Wavves :: King Of The Beach

Wavves, het geesteskind van probleemgeval Nathan Williams, zet op zijn derde plaat een fraaie stap vooruit. Geluidsmuren worden tot een aanvaardbare hoogte teruggebracht en de wilde gitaarrock van het trio krijgt een opvallend melodieuze inslag. Sixpack opentrekken en verder lezen, dat is de boodschap.

Even leek het erop dat het niet meer zou gebeuren, maar Wavves heeft toch een nieuwe, derde plaat gemaakt. Een klein wonder, gezien de woelige geschiedenis van de nog jonge band. Eerste plaat Wavves zorgde voor een kleine hype, waar de band rond Nathan Williams handig op inspeelde door van de tweede plaat bijna letterlijk een doorslag van het debuut te maken. Met de titel Wavvves, een nagenoeg identieke hoes en songs die inwisselbaar zijn, leek de band een spelletje zoek de zeven verschillen te willen spelen, zichzelf daarmee serieus in de hoek van de one trick pony manoeuvrerend.

Tot overmaat van ramp liep het vorig jaar ernstig mis op het Spaanse Primavera Sound Festival. Na een hachelijke combinatie van pillen, keerde Williams zich plots fysiek tegen het publiek en zijn bandgenoten. Later dat jaar leek de storm te gaan liggen. Met de drummer en bassist van Jay Reatard werd een nieuwe plaat ingeblikt en die laat horen dat op het geluid van Wavves behoorlijk wat rek zit.

In die mate zelfs dat King Of The Beach aanvankelijk behoorlijk onwennig aanvoelt, zozeer is de band op een goed jaar tijd geëvolueerd. Op zich heeft het trio nochtans niet zò’n opzienbarende evolutie doorgemaakt, als je naar de drie albums kijkt. Alleen: doordat het tweede album weinig of niets nieuws te bieden had, lijkt het alsof Wavves een drastische koerswijziging genomen heeft.

Na enkele luisterbeurten blijkt dat echter behoorlijk mee te vallen. De omkadering mag misschien anders zijn, de ziel van Wavves is nog steeds dezelfde. En die is: zonnige lofi-popnummers maken. Waren die in het verleden nog omgeven door een mantel van overstuurde gitaren, dan komt het Beach Boys-aspect, dat overigens altijd al in de band aanwezig was, nu op het voorplan.

Dat wil zeggen: de Beach Boys zoals ze geïnterpreteerd worden door enkele slackers met gevoel voor ritme en een voorliefde voor je m’enfoutisme. Zonder de gigantische sonische aanvallen uit het verleden, levert dat heerlijke, melodische rammelrock op zoals de titeltrack of melancholische trashers zoals het aanstekelijke "Idiot".

Maakt Wavves te weinig noise tegenwoordig? Misschien wel in vergelijking met de twee voorgangers, maar de gruizende gitaren zijn niet helemaal verdwenen op King Of The Beach. Hun aanwezigheid zit wat dieper, wat geen slechte zaak is. Moest je in het verleden onder dikke lagen noise op zoek gaan naar iets dat voor een melodie kon doorgaan, dan zijn de rollen nu omgekeerd, wat King Of The Beach tot een aantrekkelijke, no nonsense plaat maakt.

Bijzonder vernieuwend of zelfs opzienbarend is het natuurlijk allemaal niet. Maar Williams weet perfect hoe hij, net zoals ook Harlem en tot voor kort Oxford Collapse, een zorgeloos zomers gevoel moet omzetten tot een opwindende lap rock-’n-roll. Dat zijn bandje daarmee geen geschiedenis zal schrijven, doet er eigenlijk niet toe. Een kick van 37 minuten, wie heeft meer nodig bij deze temperaturen?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 1 =