The Hundred In The Hands :: ”Maken we niet gewoon popsongs?”

Je komt ze zelden tegen: bands die meer belang hechten aan de individuele songs dan aan het geheel. The Hundred In The Hands werkte op die manier aan zijn eerste fullalbum en zorgt zo voor de grootste potpourri van het jaar.

Jason Friedman en Eleanore Everdell schoten met The Hundred In The Hands snel en goed uit de startblokken. “Dressed In Dresden” kreeg een plaats op de Warp 2010 verjaardagscompilatie en schopte het mondjesmaat tot een bescheiden pophit. Mooi meegenomen, want er zat een strak plan achter The Hundred In The Hands: het duo zou twintig nummers in één keer opnemen, elk met z’n eigenheid. Het tweetal, dat afkomstig is uit Brooklyn maar afgelopen zomer in Londen verbleef, formuleert zijn ambities dan ook graag helder: “we willen geen stadions vullen, maar wel naambekendheid genieten.”

enola: Jullie hadden aanvankelijk elk jullie eigen muzikale projecten, hoe zijn jullie uiteindelijk bij elkaar uitgekomen?
Jason Friedman (gitarist): “Toen ik bij The Boggs speelde is Eleanore meegegaan op tour. Het klikte tussen ons, we hadden niet bepaald de intentie om een koppel te worden, maar wisten wel dat we samen muziek moesten maken. Zo voelde het aan.”
Eleanore Everdell (zang, keyboard): “We werkten al samen voordat we met de band zijn begonnen. In het begin luisterden we samen naar dezelfde muziek, het werd snel duidelijk dat we iets moesten doen.”

enola: Wat wilden jullie samen bereiken?
Everdell: “We hadden beiden onze muzikale projecten, maar ik had de indruk dat er iets niet klopte. Ik heb in het begin duidelijk tegen Jason gezegd dat we álles in The Hundred In The Hands moesten steken, anders zouden we niet in de opzet slagen. Het is nu eenmaal belangrijk om je helemaal op te offeren, ook al dachten onze vrienden dat we te veel voor de band deden. Maar ik wilde iéts bereiken, we doen dit niet zomaar.”
Friedman: “We kwamen al snel overeen dat we ons vooral op elektronica zouden richten. Voor we het beseften was “Dressed in Dresden”, ons eerste nummer, af.”

enola: Meteen de song die de band op de rails zette.
Friedman: “Het ging allemaal erg snel. Chris Zane (producer, elv) bood ons zijn studio aan voor twee dagen, en aangezien we nog niets van muziek hadden, hebben we een paar dagen voor we de studio introkken snel een gitaarlijn bedacht. We wisten hoe “Dressed In Dresden” zou klinken, het was alleen een zware bevalling om dat op twee dagen gemaakt te krijgen. Chris vertelde ons dat we een goede song met potentieel hadden geschreven. Dat moedigde ons aan om nog harder te werken.”

enola: “Dressed in Dresden” is wel niet te vergelijken met de andere songs.
Friedman: “We vroegen ons af of we soortgelijke songs moesten maken. Kort daarna schreven we met “Ghosts” het tegengestelde van dat nummer. We verlegden de nadruk meer naar de zang en keyboards, en schoven de gitaar naar de achtergrond.”
Everdell: “Onze punky popsong hadden we al, het was tijd om iets helemaal anders te proberen. Vooral omdat “Dressed In Dresden” rond de 150 BPM had, véél te snel dus.”
Friedman: “Jacques Renault, een van onze vrienden, heeft “Undressed In Dresden” gemaakt. Er opende zich een hele nieuwe wereld toen we die remix een eerste maal hoorden. De harde versie werd omgetoverd tot een dromerige popsong, iets wat we meer wilden doen. Jacques heeft onze EP geproduceerd en hielp ons om een ander geluid te brouwen. We hadden trouwens geen keyboards of computerprogramma’s. Het was als een eerste schooldag waarop we alles van het begin moesten leren.”

enola: Daarna namen jullie twintig songs in één keer op. Een vreemde keuze?
Friedman: “Het kon niet anders, want er was geen zekerheid over onze toekomst. Op dat moment zaten we in ons eigen wereldje. Schrijven ging zo vlot dat we er zoveel mogelijk probeerden uit te halen.”
“Het was een doel op zich om twintig songs te maken tegen het einde van de zomer. Aan een EP of album dachten we nog niet, tot Warp op de proppen kwam. Ik weet niet hoe het kwam, maar toen we naar de studio trokken om alles te mixen wisten we meteen welke liedjes op de EP zouden komen. Persoonlijk heb ik in die periode enorm veel geleerd, waar ik trots op ben. In het begin klonken al onze songs hetzelfde, tegen het einde hadden we ook rustige liedjes als “The Beach” en “Killing It”.”

