Cracker :: Live At The Rockpalast Crossroads Festival

Cracker is bij uitstek zo’n Hoe zou het zijn met…?-band. Ze piekten even tijdens de grungegolf (dertigplussers kennen ongetwijfeld nog "Low" of "I Hate My Generation"), leken ieder moment te kunnen doorbreken, en vergleden vervolgens naar het status van kleine garnaal met een gekrompen, maar loyale aanhang. Deze livedubbelaar met dvd, opgenomen in 2008, laat horen dat de band eigenlijk meer krediet verdient.

Nochtans is het best te begrijpen waarom het na dat tweede album Kersone Hat (1993), artistiek en commercieel een hoogtepunt, nooit meer hetzelfde was. Cracker was een prima, zelfs uitstekende band, maar bleef verstoken van vernieuwing, hippe reflexen of andere stunts. Zanger/gitarist David Lowery had dan wel z’n absurde humor meegebracht van collegefavoriet Camper Van Beethoven, een van de meest kleurrijke indiebands uit de jaren tachtig, maar met Cracker werd een andere koers gevaren. Hier geen exotische hoempapa, liedjes over bowlende skinheads of rammelende Black Flagcovers, maar vrij klassieke rock-’n-roll die het terrein tussen de 90’s alternative en seventiesrock verkende. Een scheut blues en country met een snuifje hardrock en een vette grijns en rocken maar.

En als we heel eerlijk zijn: we waren en blijven fan, maar die échte rock-’n-rollklassieker is er nooit van gekomen. Daarvoor waren alle platen na Kerosene Hat net iets te weinig consistent, al zijn Forever en vooral Gentleman’s Blues onderschatte albums waar de tandem van Lowery en Johnny Hickman terecht fier op kan zijn. En je vond er steeds enkele volbloed klassesongs op terug, waarvan er hier heel wat de revue passeren. Van de zeventien songs die hier verzameld worden, komt niet minder dan een dozijn uit de eerste zes jaar van hun carrière, wat voldoende zegt over hun gloriejaren. Daarmee zijn er ook aardig wat overlappingen met liveplaat Hello Cleveland! Live From The Metro (2002), maar er valt dan ook niks in te brengen tegen songs als "Teen Angst" (met z’n onvergetelijke "What the World needs now, is another folk singer, like I need a hole in my head"), "Big Dipper" en "Low".

Vreemd genoeg wordt het decennium erna onaangeroerd gelaten en krijg je enkel nog twee songs uit Greenland (2006) en drie van het recente Sunrise In The Land Of Milk And Honey (dat ten tijde van dit concert nog moest worden opgenomen). Die songs laten trouwens geen vermeldenswaardige afwijkingen horen van het klassieke Crackergeluid. Helaas weten ze zich onvoldoende te onderscheiden om evenveel enthousiasme op te wekken als enkele oudjes. Je moet dan ook spul van een ferm kaliber in huis hebben om de strijd te kunnen aanbinden met de gebralde onzin van "Euro-Trash Girl", de gespierde powerpop van "Waiting For You Girl" of de door Hickman gezongen tegeldraaier "Another Song About The Rain". Om nog maar te zwijgen van de hard rockende autoklassieker "Seven Days" of het naar Crazy Horse neigende "One Fine day".

De bijhorende dvd van hetzelfde concert is mooi in beeld gebracht, klinkt even goed als het album en onderstreept nogmaals de sterktes en zwaktes van de band: uitmuntende songschrijverij, prima uitvoeringen (huidige ritmetandem Sal Maida en Frank Funaro zijn muzikanten die ’oerdegelijk’ gegraveerd hebben op hun voorhoofd), en een charmante, ietwat verzadigde no nonsense-attitude. Net die doe maar normaalhouding heeft hen waarschijnlijk ook een pak kansen gekost, al strekt het hen tot eer om resoluut hun ding te doen. Hun wrange ervaringen met een groot label (Virgin) schreven ze van zich af met "Ain’t Gonna Suck Itself". Daarna bleef de band doen waar hij goed in is. Tot overduidelijk jolijt van de dankbare fans, voor wie dit geschenk in eerste instantie dan ook bedoeld was.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × vijf =