Gorillaz :: Plastic Beach

Driemaal is scheepsrecht! Liet Gorillaz op de vorige
twee platen al vlagen van z’n potentieel horen, dan komt dit stel
prettig gestoorde apen nu pas helemaal uit de mouw. Met Damon
Albarn aan het roer hijst het cartooncollectief deze keer de zeilen
naar Plastic Beach, een eiland/vuilnisbelt in de Stille Zuidzee.
Een goede raad: trek u van het voor de hand liggende ecologische
zedenlesje niet te veel aan en concentreer u op de muziek. Want die
is goed, heel erg goed. Voor het eerst laat Gorillaz namelijk
eclecticisme rijmen met consistentie en coherentie. Dat maakt van
‘Plastic Beach’ hun beste plaat tot op heden. Vamos a la
playa
!

Niet dat het titelloze debuut en opvolger ‘Demon Days’ geen knappe
platen waren. Alleen teerden ze iets te veel op de singles en
belandde er soms wat restafval tussen die uitschieters. Niet zo op
‘Plastic Beach’, deze plaat is geen wisselvallig amalgaam dat als
los zand (hebt u ‘m?) aan elkaar hangt. Hoewel Gorillaz meer
muzikale vaatjes dan ooit aan slaat, hoorden we nooit zoveel killer
en zo weinig filler op een plaat van deze virtuele band. Die
constante kwaliteit maakt het heerlijk cruisen langs de
zonovergoten kustlijn van ‘Plastic Beach’.

De genre-odyssee begint alvast bloedmooi met een orkestrale intro,
een elegante prelude op de gulzige pop-ouverture die volgt. Waarna
Snoop Dogg, slechts een van de vele ceremoniemeesters op ‘Plastic
Beach’, ons welkom heet met een klompje boterzachte soulfunk.
Waarna het National Orchestra For Arabic Music en rappers Bashy en
Kano ratelende hiphop en de exotica van John Zorn laten paardansen
in het avontuurlijke ‘White Flag’. Waarna… Enfin, u snapt het
wel. In de wereld van ‘Plastic Beach’ valt u van de ene verbazing
in de andere.

En dan zijn er nog de songs met Damon Albarn achter de microfoon.
Vormden die op de vorige platen nog de tochtgaten in het verhaal
van Gorillaz, dan zijn ze nu de lijm die deze kleurrijke collage
samenhoudt. Meer zelfs, Albarns lijzige, onderkoelde stem tekent nu
voor de ultieme hoogtepunten. Luister maar naar ‘Empire Ants’: een
dromerig begin, maar dan verschiet de song van kleur als een Willy
Wonka-kauwgombal en neemt catchy electropop het commando over.
‘Rhinestone Eyes’ is nog zo’n smakelijk popsnoepje en het
onweerstaanbare ‘On Melancholy Hill’ zou zonder de zoemende synths
met de vingers in de neus tot het beste werk van Blur
behoren.

Ook de gastbijdragen schoten nooit zo raak als op dit album.
Mark E. Smith
krijgt slechts een ultrakorte cameo toebedeeld in ‘Glitter Freeze’,
maar het woelwater weet de vunzige synth-orgie wel moeiteloos naar
z’n hand te zetten. Fraai! Lou Reed doet het op zich doordeweekse
‘Some Kind Of Nature’ toch boven zichzelf uitstijgen en de
heerlijke popquiz duurt voort met de superbe bijdrages van Bobby
Womack. Want schaamteloos geript van Eddy Grant of niet, wanneer de
rauwe soulstrot door single ‘Stylo’ komt gescheurd, trekt er een
siddering door de genitaliën. En drijvend op sierlijke strijkers in
het bitterzoete ‘Cloud Of Unknowing’ is de soullegende zo mogelijk
nog beter gecast!

Kortom, wij vinden geen spijker op laag water op ‘Plastic Beach’.
Dit is de plaat waarop de virtuele maskers vallen en Gorillaz het
cartoonconcept overstijgt. Gedaan met de vermakelijke spielereien,
Albarn en co spelen een plaat lang op het scherpst van de snee
tussen toegankelijkheid en polyvalentie. Alles wat de
Gorillaz-mangel passeert op ‘Plastic Beach’ wordt getransformeerd
tot fonkelende popdiamantjes. Driewerf hoera!

www.gorillaz.com
www.myspace.com/gorillaz

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien − 12 =