Roky Erickson with Okkervil River :: True Love Cast Out All Evil

"Red eens een oude held uit de vergetelheid": het is een spelletje dat Amerikaanse indiemuzikanten de laatste jaren maar al te graag spelen. Nadat Animal Collective en Devendra Banhart Vashti Bunyan uit haar kluizenaarschap haalden, doet Okkervil River nu hetzelfde met monument Roky Erickson, een man die nog lang niet uitverteld blijkt.

Roky who? Even een geschiedenisles, waarvoor we terug moeten naar 1965, toen de Texaan Roger Kynard Erickson met enkele vrienden het groepje 13th Floor Elevators oprichtte. Het duurde nog geen jaar of debuutplaat The Psychedelic Sounds Of The 13th Floor Elevators vestigde de groep als een van de pioniers van de psychedelische rock. Met het bijtende "You’re Gonna Miss Me" scoorde de groep zelfs een bescheiden hit.

Nauwelijks in 1968 aanbeland begon alles echter verschrikkelijk fout te gaan: bij Erickson werd schizofrenie vastgesteld, LSD werd gulzig gebruikt en nadat hij met een joint was betrapt, werd hij geïnterneerd. Pas in 1974 kwam hij weer op vrije voeten en startte een nieuwe, meer hardrock gerichte band. Tijdens de eighties ging hij echter helemaal de nutcasetour op: een obsessie met de post en aliens en steeds minder muziek volgde. In 1995 was er nog All That May Do My Rhyme, maar toen ging het licht uit. Tot hij in 2008 opdook op de Batcat-EP van Mogwai, en kennis maakte met Okkervil River.

Met die band als backing maakte hij True Love Cast Out All Evil, een waardige terugkeer en een plaat die het songschrijftalent van Erickson alle eer aandoet. De zang is breekbaar geworden, maar daardoor snijdt alles nog net ietsje dieper: niets maakt een song zo sterk als het patina van een stem die geleefd heeft. En op de songs is nauwelijks iets aan te merken. Okkervil Riverfrontman Will Sheff had dan ook zestig nummers om uit te kiezen, waarvan sommigen teruggaan naar zijn periode van opname.

Er zit iets van een open zenuw in nummers als "Devotional Number One" (opgenomen toen Erickson nog geïnterneerd was in de seventies) en "Be And Bring Me Home". Kippenvel bij dat laatste nummer is haast onvermijdelijk: gebroken pleit Erickson voor een sterke arm om hem naar huis te dragen, Okkervil River antwoordt met omfloerste trompetjes en het soort trage walsbegeleiding die het altijd goed doet in gindse saloon. Meteen daarna bewijst de band dat het Erickson op alle tempo’s en in alle stijlen aanvoelt in de snedige, warme rocker "Bring Back The Past". De truckers aan de toog beginnen enthousiast een goedmoedig gevecht.

Maar toch zijn het de trage nummers die het diepste snijden. "Please Judge" is True Love Cast Out All Evil op zijn meest hulpeloos en laat de rauwe kracht van Erickons stem pas goed tot uiting komen. "Please Judge, don’t send to keep that boy away", pleit hij, en je weet dat hij het over zichzelf heeft. Okkervil River geeft de track een bijna-ambient aandoende achtergrond, en onderbreekt het nummer zelfs even voor wat opnames uit de tijd toen de zanger opgenomen was.

Aandoenlijk is ook hoe Erickson in "John Lawman" de rocker in zichzelf nog eens wakker maakt en licht-amechtig aan het schreeuwen gaat. Ook het titelnummer is bloed- en bloedmooi. Over de meest spaarzame en ingehouden begeleiding— er zitten zeker vier instrumenten in, maar ze houden zich erg op de achtergrond — zingt de frontman een ballad zonder omwegen: eerlijk en pakkend.

True Love Cast Out All Evil heeft iets van een wederopstanding. Erickson heeft zijn zwakheden, zijn zware verleden tot zijn sterktes gemaakt en Okkervil River heeft de fijngevoeligheid om hem daar op de juiste manier bij te helpen. Soms klassiek als een caféband, maar op gezette tijden ook zo verdomd slim. Het respect van de bandleden is tastbaar, en maakt dat deze plaat zoveel sterker is dan de freakshow die een gelijkaardig kwetsbare mens als Daniel Johnston soms is. Dit zou wel eens een klassieker kunnen zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 + 6 =