enola: In welke mate verschilt This Desert van het fullalbum?
Everdell: “We wisten dat de EP net voor de zomer zou verschijnen, daarom zijn er meer dub- en pure dance-elementen aanwezig. Het was vooral de bedoeling om zes nummers te kiezen die één geheel vormen, en dat is ons aardig gelukt.”
“De plaat is het omgekeerde: elk nummer weerspiegelt een ander idee. Het zou saai zijn mochten de nummers dezelfde sfeer opwekken als This Desert. We proberen op plaat de grenzen een beetje te verleggen. Je hebt “Dressed In Dresden” aan het ene eind en “The Beach” aan het andere. Liever elf straffe individuen, dan één sterk geheel.”

enola: Zouden jullie sommige nummers nu anders aanpakken?
Friedman:“Ik zou “Building In L.O.V.E.” sneller maken, en meer gitaren gebruiken. Zo zijn er nog een paar liedjes waar ik niet heel tevreden over ben, maar dat zetten we recht op onze concerten. Ik experimenteer constant met mijn gitaar en Eleanore met haar keyboard, dat opent perspectieven.”
“Ik ben heel trots op “Killing It”, trouwens. Er is helemaal geen refrein dat de luisteraar aantrekt, het functioneert als een schakel tussen verschillende liedjes. Best vernieuwend, toch?”

enola: Hoe proberen jullie zo geloofwaardig mogelijk over te komen op het podium? Is de band niet té afhankelijk van samples?
Everdell: “We samplen inderdaad veel, en Jason doet ook wat pedaalwerk. Maar we zijn met z’n tweeën begonnen, dus voor ons was het niet nodig om andere muzikanten te zoeken. Voor hetzelfde geld spelen we akoestisch; met gitaar en een keyboard, dat is toch saai? Het is spijtig dat er zoveel uit een elektronisch bakje komt, maar er gaat verandering in komen. We gaan dan toch op zoek naar een drummer en extra toetsenist.”
Friedman: “Afgelopen zomer zijn er problemen geweest met de backingtracks. Onze computer was gecrasht, waardoor we al onze bestanden zijn kwijtgeraakt. Twee maanden lang hebben we gewoon op start gedrukt en met de tape meegespeeld. Het was de eerste keer dat het gebeurde, maar het heeft ons wel wakker geschud.”

enola: Een livedrummer brengt natuurlijk veel meer energie en stuwt de andere bandleden naar een hoger niveau.
Friedman: “Klopt, maar er zijn evenveel nadelen hoor. Op plaat is al een drummer te horen, en dat liep niet altijd van een leien dakje. We zijn zo’n band die op de technologie vertrouwt, alles moet tot in de puntjes kloppen. In de studio kan je dat altijd rechtzetten met programma’s natuurlijk, maar live gaan de drums nooit klinken zoals wij ze willen. Ze zullen onze elektronica steeds overklassen.”

enola: Langs de andere kant opent de technologie veel perspectieven. Dat is misschien de enige manier om nog een uniek geluid te creëren.
Friedman: “Dat is meteen de reden waarom The Hundred In The Hands is ontstaan. We hebben vroeger met The Boggs in het voorprogramma van Hot Chip gespeeld. Ik vond het altijd heel fascinerend wanneer ze soundcheckten. Al hun instrumenten en klanken zijn uitstekend op elkaar ingespeeld, maar verschillen toch met de plaat. Wij willen ook uitpluizen hoe we live anders kunnen klinken, maar op een manier dat het toch aanstekelijk blijft.”

enola: Hadden jullie dit eclectische geluid in het prille begin al in gedachten?
Everdell: “We hoopten vooral dat we ideeën hadden waar niemand anders zou opkomen, het eclectische kwam vanzelf. Elk nummer klinkt anders, maar de effecten en synthesizers komen steeds terug in ons andere werk. Ik hoop dat er ondanks de verschillende stijlen toch continuïteit is.”
Friedman: “Het is makkelijk om tien catchy songs te maken met steeds dezelfde gitaarriffs. Het zou goed zijn mocht de luisteraar vinden dat onze nummers bij elkaar passen, maar dat ze toch elk een andere sfeer oproepen. De reden dat er zoveel verschillende stijlen zijn, is omdat er bijna niemand meer cd’s koopt. De mensen horen een nummer op de radio en willen dan specifiek die track. Dat stoort ons niet, want ook wij pakken onze muziek nummer per nummer aan. Het enige verschil is dat wij de connectie tussen de songs snappen, bij de luisteraar duurt het altijd wat langer.”

