October Tide :: A Thin Shell

Candlelight Records, 2010

October Tide begon vijftien jaar geleden als een nevenproject van
Jonas Renkse en Frederik Norrman, twee spilfiguren van Katatonia. Renkse eerste
ken je misschien ook wel van Bloodbath en die laatste
heeft ondertussen de deur van Katatonia achter zich dicht
getrokken. Dat was, naar ik begrijp, ook de directe aanleiding om
October Tide weer nieuw leven in te blazen. Jonas Renkse heeft het
blijkbaar te druk met Katatonia, en doet dus niet meer mee met deze
band.

De eerste twee albums van October Tide, beide nog uit de vorige
eeuw, worden in het doodse doomsegment van de heavy metal als
behoorlijk geslaagde stijloefeningen beschouwd, waarbij vooral het
debuut ‘Rain Without End’ nogal eens op must have-lijstjes
verschijnt. Ik zou het graag beamen, maar het punt is dat ik het
album nooit gehoord heb. Misschien maak ik dat gemis nog wel goed,
want ‘A Thin Shell’ mag er in ieder geval best zijn.

Het album is zeker niet grensverleggend, het is typische death doom
wat je ook in 2010 nog van deze Zweden krijgt. Een originele riff
is er op het hele album nauwelijks te vinden, maar daar ga ik niet
over struikelen. Bij dit soort platen geldt dat de sfeer, de emotie
en de algemene toon belangrijker zijn dan individuele songs of
bouwstenen ervan.

Toch komen we nog even terug op die riffs. Die zijn niet origineel,
maar worden wel goed uitgevoerd. De tempo’s zijn bijna constant erg
traag, enkel in de tweede helft – op ‘The Dividing Line’ en
‘Fragile’ – komt er wat meer leven in de brouwerij middels wat
fluxere gedeeltes. In ‘Fragile’ neigt men zelfs al een
beetje naar death metal.

Wat maakt het dan toch interessant om hier naar te luisteren? Om te
beginnen de zanger. Tobias Netzell (van In Mourning) gebruikt een
erg brute strot, echt diep grunten en schor schreeuwen is
wat hij doet, zonder al te veel elektronische poespas en al
helemaal zonder zuivere zang. Met zijn verdorven stembanden weet
hij onverwacht veel dynamiek te creëren in de nummers. Die
barbaarse keelklanken dulden geen tegenspraak, en sleuren je zonder
veel tegenstand mee in de deprimerende dieptes van October Tide.

De band gebruikt geen keyboards of violen of sirenenstemmen of wat
dan ook om de nummers van stroop en tierlantijnen te voorzien. Om
de monotonie te bestrijden maken ze wel slim gebruik van de
mogelijkheden die het overdubben van gitaren bieden. Boven de
simpele riffs met zware distortion horen we heel erg dikwijls
heldere, bijna sprankelende, gitaarloopjes en akkoorden. Eenvoudige
solo’s dienen dan weer vaak als canvas voor de aardedonkere
penseelstreken van Netzell’s stemgeluid.

Tijdens meer dan één passage gaat de distortion bijna helemaal af.
Dat gebeurt al even tijdens de sterke openingstrack ‘A Custodian of
Science’, maar vooral in de twee opvolgers: in ‘Deplorable Request’
en ‘The Nighttime Project’ zitten opvallende rustige passages die
zelfs aan ambient muziek doen denken. Dit soort klanken geeft een
mooi tegengewicht voor de zware en deprimerende doomriffs, de
bedoeling van de band is uiteindelijk niet om mensen naar de apex
van hen zelfhaat te drijven, enkel ze wat in een monomane
melancholie te dompelen. En zelfs dat is misschien nog relatief,
want hoe verklaar je anders die conga’s op het einde van ‘The
Nighttime Project’?

Tijdens ‘Blackness Devours’ en ‘Scorned’ overheersen de trage,
loodzware doomriffs en treurnistapijten echter al het overige, toch
zijn ook dit best genietbare en, binnen hun beperkingen, relatief
dynamische tracks. En zo hebben alle nummers van ‘A Thin Shell’ een
vermelding gekregen. Het zijn er dan ook maar zeven en met een
gemiddelde lengte van rond de zes minuten is het album erg
verteerbaar gemaakt.

October Tide komt een beetje uit het niets aanzetten met dit album
en verrast, zonder echter te overdonderen. Het album baadt in een
melancholische sfeer en heeft karakter, hoewel het muzikaal gezien
vrij doorsnee is. Het is geen doom light of ‘doom voor
beginners’, maar door het constant doorsijpelende spelplezier van
de muzikanten is dit geen nihilistisch ‘alles-moet-kapot-orakel’,
noch een romantisch/gotische stijldraak.

Het is met andere woorden een ideaal plaatje voor deze tijd van het
jaar: de zomer is voorbij, de avond valt al vroeg in, maar het
duurt nog wel even totdat de bijtende winterkou ons weer de strot
afsnijdt. En als je straks onder een mistig zonnestraaltje met je
bloempotten naar het kerkhof rijdt, neem deze dan misschien mee
voor in de auto, de warme choco achteraf zal beter smaken.

www.myspace.com/octobertideband

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 5 =