Neil Young :: Le Noise

Geen enkele carrière bestaat volledig uit hoogtepunten, ook die van Neil Young niet. Dat de Canadese gitaarheld de laatste jaren wat in het slop was geraakt, was dan ook meer een accident de parcours dan het begin van het einde. En dus slaat de man nu terug met een puik Le Noise. Talent wringt zich altijd zachtjesaan opnieuw naar boven.

Gelukkig waren er de geweldige concerten op Werchter en in het Sportpaleis, anders stond onze interesse in Neil Young al enkele jaren op een waakvlammetje. Van het suffe, nogal traditioneel boogieënde Fork In The Road uit 2009 waren we maar weinig onder de indruk, en ook op het voorgaande Chrome Dreams II was een weinig bijzondere songsmid te horen. "Tijd dus om de muze nog eens te verzoeken", moet Young gedacht hebben toen hij aan Le Noise begon. En zoiets doe je het best alleen.

Op de hoes staat Young dan ook op zijn eentje onder een booggewelf, tussen twee zuilen. Het is het perfecte beeld om de klank van Le Noise te vatten: kaal, vol echo, groots en toch klein. Maar helemaal op zijn eentje was hij niet in dat grote huis. Met Daniel Lanois is op subtiele wijze ook een erg aanwezige producer aan boord; een die volgens een interview op neilyoung.com "het geluid voor de toekomst" zocht.

Dat werd gevonden door wel erg creatief om te springen met het grote landhuis waar de plaat werd opgenomen. Verwarmingssystemen werden als versterking gebruikt, muziek door kamers vol echo gejaagd; het zorgt ervoor dat Le Noise ondanks de vele kleine bewerkingen — een geloopte gitaar hier, een bewerkte zanglijn daar,… — toch een erg groot livegevoel heeft. Je voelt de ruimte rond de artiest zowaar vibreren.

Het openingsakkoord is er eentje om in te lijsten. "Het sterkste akkoord van Neil is niet het eerste, maar ergens halverwege de song en ik heb de opname dan ook daar gestart", zegt Lanois. Een imposant "Walk With Me" stormt dan ook binnen met een kracht waar in de middeleeuwen ophaalbruggen voor zijn neergegaan.

Dat geluid houdt Young grotendeels vast. "Sign Of Love" en "Someone’s Gonna Rescue You" zijn weinig opmerkelijke verlengstukken van de opener, maar het is pas met "Love And War" dat Le Noise — een gewilde knipoog naar de producer? — diep gaat. Helemaal akoestisch, zonder al te veel sonische foefjes bekent Young "When I sing about love and war/I don’t really know what I’m saying". Wat volgt is een al te juiste meditatie over het wezen van oorlog: "Daddy won’t ever come home". De simpele gitaarlijn maakt het nummer des te intenser.

"Angry World" is de perfecte aanvulling. De gitaren ronken opnieuw, en hoewel de sfeer wordt voortgezet — "Some see life as a broken promise/Some see life as an endless fight" — wordt de toon toch een tikje lichter. Met een geloopt zanglijntje wordt een bruggetje geworpen naar "The Hitchhiker", een nummer dat live al langer meegaat, maar nu pas zijn neerslag kent. Het is vintage Young.

Een delicaat getokkeld "Peaceful Valley Boulevard" doet Le Noise langzamerhand uitgeleide. Het "geluid van de toekomst" is het niet geworden, wel een boeiende zoektocht naar een uitgepuurde manier om songs te brengen zonder in al te veel soberheid te vervallen. Neil Young heeft de weg en de muze eindelijk teruggevonden. Een bescheiden "hoera" is op zijn plaats.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × vier =