enola: Er zijn zoveel verschillende culturen in New York. Hebben die een bepalende rol gespeeld voor het geluid?
Everdell:“Jason heeft in Berlijn gewoond, ik kom uit San Francisco en de plaat is opgenomen in Londen. Die steden hebben op mij een bepaalde indruk nagelaten, maar vooral New York was bepalend omdat die stad het centrum voor artiesten is. Er hangt daar een andere, inspirerende sfeer.”
Friedman: “New York is vooral een heel dure stad. Je moet er hard werken om iets te bereiken, en vooral originele ideeën hebben. Er is heel veel competitie, iedereen kijkt steeds over je schouders mee. Eens je naambekendheid geniet in New York, weet je dat er een mooie toekomst klaarligt. De druk zorgt samen met de levenservaringen van de New Yorkers voor inspiratie. Het ligt niet bepaald aan de stad.”

enola: Kregen jullie hetzelfde gevoel bij Londen afgelopen zomer?
Friedman: “Daar wordt op een compleet andere manier over muziek gepraat. Onze producer in Londen heeft een andere visie dan wij, en dat maakt het interessant omdat je zo verschillende culturen bij elkaar brengt.”
“Vooral de mentaliteit van muziekjournalisten verschilt met de Amerikanen. In het Verenigd Koninkrijk was het als postpunker mogelijk om in de hitlijsten te belanden, terwijl die in Amerika werden ingepalmd door de new wave. Het is echt gek hoe hard een band in de eighties moest vechten voor een positieve recensie in Amerikaanse muziekmagazines.”

enola: Steden en verschillende culturen zijn schijnbaar belangrijk. Gaat “Last City” over een bepaalde stad?
Friedman: “Het is een sci-fithriller en gaat eigenlijk over de apocalyps. Je vertelde mij daarnet dat zoveel bands op elkaar lijken, maar waar ligt nu eigenlijk de kern? Dat is het idee achter “Last City”, want volgens mij is er één stad waar het allemaal gebeurt.”
“Weet je, tegenwoordig houden muzikanten zich te veel met hun gedrag en kleding bezig. Er is geen rebellie meer tussen verschillende genres. Vroeger was je als folkband ofwel revolutionair of een bende gekken die een feestje bouwden. Nu zijn er geen revolutionaire muzikanten meer. Het draait allemaal rond het sociale aspect. De muziek heeft een deel van zijn charmes verloren.”

enola: Wat nog is veranderd in tegenstelling tot vroeger is dat een band zijn muziek in hokjes moet stoppen.
Friedman: “Ja, belachelijk toch? Sommige mensen noemen ons “housegaze” door onze livecombinatie van stevige gitaren met house. Zelf zeggen we steeds dat we mutant r&b maken. (schatert) Mutant omdat we niet commercieel zijn, en we gebruikten vrij veel r&b-technieken bij de opnames.”
Everdell: “Maken we niet gewoon popsongs?”
Friedman: “Ik hoop dat we meer zijn dan gewoon pop. Ons label plakt er de term avant-pop op, hoe dom is dat?! Maar ik begrijp wat ze daarmee bedoelen, ze willen gewoon lief zijn.”

enola: Is The Hundred In The Hands de band geworden waarvan jullie in het begin droomden?
Friedman: “Al heel mijn leven probeer ik catchy popmuziek te maken, maar nooit had ik de indruk dat het echt lukte.”
Everdell: “Ik had nooit durven te denken dat ik zo’n popmuziek zou maken. De technologie staat ons toe te maken wat willen, en alles zal steeds tot in de details kloppen. Met die gedachte in het achterhoofd was ik ontzettend enthousiast om pop te maken met Jason. Ik zag het als een echte uitdaging. Het is moeilijker dan andere genres omdat we dagelijks nieuwe zaken moeten bijleren.”
Friedman: “Ik ga het zeggen: we zijn de band die we echt willen zijn.” (lacht)

The Hundred In The Hands speelt op 16 november in de Gentse Charlatan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht − zes =