Eli ”Paperboy” Reed :: Come And Get It!

Als een grote vernieuwer zal Eli “Paperboy” Reed nooit de geschiedenis ingaan, en wie vindt dat de waarde van een artiest afgemeten moet worden aan diens toevoegingen aan de edele kunst van de rock-‘n-roll, die zoekt best andere oorden op. Maar voor wie op gezette tijden een streep old school soulpret weet te appreciëren, is ook deze nieuwe Reed een godsgeschenk. Niet zo’n overrompelende trip als voorganger Roll With Me (2008) maar wel opnieuw een verdomd geslaagd zomerplaatje.

Retrosoul zit al enkele jaren in de lift, en een groot deel van die verdienste mag op het conto van mevrouw Winehouse en haar navolgers geschreven worden. Samen met gewiekste producers zijn zij er immers in geslaagd om het genre een zweem van hedendaagsheid te geven. Die pseudovernieuwde sound is meer een marketingtruc dan iets anders, maar als het ook maar vijf luisteraars heeft aangezet om eens op zoek te gaan naar het rijke soulverleden, dan is dat mooi meegenomen. Reed klinkt nog wat authentieker (of ouderwetser, zo u wil) dan de vrouwenliga en wordt daarin enkel nog voorbijgestoken door Sharon Jones, zowat de enige hedendaagse soulartieste die ons nog zou kunnen wijsmaken rechtstreeks uit het Memphis van 1967 te komen.

Roll With It was een verrassend flukse, kontendraaiende plaat vol opzwepende R&B en ultragladde soul, gebracht door een koorknaap die het Heilige Vuur gevonden had en ondersteund werd door een band die de Dap Kings bijna datzelfde vuur aan de schenen legde. Come And Get It!, de eerste plaat voor een major label, klinkt naar verwachting iets gestroomlijnder, wat niet betekent dat hiphopproducer Mike Elizondo en Reed de weg van de commerciële toegeving op zijn gegaan. De songschrijverij van Reed is intact, hij weet z’n covers met zorg te kiezen, wordt nog steeds omringd door de zevenkoppige soulmachine The True Loves en de toewijding spat werkelijk van elke song.

Die songs zijn doorgaans kort, volgestouwd met hooks en het ideale vehikel voor Reeds vocale capriolen, die verwijzen naar de traditie van Marvin Gaye, Otis Redding en Smokey Robinson, en de platen van Stax en Motown. Een stuwende ritmesectie, een schetterende kopersectie, extra strijkers in de refreinen, jankend gesmeek en gekermde beloften, het is er allemaal vanaf opener “Young Girl”. De stukjes vallen nog beter op hun plaats in het geweldige miniatuurtje “Name Calling”, met z’n woordspelingen (“You went from name calling to calling my name / You went from schoolyard teasin’ to all night pleasin’”), z’n onweerstaanbare brugje en onbezorgde vibe. Wie hier niet op z’n minst wat beter gezind van wordt, moet dringend van dat kneuterige folkdieet af.

Daarna schommelt de kwaliteit wat. Zo zijn er een paar songs die op de radio vast voor een verrassingseffect kunnen zorgen, maar op dit album wat anoniem voorbijglijden. Het zijn vooral de iets meer gedreven en opgewekte songs, zoals de titeltrack en “Found You Out”, die bijblijven. Al krijgen de liefhebbers van de Philly soul van The Delfonics ook wat om duimen en vingers bij af te likken: “Pick A Number” en “Pick Your Battles” zijn vaselinezachte slaapkamersoul zoals je die nog zelden hoort. Romige muzak voor ritjes over de Chaussée d’Amour.

En toch wringt het gestileerde laarsje net daar: wij houden namelijk het meest van de Reed die het uitschreeuwt als een hysterisch foorwijf, z’n bandleden jent en de barometer tilt doet slaan. Het is dan ook jammer dat dàt pas gebeurt met “Explosion”, de amper onder controle te houden soulfunk die de plaat afrondt. Als hij er zo een paar had weten te verdelen over Come And Get It!, dan was het zijn reputatie als vaandeldrager van de retrosoul alleen maar ten goede gekomen en was die titel nog iets gepaster geweest. Het blijft echter een fijn plaatje en er is geen enkele reden om te vrezen voor de toekomst. Deze knaap is een blijvertje.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in