In Memoriam David S. Ware (1949-2012)

Gisterenavond overleed de Amerikaanse saxofonist David S. Ware aan de gevolgen van een nierfalen. Drie jaar geleden kreeg hij een nieuwe nier. Twee jaar lang verkeerde hij in stabiele gezondheid, tot hij, niet lang na een opgemerkt optreden in Europa in 2011, opnieuw terechtkwam in een eindeloze reeks van ziekenhuisonderzoeken en –opnames. Dat zou hem uiteindelijk fataal worden.

David S. Ware was als tiener al geobsedeerd door jazz en kreeg les van een van de grootste jazzmuzikanten: Sonny Rollins. Die zou hem zelfs de circular breathing aangeleerd hebben. Hoewel hij later vaker vergeleken zou worden met dat andere icoon van de tenorsax (John Coltrane), zou de invloed van Rollins een constante blijven: zo voerde Ware ook regelmatig diens Freedom Suite uit en werd hij een aantal jaren geleden nog het podium opgeroepen bij de meester zelf.

Nochtans duurde het even voor Ware opgemerkt werd door een breder publiek. Als jonge twintiger vormde hij wel al Apogee, een band met drummer Marc Edwards en pianist Cooper-Moore, die ook te horen is op het recent verschenen Live At Jazzfestival Saalfelden 2011. In de jaren zeventig werkte hij regelmatig met pioniers als Cecil Taylor (ze speelden zelfs nog in Sint-Pieters-Woluwe!) en Andrew Cyrille, terwijl hij ook te horen was aan de zijde van volk als Milford Graves en Peter Kowald. Ware was een van de roergangers van een nieuwe generatie muzikanten die vanuit New York grote sier maakte.

De carrière kwam echter pas goed op dreef einde jaren tachtig, toen Ware, intussen al veertig, een trio oprichtte met Marc Edwards en bassist William Parker. Uit die band groeide al snel het David S. Ware Quartet, met de nog onervaren pianist Matthew Shipp als sluitstuk. Hoewel er een paar keer gewisseld werd van drummer (na Edwards kwamen respectievelijk Whit Dickey, Susie Ibarra en Guillermo E. Brown op het zitje terecht), stond dat kwartet al snel bekend als een van de meest indrukwekkende working bands van de voorbije decennia. Een eenheid van telepathische communicatie.

Ware’s haast bovenmenselijke controle op de tenorsax, gekoppeld aan een spiritueel geladen speelstijl die vaak een rechtstreekse verderzetting leek van de slotsalvo’s van Coltrane, leidde op plaat én live vaak tot jazz met een epische grandeur en verschroeiende intensiteit. Einde jaren negentig leek er geen maat meer te staan op het kwartet, wat er niet enkel toe leidde dat hij zelfs even door het rockciruit omarmd werd (er werd gespeeld in het voorprogramma van Sonic Youth) en belandde op een major label. Niet voor de hand liggend voor een pure freejazzband die met klassiek geworden stukken als “Mikuro’s Blues” en “Aquarian Sound” vooral inzette op hypergeconcentreerde marathons.

Het was Brandford Marsalis, vers aangetrokken als creative consultant bij Columbia, die zo overdonderd was door een concert van de band, dat hij voor een platendeal zorgde. Go See The World (1997) en Surrendered (1999) leken een doorbraak te forceren, maar door een gebrek aan promotie en de algehele malaise in de muziekindustrie werd dat hoofdstuk stopgezet in 2000. De dag van vandaag zijn die platen amper te vinden. Niet dat het kwartet zich creatief liet intomen, want op het jonge label AUM Fidelity werd uitgepakt met prachtplaten als Corridors & Parallels (2001), Freedom Suite (2003) en Renunciation (2007). Toch werd er een punt achter gezet in 2007, en verscheen het slotconcert op de ronduit fenomenale 2LP-release Live In Vilnius (No Business, 2009).

Begin 2009 verscheen een oproep van Steven Joerg, labelbaas van AUM Fidelity en persoonlijke vriend van Ware. Er werd dringend gezocht naar een nieuwe nier voor de muzikant. Die werd een paar maanden later gevonden, nota bene komende van de weduwe van een jeugdvriend. Het herstel verliep beter dan verwacht en blijkbaar beschouwde hij het ook als een nieuw begin, want sindsdien verschenen maar liefst twee soloalbums, een prachtige trioplaat en twee albums met het kwartet Planetary Unknown, met daarin oudgedienden William Parker, Cooper-Moore en Muhammad Ali.

Als die recente albums iets bewijzen, dan is het wel dat Ware opnieuw (of nog steeds) op een creatieve piek zat, met concerten die we onlangs nog omschreven als titanische momenten vol majestueus machtsvertoon. Zijn diep spirituele persoonlijkheid vertaalde zich in muziek met zowat de meest expansieve grandeur sinds de monumentale late opnames van Coltrane. Ware was, ondanks die virtuositeit en ambitie om aan aardse beslommeringen te ontsnappen, dan ook een artiest die van muziek een ervaring maakte. Zelfs na talloze draaibeurten krijgen we nog altijd een krop in de keel van stukken als “Ganesh Sound” (zie onder).

Hoewel hij gewoonweg buiten categorie stond en na een seconde al te herkennen valt, is zijn invloed op de moderne freejazz amper te onderschatten. Zijn overlijden laat dan ook een leemte na die niet zomaar ingevuld zal worden. David S. Ware was de Saxophone Colossus van de voorbije decennia. Hij werd 62.

Niet zo lang geleden werd nog een documentaire over hem gemaakt. Die kan hier bekeken worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien + negentien =