Kings Of Leon :: Come Around Sundown

God, wat haat ik de term "worp" als benaming voor een nieuwe plaat. Het doet me steeds weer denken aan een haarbal, of een ontlasting uit een alom gekend, sinds de oudheid tot flauwe humor en soms (vaak?) tot tweerichtingsverkeer leidend kanaal. Ik weiger het dan ook al meer dan honderd recensies lang te gebruiken. Tot nu. In een zin als: "Mensen, de vijfde worp van Kings Of Leon is gladder dan een ondergezeken spiegel en een flepse f&ecirctering van lamzalige lafheid."

Dankzij "Sex On Fire", "Use Somebody" en een half uur behaagzuchtige kut met peren op Only By The Night — waarvan minstens de helft van hun vijf miljoen leukerds op Facebook ongetwijfeld denkt dat het hun debuut is — staat Kings Of Leon op twee jaar tijd waar Coldplay en Muse bijna tien jaar over hebben gedaan. Je zou als band van minder gemakzuchtig worden. Maar Kings Of Leon maakt het net iets té bont op deze regendans van kleffe middelmaat. Als frontman Caleb Followill dan begint te mauwen dat hij het beu is voor een publiek te spelen dat komt voor die twee hitjes en voor de rest lauw reageert, zakt onze broek helemaal af. Stel je niet aan, zoek het hitjespubliek dan niet op en leer songs schrijven, man. Wat houdt je tegen? Talent alleszins niet.

Want Kings Of Leon krijgt het op Come Around Sundown minder dan ooit voor mekaar om een degelijke song te schrijven, laat staan uit te werken met een stevige opbouw, of met een weerhaak of een scherp randje aan. Geen énkele keer. Is het van niet kunnen of niet willen? In het geval van drummer Nathan Followill sine dubio het eerste: met drumpartijen die u na twee drumlessen (waarvan één theorie) thuis kan oefenen, is hij tekenend voor de ontstellende middelmaat waar Kings Of Leon zich vandaag in wentelt. Bewonderenswaardig is dan weer wel hoe hij uit voortsjokkende songs als "The Face" en vooral "The Immortals" helemaal het tempo haalt (lichaamseigen valium?) zodat het lijkt alsof de iPod of cd-speler begint te knikkebollen en elk moment vanzelf stil kan vallen.

Heel Come Around Sundown blijft maar voortkabbelen met de hartslag van iemand die een doosje spierverslappers voor tictacs heeft aanzien. Benieuwd of u zich kan inhouden "Speel nu toch eens gewoon dóór, fuckers!" te roepen tijdens de eerste luisterbeurt. In plaats van hun instrumenten houdt de Followill family een joekel van een handrem vast met alle acht de klamme handjes. Slechts één keer mag het tempo ietwat naar omhoog, in het degelijke "No Money", waar Kings Of Leon naar goede traditie nog niet half zoveel uithaalt wat erin zit.

Dat blijkt meermaals een onmogelijke opgave: kladjes als "Beach Side", "Mi Amigo" en "Pony Up" zijn op muziek gezette Rohypnol: instant vergeetbaar, elke keer weer. Gelukkig valt er ook te lachen, vooral wanneer Kings Of Leon diepgang wil suggereren, maar volledig het tegenovergestelde bereikt: de viool in de bordkartonnen terugkeer naar de roots (goed gevonden, jongens) "Back Down South", het gospelkoor uit het Lidl-reclameblad op het nog degelijke "Radioactive" en de snikjes in de stem van Followill — hoeveel procent krijg je voor de posters, Caleb? — in afsluiter "Pickup Truck".

Over lachen gesproken, lees even mee: "Come on down and dance/If you get the chance/We’re gonna spit on the rival/All I wanna know/Is how far you wanna go/Fighting for survival" (uit "Back Down South"). Of: "We’re gonna come together/We’re gonna celebrate/We’ll all hang around like it’s your birthday/I don’t wanna know just what I’m gonna do/I don’t care where you’re going/I’m coming home with you" (uit "Birthday"). Maakt u zelf vooral de voorspelbare mop met de volgende woorden: zestienjarigen/doelpubliek/concert/geen toegang. En nog eentje met arme papa’s/Josje/liever.

Wat blijft er dan nog over behalve driekwart vulsel, bezinksel, prut en drab? Vier goede demo’s waar getalenteerde bands met visie, durf en eigenheid goede singles van kunnen maken ("The End", "Pyro", het eerder genoemde "No Money" en, waarom niet, "Radioactive") en die Kings Of Leon live misschien toch een bestaansreden kunnen geven. Niet toevallig staan drie ervan netjes vooraan op de plaat. De verzuchting "vroeger was het beter" — niet meer dan een verleidingstruc van good ol’ nostalgie om u in bed te krijgen en u vervolgens de rug toe te keren — geldt hier trouwens ook niet: de eerste twee platen van Kings Of Leon waren ook niet bepaald een toonbeeld van songmatige finesse. Het begin van een eigen sound was er toen wel.

Was Because Of The Times, met fantastische songs (jawel) als "On Call" en "Knocked Up" dan zo’n toevalstreffer? Een voor hen bovenmenselijke inspanning? Was de weed goed? En ook: wat verklaart het succes van deze bende? Is dit een exces van de dowloadgeneratie? Is de single het album van vandaag en volstaat dat om blind zestig euro of dollar neer te tellen? Is het gewoon een tijdelijk fenomeen zoals de gifstroom in Hongarije of Tokyo Hotel? En vooral: wat bezielt een band om dit uit te brengen? Lusteloosheid? Onkunde? Een dédain voor hun publiek? Onderschatting, betutteling? Gaat het dus écht om gemakkelijk cashen? Kunnen ze nog verder verleppen en verflensen? En wanneer gaat hun zo betrachte (en ondertussen door henzelf ook al wat uitgespuugde) groot publiek doorhebben dat dit viertal vandaag niet meer is dan een luchtverzakking?

Soit, wij liggen er voortaan niet meer wakker van. Of denkt u soms nog terug aan pakweg Live? Even negeren en weer doorgaan, dat is de boodschap.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 + 10 =