The Card Counter

Paul Schrader – een van de grote namen van het ‘New Hollywood’ van de jaren negentienzeventig en – tachtig – kende zijn grootste triomfen als regisseur (American Gigolo, Hardcore, Mishima: A Life in Four Chapters) bijna vier decennia geleden, maar bleef ook nadien nog intrigerende films afleveren zoals Light Sleeper en Light of Day. Na een kwalitatief ietwat mindere periode verbaasde Schrader vriend en vijand met First Reformed en nu bevestigt hij de teruggevonden vorm met de uiterst geslaagde genre-oefening The Card Counter.

Opgebouwd in de visuele partituur van een ‘neo-noir’ (met een knappe verkenning van de limieten van de ‘koude’ esthetiek van digitale cinema) toont The Card Counter het eenzame bestaan van William Tell (Oscar Isaac) een Irak-veteraan die tijd doorbracht in de gevangenis na het ‘Abu Ghraib’ martelschandaal en nu zijn dagen slijt als professioneel gokker en pokerspeler. Geplaagd door zijn gewelddadig verleden, werpt Tell zich op als een soort surrogaatvader voor Cirk (Tye Sheridan), een jongeman die eveneens geen blijf weet met zijn inwendige woede.

Die synopsis leest onvermijdelijk als een variant op eerder werk van Schrader, hetzij als regisseur, hetzij als cineast. Het is immers niet zo moeilijk om in Isaacs personage sporen terug te vinden van de protagonisten uit American Gigolo, Taxi Driver (wellicht Schraders beroemdste script) of Light Sleeper. Ook hier draait alles om schuld en verlossing en blijkt geweld catharsis te bieden in het proberen bereiken van die verlossing (ook al probeert Tell aanvankelijk alles om op een niet-gewelddadige manier zichzelf te vergeven voor wat hij aanrichtte tijdens de folteringen die hij uitvoerde). Het concept van spirituele verlossing is dan ook opnieuw dominant aanwezig in The Card Counter, maar Schrader filtert alles doorheen een onderkoeld misdaadverhaal met flitsen van Martin Scorseses The Color of Money en een hele reeks titels uit zijn eigen oeuvre. De wereld van professionele kaartspelers geeft de cineast ook de kans om helemaal in te zetten op een kille en afstandelijke sfeerschepping, die het perfecte gladde oppervlak vormt voor de turbulente ondergrond.

Zowel Isaac als Sheridan zijn sterk en krijgen degelijk weerwerk van Tiffany Haddish (recent ook al goed in Billy Crystals verder heel matige Here Today). De grote troef van The Card Counter blijft niettemin de knappe verontrustende sfeerschepping (met een paar ijzingwekkende nachtmerries die ons onderdompelen in de hel van Abu Ghraib) die een bezwerende en bijna hypnotische kracht schenkt aan dit grimmige verhaal gedomineerd door nauwelijks te controleren demonen.

Je kan moeilijk stellen dat Schrader hiermee opnieuw de hoogtes bereikt van de meesterwerken uit de vroege periode van zijn loopbaan, maar op 75-jarige leeftijd kan je er niet omheen dat de ‘New Hollywood’ veteraan nog altijd relevante films maakt die meer het bekijken waard zijn dan zowat de helft van wat de hedendaagse Hollywood of Indie ‘productie’ te bieden heeft.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 4 =