Iron Maiden :: The Final Frontier

Het is al genoeg gezegd, de metalopa’s van vandaag zullen nooit meer “de oude” worden. De eminence grise van de metalscene teert al twee decennia lang op zijn grootste klassiekers. Ook Iron Maiden is een mooie illustratie van de vergrijzing van de metaltop. Bij de rabiate aanhangers van de IJzeren Maagd leidde de laatste twintig jaar elk nieuw album tot eindeloze discussies. Wij vragen ons of deze discussies überhaupt nog relevant zijn.

Toch presteerden thrashmonumenten Megadeth en Slayer recentelijk boven ieders verwachtingen met elk een back-to-basicsalbum. Judas Priest en Manowar scoorden met hun laatste — nochtans spectaculaire — conceptalbums dan weer ondermaats. Metallica kan al meer dan tien jaar geen deftige song meer schrijven, maar schept wel meer poen dan ooit. Ook Iron Maiden doet zijn fans financieel afzien. De grootste heavy-metalband brak nooit door tot de Europese mainstream, maar toch vult Iron Maiden elk jaar opnieuw festivalweides en voetbalstadions. Generaties metalminnende pubers liepen in Maiden-shirts en leerden hun eerste gitaarintro op de muziek van “Wasted Years”. Iron Maiden had evengoed een impact op verschillende generaties metalbands. De IJzeren Maagd blijft wereldwijd muzikaal erfgoed.

Iron Maiden stak de afgelopen jaren niet alleen moeite in groots opgezette nostalgische tournees en talrijke nutteloze verzamelaars en dvd’s, maar ook in twee albums. Dance Of Death en A Matter Of Life And Death werden dan wel op gemengde gevoelens ontvangen, toch is de band het songschrijven nog steeds niet verleerd. De vraag bleef echter of het grote (metal)publiek nog trek had in nieuw materiaal.

De Britten hanteren namelijk sinds jaar en dag dezelfde basisformule: bassist Steve Harris is de dirigent voor de drie gitaristen die de riffs en de solo’s aan de lopende band produceren terwijl Nicko Mc Brain zijn snare, een cimbaal of twee en zijn troms bespeelt. Eeuwige puber Bruce Dickinson blijft de (gillende) stem van de band. De hyperactieve zanger heeft het ditmaal niet over mythologie of geschiedenis. The Final Frontier draait rond de ruimte. Gaat Iron Maiden dan ook resoluut voor een muzikaal toekomstbeeld?

De (veel te) lange intro van “Satellite 15…The Final Frontier” doet alvast futuristisch aan. Ook het drumgeluid heeft een moderne touch meegekregen. Pas na vijf minuten maakt Dickinson zijn opwachting en horen we een klassieke Maiden-riff. Maar het eentonige refrein — alsof we nog niet wisten dat we the final frontier voorgeschoteld krijgen — werkt al snel op de zenuwen. Het knip- en plakwerk zal ongetwijfeld bij veel fans een slechte beurt maken.

Op naar “El Dorado”, dat op het eerste gehoor als dertien-in-een-dozijn-hardrock klinkt. Op de galopperende bass en Dickinsons stem na lijkt in de swingende single het typische Maiden-gevoel weg. Met de introducerende solo en catchy riff maken de songschrijvers zich er veel te gemakkelijk vanaf. De krachtige ballade “Coming Home” doet dan weer vooral aan Rush en Dream Theater denken. De invloed van Kevin Shirley, zeker geen onbekende in het progmilieu, zit hier zeker voor iets tussen. Dickinson tovert zelfs een nieuw stemgeluid uit zijn strot. Ondanks het indrukwekkende solowerk doet het nummer, dat beter zou passen in een soloalbum van Dickinson, niet meteen revolutionair aan.

Toch wordt de fan van Brave New World tweemaal op zijn wenken bediend. “Mother Of Mercy” is een bom en klinkt als een uiterst herkenbare, moderne Maiden-classic. Net als “The Alchemist” is het een dodelijk efficiënt nummer dat je meteen bij de keel grijpt. Eindelijk stimuleert Dickinson je om nog eens te luchtgitaren. Toeval of niet, maar de kortste songs zijn het beste dat The Final Frontier te bieden heeft.

Met de progrockgeorienteerde nummers moet je meer geduld uitoefenen. In songs als “Starblind” en “Isle Of Avalon” is er niet alleen ruimte voor catchy riffs, maar ook voor (heel) lang uitgesponnen songstructuren en keyboards. Deze langdradige nummers zijn op muzikaal vlak bij tijden indrukwekkend, maar toch word je opgezadeld met een oncomfortabel gevoel: de traditionele Iron Maiden is (alweer) ver te zoeken.

De drie laatste nummers zijn samen goed voor een halfuur (!) progpassages, riffs en solo’s. Iron Maiden probeert terug te grijpen naar de magische songs uit zijn gouden tijdperk (denk aan “Rime Of The Ancient Mariner”). Het door Janick Gers uitgedokterde “The Talisman” is zonder twijfel een boeiende lezing “hoe schrijf ik als vijftigjarige rocker een topnummer”. Het dynamische tempo en het licht ontvlambare refrein zullen het vuur in menig Maiden-fan even doen oplaaien. Maar na één nummer is het welletjes geweest. De ellenlange uitstappen in “The Man Who Would Be King” en “When The Wild Wind Blows”, uitgeschreven door Harris en Dave Murray, zijn behoorlijk vermoeiend. Het zijn bezwaarlijk slechte nummers, maar wie heeft nog trek in deze twee extra porties Iron Maiden? Wij wilden vooral terugspoelen naar de korte hapklare songs.

Kan The Final Frontier bekroond worden tot de beste Iron Maiden sinds Brave New World? Ja en neen. Het gevarieerde album getuigt van een intensieve zoektocht naar de juweeltjes uit het eigen verleden en de proggeschiedenis. Maar de hamvraag blijft: hoeft dit metalmonument nog grootschalige renovatiewerken? Op het podium mag de IJzeren Maagd gerust in haar meest klassieke vorm (lees: legendarische eighties-stijl) opgesteld worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 + acht =