The Hundred In The Hands :: This Desert EP / The Hundred In The Hands

Toen het punky "Dressed In Dresden" een eerste maal aan land kwam, vonden we het plots niet erg meer dat Bloc Party ermee dreigt te stoppen. The Hundred In The Hands bewees vervolgens met debuut-EP This Desert dat het véél meer te bieden heeft dan een simpele hit. De vreugde van die zes tracks is echter van korte duur, want hun eerste — titelloze — langspeler is slechts een flauw afkooksel van die EP.

Eleanore Everdell en Jason Friedman hadden het geluk aan hun kant, en kregen van een bevriende producer twee dagen studiotijd om een song in elkaar te knutselen. "Dressed In Dresden" was de eerste bom die het tweetal uit zijn gitaar en keyboard schudde, en waar platenfirma Warp als een sluipschutter achter zat. Na die platendeal ging de bal snel aan het rollen en zette het duo uit Brooklyn een mijlenlange spurt in met één doel: in een mum van tijd twintig frisse songs brouwen. Genoeg nummers om een EP én fullalbum uit te brengen, maar een dubbeltje op zijn kant; This Desert is de plaat waarop The Hundred In The Hands met de aanstekelijkheid van Bloc Party en Kele’s dancebeats flirten, terwijl het fullalbum de grootste ratatouille is die we dit jaar hebben gehoord.

This Desert is een verrassende kennismaking met de band. Opener "Building In L.O.V.E." steunt op verschillende synthloops, zorgvuldig gitaarspel vult de leegte op de achtergrond, en de echoënde stem van Everdell heeft wat weg van St. Etienne. Ook in "Tom Tom" en "Ghosts" gebruikt het duo dezelfde formule, zonder echter ooit te vervelen. De gesofisticeerde eenvoud waarmee The Hundred In The Hands tekeer gaat, is er een die we dit jaar zelden gehoord hebben; enerzijds een unieke vorm van electropop, anderzijds een perfect gebalanceerde mix van postpunk met house en moderne electro.

"Sleepwalkers" — de enige song met hitpotentieel op This Desert — bevestigt de sterkte van het tweetal. Het tempo gaat gestaag de lucht in en Everdells zang bezit meer pit en passie dan tevoren. Meteen de eerste — en enige — keer dat Friedman uithaalt met een moordende gitaarriff. The Hundred In The Hands gaat echter nooit op zoek naar catchy radiosongs en bewijst zo dat het evengoed via de simpele weg kan. Een fout die ze op hun eerste langspeler te veel maken door overbodige elementen bij elkaar te brengen.

"Young Aren’t Young", bijvoorbeeld, klinkt als een geforceerde versie van "Building In L.O.V.E.". Niet enkel de opbouw is gelijkaardig, ook het refrein is inwisselbaar. De band toont meerdere facetten — van het dromerige "Killing It" tot de frisse, aanstekelijke gitaarriffs in "Last City" — en het is hoofdzakelijk daar dat het mis gaat. In tegenstelling tot This Desert is er geen rode draad die de plaat bijeenhoudt, zoals eenzelfde synth dat doet op de EP.

De nadruk wordt vooral op Friedmans verschillende gitaartonen gelegd, waardoor Everdells elektronica te veel naar de achtergrond wordt verdrongen. "Lovesick (Once Again)" en "Gold Blood" zijn zo twee songs die veeleer een onemanshow van Friedman uitstralen. Fijne gitaarriffs, daar niet van, maar het evenwicht dat de band op oudere songs als "It’s Everything" en "Dressed in Dresden" vindt, is zelden te horen.

Maar het is niet allemaal flauwe kost. Net halfweg vindt het duo zijn tweede adem, en schotelt het met "Pigeons" een van de betere singles van het jaar voor. Ook "Commotion" stuwt het niveau van The Hundred In The Hands naar boven. Het refrein, de gitaarlijn en bijhorende elektronica toveren de song om tot een house-anthem met pit, en afsluiter "The Beach" toont de tedere, doch sterke kant van het tweetal.

Op basis van debuut This Desert leek The Hundred In The Hands de nieuwe troetelbeer van de popmuziek te worden. De songs waren doordacht, efficiënt, en vooral perfect op elkaar ingespeeld. Maar de verwachtingen worden met The Hundred In The Hands de kop ingedrukt. De passie en inspiratie lijken ver weg, waardoor het duo de greep op de luisteraar helemaal lost.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 5 =