Arno :: Brussld

Er zijn nog zekerheden, meneer. Net als sommige kardinalen de homofobie zullen prediken tot in de kist, kan je er ook van uitgaan dat Arno actief zal blijven tot hij echt niet meer kan. Next up, na het bijzonder sterke Jus De Box: Brussld, een ode aan zijn hoofdstad die helaas een tikje op automatische piloot wordt afgeleverd.

Verhaal genoeg over dit Brussld, nochtans. Al een goeie dertig jaar houdt Arno immers huis in onze hoofdstad, en meermaals nam hij de verdediging op zich van de unieke pot Belge die er brouwt. Een snelle blik in het tekstboekje maakt niettemin al meteen duidelijk dat de titel wat ambitieus gekozen is. Op single "Brussels" na, is er niets bijzonder hoofdstedelijk aan. Deze plaat had net zo goed French Bazaar of Jus De Box kunnen heten: gewoon een nieuwe collectie Arnosongs, met dien verschil dat deze keer de machtige Geoffrey Burton wordt gemist.

En af en toe blijkt het vertrek van die gitarist toch een aderlating. Zijn creatieve stoorzenders worden soms node gemist, zelfs al doet jong talent Bruno Fevery hard zijn best om diens schoenen te vullen. Niettemin wordt de plaat gedomineerd door toetsenist en longtime Arnokompaan Serge Feys, en die wordt niet langer tegengesproken door dwars snarengeweld. Dat scheelt aan opwinding en rock-’n-roll.

Dat is te merken aan opener "Black Dog Day" — het katergevoel herkenbaar neergeschreven, maar helaas net zo lamlendig gebracht. Op militaire beats marcheert "God Save The Kiss" even later langs, maar de kracht van een "Mon Sissoyen" zit er niet in. "Brussels" heeft dan weer een geweldige synthlijntje, maar zo’n stinker van een refrein dat het moeilijk is om er voorbij te luisteren. Serieus: "Dancing in the streets of Brussels/where they eat sprouts and raw mussels"? Van iemand als Arno verwachten we meer dan een paar goedkope clichés over Brussel.

Feestelijk wordt het één keer, met " Le lundi on reste au lit"; het soort binnenstebuiten gekeerde ’hoempapa’ waar Arno zijn handelsmerk van heeft gemaakt. Ambiance. De ballad "Elle pense quand elle danse" werkt daarna van de weeromstuit ook, al was het maar in zijn typering van een bepaald soort ’chichitrutten’ met "toujours un sac en plastique avec de la bouffe macrobiotique" en "in love with the fifties", zoals het in de Engelstalige remake op de bonus-cd gaat.

Nog even blijft het zo ingetogen en sterk met een sterk "Get Up, Stand Up". Arno en Feys kleden Bob Marley’s klassieker uit tot op het bot, en komen daarmee weg. ’t is een truukje dat ze al een paar keer gedaan hebben — "Knowing Me, Knowing You", anyone? — maar het werkt. Waarna we met "Pop Star" opnieuw gaan suffen. Dan valt op hoe hard het le plus beau zelf is die zijn plaat onderuit haalt ook: zelden is zijn zang begeesterend, meestal klinkt ze met de handrem op gebracht. Combineer dat met een soms weinig inspirerende band en je krijgt een plaat van net niet.

Eindigen doen we niettemin sterk. "Ca monte" is als titel hoogstens vermoeide geile praat, maar heeft minstens één rake observatie met "Le chien dit rien quand il regarde l’&ecirctre humain". Een jakkerende ritmesectie, voortgestuwd door toetsen van Feys, geeft het nummer een onweerstaanbare drive. Het is wat weinig, en het komt laat.

In de herfst maakt Arno een tour door Brussel; van KVS over AB en Botanique naar VK: Brussld dat thuiskomt, een Arno die ook chez lui is. Met een beetje meeval krijgen de songs dan het leven dat ze hier wat ontberen. Dat is noenkel zijn stad nu wel verplicht.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 3 =