Kings Of Leon :: Come Around Sundown

Met een stel halve waarheden over ezels en stenen dachten we
voldoende voorbereid te zijn op ‘Come Around Sundown’, want met
voorganger ‘Only
By The Night
‘ hadden de broers en neven Followil ons vooral
goed liggen. Meer dan één recensent loofde het ding om zijn weidse
geluid en stadionallures. Kings Of Leon waren volwassen geworden,
en hadden een epische plaat op de wereld losgelaten. Toegegeven,
‘Sex On Fire’ was een anthem waar zelfs de weide van Werchter nog
niet van bekomen is, maar daarmee alleen red je het natuurlijk niet
bij de cynici.

En je kan ze geen ongelijk geven: ‘Only By The Night’ was niet
gespeend van de bombast en het puberale jeugdsentiment waarmee ook
The Killers, die andere grote noughtiesband, ‘Sam’s Town‘ tot
barstens toe mee hadden gevuld. Het deed de epiek van Kings Of Leon
weinig deugd, want zo’n twee jaar later moeten ook wij toegeven dat
we al lang niet meer wisten waar in onze platenkast het schijfje
verzeild was geraakt.

Om maar te zeggen dat we niet meteen vol goede hoop naar het nieuwe
album uitkeken – en de voortekenen waren ook al niet meteen aan een
gunstig gesternte ontsproten. Frontman Caleb Followil gaf aan bang
te zijn dat de groep te groot zou worden; geen ideale
stimulans om de studio in te duiken. Maar het was nieuws van een
ander kaliber dat ons pas echt de daver op het lijf jaagde: Kings
Of Leon beloofde terug te gaan naar de sound van ‘Youth And Young
Manhood
‘ en ‘Aha Shake Heartbreak‘.
Precies dezelfde tijding bereikte ons ook al voor de opnamen van
‘Only By The Night’, wat ons niet meteen deed vermoeden dat we daar
gelukkig om moesten zijn.

En dan was er een dikke maand geleden de eerste single,
‘Radioactive’, achteraf gezien een profetische voorbode. Moeilijk
ook om te beoordelen. Een intro die ons lichtjes euforisch terug
meevoerde naar ‘King Of The Rodeo’ en een refrein dat opzwepender
klinkt dan ‘Taper Jean Girl’, maar ook een tekst waarin alle
authenticiteit is weggecijferd en een clip met zo veel Afrikaanse
kinderen dat zelfs Bob Geldof “trop is te veel” moet gedacht
hebben. Wekenlang schipperde onze mening tussen ‘machtig’ en
‘matig’, tot we besloten te wachten op het volledige album. Een
slecht idee zo bleek, want na een eerste luisterbeurt hadden we
bijna snel een vernietigende recensie op papier gezet.

Maar zo’n vaart liep het dus niet, daarvoor bleef de tweede helft
van de plaat te veel in ons achterhoofd sluimeren. Gelukkig maar,
want ‘Come Around Sundown’ is nog niet half zo slecht als we
aanvankelijk opperden. ‘Birthday’ is vintage Kings Of Leon. Geen
meeslepend gitaarwerk, maar frivole ritmes en beklijvende drums,
zonder de grootse allures te laten vallen. En de track laat er geen
twijfel over bestaan: Calebs stem is tot nader orde nog altijd één
van de meest veelzijdige van de laatste tien jaar. Nog in het
rijtje voltreffers:’No Money’, dat halverwege een brute homp
powerrock wordt en met overtuiging één van de betere nummers uit
hun back catalogue. Als het even kan voegen we daar graag
ook nog ‘Pony Up’ aan toe.

Toch dreigt nog steeds de valkuil van de bombast, al is die
beduidend minder diep. Het meeslepende ‘The End’, gestoeld op
gitaarpartijen die bij Editors gestolen
werden, zweemt geregeld richting ‘Closer’, maar zwaait net op tijd
weer weg. Ook ‘The Face’en ‘Pick-Up Truck’ trachten de balans op te
zoeken, maar zij eindigen aan de verkeerde kant. In de categorie
‘songs die er nooit mochten zijn’ plaatsen we nog het barslechte
‘Mary’, een nummer dat we niet één keer volledig konden
uitzitten.

Van de zeven overige nummers is het ‘Back Down South’ dat zich het
nadrukkelijkst laat gelden in de strijd om de ereplaatsen:
breekbaar, oprecht, en groots in zijn eenvoud. Ondertussen is ook
ons oordeel over ‘Radioactive’ definitief naar de positieve kant
van het spectrum overgeheld, en zo moeten we vaststellen dat het
slotverdict voor ‘Come Around Sundown’ verrassend positief is. Dat
we geen al te hoge verwachtingen hadden zal daar wel niet vreemd
aan zijn, want eigenlijk staan er te veel slechte nummers op de
plaat om tevreden te zijn. Maar als Kings Of Leon goed zijn, zijn
ze écht goed. En ook een boel goeie nummers hebben hun weg naar het
schijfje gevonden. Opvallend genoeg geuren al die nummers nog sterk
naar hun beginjaren.

Eigenlijk hebben Kings Of Leon het zichzelf verdomd moeilijk
gemaakt door hun carrière te beginnen met drie klassiekers (te
weten: ‘Youth And Yound Manhood’, ‘Aha Shake Heartbreak’ en het in
alle opzichten beklijvende ‘Because Of The
Times
‘). ‘Come Around Sundown’ is niet de vierde, maar bewijst
wel dat de band het potentieel heeft om dat cijfer in de toekomst
nog aan te dikken. Op de keper beschouwd is het een zwalpende
proeve van zelfkritiek, een muzikale neerslag van een broodnodige
introspectie, en een essentiële stap voorwaarts.

www.kingsofleon.com

Kings Of Leon spelen op 29 november in een uitverkocht
Sportpaleis.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien − zeven =