" of "Losing Your Cool" hun doel als miraculeus medicijn tegen Liebesschmerzen niet missen.

Dat het covertje van "The Letter" van The Box Tops hiernaast een overbodig nummer lijkt, is begrijpelijk maar verraderlijk, want het nummer heeft wel degelijk zijn meerwaarde omdat het duidelijk maakt dat Collins het verschil maakt als zanger. Met zesenvijftig levensjaren en een heuse carrière in het muziekcircuit heeft hij een heel eigen kijk op het popwereldje en dat hoor je perfect in de tongue-in-cheekbenadering waarmee hij "The Letter" en de rest van King Of Power Pop verkoopt, wat het geheel heel wat kleur geeft en als bitterzoet feelgoodplaatje een uniek karakter geeft.

Niet dat wij nu ineens alle oude rock-’n-rollknarren nieuwe platen willen zien uitbrengen, maar als het even kan op de manier waarop Collins het voor elkaar heeft, kunnen we daar best vrede mee nemen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien + negentien =