Karen Elson :: The Ghost Who Walks

Geen ronkende kettingzagen of wild om zich heen maaiende hakmessen. Op The Ghost Who Walks ontpopt Karen Elson zich tot een lieflijke moordenares die stilletjes de slaapkamer insluipt om u vervolgens een dodelijke nachtzoen toe te dienen.

Van een plaatsje op de catwalk naar een plaatsje op het podium. Nu ook slinkse marketeers ontdekt hebben dat mooie meisjes goed in de markt liggen, wordt illustere paspoppen wel vaker een microfoon onder de neus gedrukt. Jaarlijks wagen dan ook een handvol topmodellen de sprong naar de muziekwereld. Dergelijke debuten worden over het algemeen op argwanend gemor onthaald. Wanneer vrouwlief dan nog eens de vriendin van een gevierd rockster blijkt te zijn, is het hek helemaal van de dam. Karen Elson beschikt zowat over alle eigenschappen om door critici zwaar op de korrel genomen te worden.

Met defilés voor ondermeer Dolce & Gabbana, Chanel en Versace op haar conto, kunnen we Elson tot de absolute top in het modellenwereldje rekenen. De overstap naar de muziekwereld strekt, — behalve voor wie al ooit van Elsons echtgenoot, een zekere Jack White (The White Stripes, The Raconteurs, The Dead Weather), gehoord heeft — dan ook enigszins tot de verbazing. De twee stapten vijf jaar geleden in het huwelijksbootje en het is vermoedelijk onder zijn goedkeurend oog dat deze The Ghost Who Walks tot stand is gekomen.

Helemaal onervaren is Elson evenwel niet. Ze werkte reeds samen met Robert Plant, waar ze de achtergrondzang voor haar rekening nam, en Cat Power, met wie ze aan een Engelstalige coverversie van Gainsbourgs “Je t’ aime… moi non plus” werkte. Verder was ze ook al geruime tijd actief bij het New Yorkse variétégezelschap The Citizens Band, een gegeven dat ze in cabareteske nummers als “100 Years From Now” en afsluiter “Mouths To Feed” niet bepaald onder stoelen of banken steekt. Haar gebrekkige ervaring wordt overigens ruimschoots gecompenseerd door het gezelschap waarmee ze zich omringt. Haar man, Jack White, hanteert de drumstokken en neemt ook de productie voor zijn rekening. Met verder nog Jack Lawrence en Dean Fertita (beiden The Dead Weather), Carl Broemel (My Morning Jacket) en Jackson Smith (zoon van Patti) is het overduidelijk dat de verdienstelijke band waarop Elson kan terugvallen in grote mate aan Whites adressenboekje toegeschreven mag worden.

Het titelnummer trekt The Ghost Who Walks met een bloedmooie murder ballad op gang, en dat donkere sfeertje blijft een album lang op de plaat rondwaren. Karen Elson blijkt algauw een bevlogen vertelster die, ondanks haar niet al te bijzondere stemgeluid, de luisteraar meteen bij de nekharen weet te grijpen. Karen Elson beweert dan wel, op “Lunasa” na, alle nummers zelf geschreven te hebben, haar hand werd bij tijden overduidelijk gestuurd door haar echtgenoot. Dat wordt onweerlegbaar duidelijk op het bluesy “The Truth Is In The Dirt”, een nummer waarin Elson boven zichzelf uitstijgt en dat haaks staat op het meer ingetogen vervolg van de plaat.

Dat meer ingetogen vervolg gaat echter nooit vervelen. De griezelige herfstsfeer blijft aanhouden, thema’s als passie, bedrog en misdaad passeren herhaaldelijk de revue en er wordt kwistig in het rond gestrooid met volle manen, snijdende rozen en winderige grasvlaktes. Behoorlijk clichématig allemaal, maar de kwaliteit van de nummers maakt veel goed en zorgt ervoor dat Elson hier op bewonderenswaardige wijze mee weg weet te komen. De rest van het album staat bol van lichtvoetige countrysongs met een donker randje die meteen aan PJ Harvey doen denken, al zijn ook vergelijkingen met Cat Power zeker en vast gerechtvaardigd.

The Ghost Who Walks is ontegensprekelijk een erg verdienstelijke plaat die het beluisteren meer dan waard is. Karen Elson schittert in haar rol als bezield vertelster. Al blijft het hoogst twijfelachtig of het album ook zonder toedoen van manlief Jack zulke hoge ogen had weten te gooien.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier + 10 =