Bonobo :: Black Sands

Wie gedacht had dat Bonobo na het succes van Days To Come gemakshalve op hetzelfde stofje zou gaan voortborduren, heeft het bij het verkeerde eind. De nieuwe plaat is een muzikale ontdekkingsreis geworden die de term achtergrondmuziek naar een hoger niveau tilt. Op Black Sands glijdt de naald van uw platenspeler gedurende een vol uur langs de mooiste landschappen.

Goed nieuws voor wie al helemaal wild was van Days To Come. Op zijn nieuwe doet Bonobo het zowaar nog beter. Al zullen sommigen wellicht ook afhaken. Black Sands is weer wat minder toegankelijk dan zijn voorganger en grijpt bij tijde terug naar het prilste werk van onze favoriete aap. Die lagere toegankelijkheid doet echter niets af van het feit dat Bonobo hier met een klein meesterwerkje komt aanzetten.

Zelf kan Simon Green (de man achter Bonobo) niet zingen, dus beroept hij zich steevast op gastzangers voor de vocale invulling van bepaalde nummers. Op Days To Come viel die eer nog te beurt aan Bajka en Fink, hier opteert Bonobo voor Andreya Triana, een veelbelovend raspaardje uit de ninja tune-stal. De zweverige zangpartijen in nummers als "Eyesdown", "Stay The Same" en vooral "The Keeper" doen ons nu al reikhalzend uitkijken naar haar debuut Lost Where I Belong in augustus.

Een zeurende viool trekt het album op gang en al snel worden we in een warm bad vol verslavend lome beats ondergedompeld. Wat volgt is een meeslepende rit. Waar "Kiara" eerder Oosters aandoet wanen we ons op "El Toro" ergens diep in een Zuid-Amerikaans regenwoud. Begeleid door een akoestische gitaar en jazzy drums fluiten enkele blazers als exotische vogels om ons heen. "Kong" is dan weer je reinste souljazz en op "Eyesdown" horen we Burial in een luistervriendelijk jasje, met dank aan Andreya Triana. Bonobo flirt voortdurend met de muzikale grenzen, geen enkel moment kun je hem vastpinnen op een bepaald genre.

Vervolgens laat Bonobo een hoop gerenommeerde bands als Flying Lotus, Boards of Canada en Blockhead de revue passeren, zonder daarom in ondoordacht kopieerwerk te vervallen. In "We Could Forever" en "1009" wordt ongemerkt een versnelling hoger geschakeld. "The Keeper" en "Stay The Same" vergasten ons een laatste maal op Triana’s zoete stem en zijn de voorbode van een weergaloze finale. "Animals" lijkt wel van de hand van Cinematic Orchestra’s Jason Swinscoe en het titelnummer kan terugvallen op een prachtig uitgesponnen opbouw die wel eeuwig lijkt te duren, maar tenslotte uitmondt in een stille exodus.

Heel wat lovende woorden dus voor Black Sands, maar wil dat zeggen dat we Days To Come nu definitief in de vergeethoek moeten drummen? Helemaal niet. De switch naar live instrumentatie werd door iedereen gesmaakt en het is zeker en vast ook Bonobo’s meest toegankelijke plaat. De plaat werd destijds dan ook terecht op gejuich onthaald en daar willen we helemaal niets van afdoen. Echter, op Black Sands overtreft Bonobo zichzelf. Al het beste van zijn vorige werk wordt op deze plaat verenigd. Hij grijpt terug naar de traditionele samples van zijn prilste werk en combineert die met live instrumenten en zangpartijen. Dit alles maakt dat we Days To Come vooral moeten zien als een essentiële tussenstop, een noodzakelijke voorwaarde om van Black Sands méér te maken dan de zoveelste stereotype loungeplaat.

Laten we een album dat voortkabbelt voor één keer niet saai of inspiratieloos noemen. Hoewel het om achtergrondmuziek gaat, schreeuwen de nummers voortdurend om aandacht. In de voetsporen van labelgenoten Cinematic Orchestra ontpopt Bonobo zich tot een meester in het creëren van uitgestrekte filmische landschappen. Met dit schijfje instant vakantie overstijgt Bonobo de begrenzingen van tijd en ruimte om je mee te nemen naar de ongerept mooie wereld van Black Sands.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier + veertien =