Zelienople :: His/Hers

Zelienople is geen vreemde incantatie noch een verwijzing naar een buitenwereldlijke demon die zielen verslindt en geesten in het verderf stort. Het is niet meer dan de naam van een gehucht in Pennsylvania, vernoemd naar Zelie, de dochter van de Duitse stichter. En toch roept de naam de meest vergezochte connotaties op.

Geen wonder dus dat het in Chicago wonende avant-garde rocktrio Matt Christensen, Mike Weis en Brian Harding Zelienople koos als groepsnaam. Hun muziek klinkt al even ongrijpbaar als de naam zelf. Als een vervaagde herinnering zweven hun nummers door de ruimte, en dit al vijf albums lang (de gelimiteerde uitgaven en zijprojecten niet meegerekend).

Met His/Hers tast de groep de grenzen van de spookachtige rock verder af zonder ooit in goedkope horroreffecten te vervallen, maar daarentegen het fragiele en ongrijpbare van het leven zelf in muziek om te zetten. Zo sluipt "Family Beast" doorheen de kamer, als een verzwegen geheim dat zijn last op de schouders van een hele familie laat rusten. Het zijn flarden van gesprekken die zich kenbaar maken, verwijten en beschuldigingen die een kamer vullen. Een onvertogen woord valt er echter niet, daarvoor zijn de gitaren die mee de verschillende stemmen vertegenwoordigen te veel op zichzelf gericht.

Natuurlijk is er ook een menselijke stem te horen, maar deze gaat zo op in het geheel dat het moeilijk is om nog het onderscheid te maken tussen de verschillende gitaarlagen en de fragiliteit van de menselijke stem zelf. In "Moss Man" komt die ijle stem opnieuw aan bod en weet ze zich al meer los te weken van de onderliggende gitaren. De slowcore-invloed manifesteert zich maar durft aanvankelijk de geestwereld nog niet te verlaten. Het is een schijnbaar chaotische percussieaanval die de wand tussen beide werelden verbreekt en laat horen hoe Low zou klinken, mocht de groep zijn mormoonse overtuigingen inruilen voor een occulter geloof.

De in spooksteden gecomponeerde countrysong "Parts Are Lost" weet treffend het gevoel van verlies te verwoorden. Het nummer vertrekt vanuit een reguliere opbouw, opgezet rond zang-drum-gitaar, maar laat de song echoën vanuit een andere wereld waardoor een gevoel van onbehagen naar voor treedt. Langzaam maar zeker sterft de melodielijn uit om plaats te maken voor sfeervolle klankconstructies die nog slechts vaagweg verwijzen naar het initiële nummer. Alsof een song en zijn schaduw van elkaar losgekoppeld en dan met elkaar verbonden worden, schuifelt het nummer verder.

De meest onaardse track is echter "Forced March". Van bij de start klinken de instrumenten alsof ze uit een andere dimensie komen, er wordt geen poging meer gedaan om de luisteraar een gevoel van herkenning of vertrouwen te geven. De beklemmende sfeer wordt tot het uiterste gedreven, hier zwaaien onuitgesproken gedachten en koortsdromen de plak. Het duurt even vooraleer de intenties van "Sweet Ali" duidelijk worden. Het lijkt zelfs alsof het nummer niet meer dan een epiloog is bij "Forced March". Ontdaan van zo goed als alle herkenbare structuren, is dit een laatste afdaling in verstilde waanzin. Er zijn geen woorden of structuren over die de tocht kunnen vatten, alleen het beleven blijft over.

Op His/Hers zijn niet alleen flarden slowcore en psych-folk genre Charalambides terug te vinden, maar ook vergeten gedachten en resonerende stemmen van wat vergaan is. Als een geestesverschijning vervliegt de plaat nog voor ze gehoord is. Zelienople geeft terug wat op de achtergrond in een tussenwereld verder leeft. Vergeten noch kenbaar maar immer aanwezig, hoe schijnbaar onbeduidend ook. Dit is een plaat die gekoesterd moet worden, ware het niet dat ze ook daarvoor te ongrijpbaar is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen − zes =