David S. Ware :: Saturnian

Het mooist van al is dat dit album er überhaupt gekomen is. Een goed jaar geleden zag het er immers niet naar uit dat van dit free jazzmonument ooit nog een album zou verschijnen. Maar kijk, het tij keerde en zo luidde Saturnian de blijde herintrede in van een muzikant die op z’n zestigste nog steeds niet aan berusting toe is.

Begin 2009 stuurde Steven Joerg, labelbaas van AUM Fidelity, een alarmerend bericht de wereld in: Ware’s nierbehandeling (die hij kreeg sinds 1999) bleek niet langer te werken en de enige kans op overleving was een niertransplantatie. Joerg deed een oproep naar donoren, en dat leverde zowaar succes op. Amper twee maanden later werd een geschikte donor gevonden en in mei vond de operatie plaats. De revalidatie kon spoedig beginnen en vol goede moed werd een terugkeer naar het front georganiseerd. Op 15 oktober 2009 vond in New York een eerste soloconcert van David S. Ware plaats. Dat concert, drie solostukken die samen goed zijn voor een goede vijfendertig minuten improvisatie, is nu op Saturnian terechtgekomen.

Het zal in grote mate te maken hebben met het verhaal en de revalidatie, want soloreleases zijn eerder zeldzaam in het oeuvre van Ware, die zich de voorbije twee decennia vooral onderscheidde met een kwartet (geflankeerd door pianist Matthew Shipp, bassist William Parker en een paar verschillende drummers) dat geregeld vergeleken werd met de grote jazzbands van de jaren vijftig en zestig. Wie bewijzen wil horen, kan terecht bij releases als Corridors & Parallels (2001), Live In The World (2005) of het fenomenale Live In Vilnius (2009, voorlopig enkel op vinyl verschenen), stuk voor stuk documenten die getuigen van imposante virtuositeit, emotioneel gewicht én een rusteloosheid en spiritualiteit die rechtstreeks lijkt voort te vloeien uit het pionierswerk van John Coltrane.

Ware is bij uitstek een zoekende muzikant én een spiritueel mens die gelooft dat muziek maken en beluisteren zo veel meer is dan uitvoeren en interpreteren van wat op papier geschreven staat. De improviserende muzikant is alert en stelt zich open voor zijn impulsen, is bereid om een reis af te leggen die zijn zelfkennis en ontplooiing ten goede kan komen. Dit kKlinkt misschien wat duf in oren die eerder gesteld zijn op zakelijke input en no nonsense, maar blootgesteld worden aan Ware’s monumentale muziek maakt meestal veel duidelijk. Hoewel hij best toegankelijke albums gemaakt heeft in z’n carrière, leidde die houding vooral tot heel open en expansieve muziek, waarbij thema’s en melodieën vaak uitgesmeerd worden over vele maten en minuten, interacties en solo’s die vaak heel wat vergen van de luisteraar.

Met Saturnian is het niet anders. Meer nog: het album is zelfs een pak abstracter en moeilijker dan zijn voorbije albums. Hier gaat de man zich immers volledig te buiten aan vrije improvisaties, wat zorgt voor abrupt afgevuurde notenslierten die schalen op en af razen, nu eens gierend in het hoge register, dan weer ronkend in het lage en nog vaker onvoorspelbaar op en af wippend tussen de twee. Het is onrustige, geagiteerde muziek die amper houvast biedt en resoluut kiest voor introspectie. Dat maakt het erg fascinerend, al heb je soms ook het gevoel getuige te zijn van een oefensessie die eigenlijk niet voor jouw oren bestemd was. De blues, zo diepgeworteld in veel van zijn muziek (zelfs de meest transcendentale), is hier meer naar de achtergrond verschoven, moest wijken voor gehuil, gekwetter en andere vliegensvlugge hoogstandjes.

Ook opmerkelijk: voor elk van de drie stukken koos Ware een ander instrument. Voor "Methone" en "Pallene" zijn dat minder bekende blaasinstrumenten, respectievelijk de saxello (die lijkt op een sopraansax met een gebogen uiteinde) en de stritch (de grote broer van de sopraansax). Beide instrumenten werden regelmatig gebruikt en bekend gemaakt door Rahsaan Roland Kirk, maar hun wat nasale klank is eerder zelden te horen binnen de jazz. Het is geen verrassing dat Ware vooral imponeert als hij z’n getrouwe tenorsax hanteert. Je hoeft geen kenner te zijn om te horen hoe verknocht hij is aan dat instrument, waarvan hij de mogelijkheden haast lijkt uit te putten op tien intens meditatieve minuten die ’s mans gezaghebbende kunnen laten horen in al z’n glorie, met meervoudige climaxen en kloeke dynamiek.

Saturnian is een aanrader voor de fans en liefhebbers van saxofoonexploraties, maar tegelijkertijd wel met de bedenking dat dit absoluut niet de manier is om de man voor het eerst aan het werk te horen. Het is een heel vrije en compromisloze plaat, die laat horen dat de Ware, ondanks z’n brandende passie, nog steeds niet aan commerciële of creatieve toegevingen doet. Wie verknocht is aan dergelijke moeilijkdoenerij krijgt dan weer goed nieuws mee: de ondertitel – solo saxophones, volume 1 – lijkt alvast meer te beloven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes + 9 =