Boenox :: Styl-O-Phone

Kinky Star, 2009

De stylophone is een wonderlijk maar klein apparaatje
waarbij het bewegen van een stylus (puntig voorwerp; vergelijkbaar
met een balpen) op een elektrisch geladen metalen plaatje
verschillende synthetische klanken kan reproduceren. Verdere
technische details zal ik jullie besparen, maar het is interessant
om te weten dat het elektronische miniatuurinstrument na zijn
ontstaan in 1967 door verschillende artiesten (waaronder David Bowie en leden
van Kraftwerk) als vorm
van curiosum in hun muziek gebruikt werd. De stylophone leek
niettemin nooit aanspraak te kunnen maken op de titel van
“volwaardig instrument”, maar sinds de herproductie en hernieuwd
succes van het apparaat was dat misschien een voorbarige
conclusie.

Boenox zat in het verleden nooit verlegen om te experimenteren met
geluid en instrumenten, en in die optiek is de stylophone een
uitstekende rode draad voor het nieuwe album. De frontcover wordt
dan ook terecht gesierd door een gepersonaliseerd exemplaar van
Boenox (noot: niet het geval bij de afbeelding die bovenaan wordt
getoond). Wat de muziek betreft, geeft het kwartet van eigen bodem
opnieuw de voorkeur aan hun typerende formule: een eigentijdse mix
van klassiek en elektronica.

Verrassend genoeg kiest Boenox op ‘Styl-O-Phone’ voor een
gedeeltelijke vocale invulling van hun muziek. Zo zingt (of spreekt
in dit geval) Ilse Wanten bij ‘Zeven maal zeven’ en neemt Ilse
Eerens ‘Moederken alleen’ voor haar rekening. Deze nieuwe inbreng
is echter niet altijd een onverdeeld succes. Vooral de rol van
Wanten bij het openingsnummer is eerder een storend extraatje dan
een verrijking. Niettemin hoor je her en der al de complexe
gelaagdheid van de muziek door de tekst schijnen.

Op melodisch en ritmisch vlak biedt ‘Styl-O-Phone’ voldoende
panache om muzikale zoetekauwen en lekkerbekken uitgebreid te laten
smullen. Met name ‘Fuga’, dat aanvat met onverwachte volle
orgelklanken, is een treffend voorbeeld. Verder in het nummer is er
ook nog een heerlijke versmelting van klankkleuren (hobo, fagot,
cello) die op zijn beurt de compositie een aantrekkelijke
sfeerinvulling geeft. ‘Intrabassa’ bestrijkt een claustrofobisch
spanningsveld door zijn impressionistische gevoelsmatigheden. Enkel
een kleine tempoversnelling naarmate de seconden verstrijken zou
hier de luisteraar nog harder aan zijn stoel kluisteren.

Boenox blinkt vooral uit in zijn eigen vakgebied: het klassieke
werk. ‘Samedi Après-Midi’, ‘La Chapelle’ en ‘Mango’ zijn allen
begiftigd met een interessante ritmische structuur die steeds goed
varieert tussen een opwindende gejaagdheid en een gemoedelijke
rust. Een stuk soberder dan de barokke muziek van Vincent Artaud, maar
daarom niet minder fascinerend. Vooral de geleidelijke versnelling
bij ‘La Chapelle’ laat de luisteraar makkelijk in het geheel
opgaan.

Bij ‘Wodan Sonate’ en ‘Nature’ is er nog een kleine uitstap naar
andere genres: rock, folk en blues worden op intrigerende wijze in
een klassieke setting ingebed. Zo’n genre-experiment durft ook wel
eens te mislukken: ‘Opus 666’ klinkt eerder als een platte en
goedkope technoplaat. Misschien was het de oorspronkelijke opzet om
iets schreeuwlelijks te maken, maar het nummer wankelt voortdurend
op zijn (gebrekkige) fundamenten. De laatste twee nummers op
‘Styl-O-Phone’ zijn alternatieve versies van de openings- en de
titeltrack, en zijn vooral een leuk extraatje voor de
liefhebbers.

Op twee grote missers na is ‘Styl-O-Phone’ een fascinerend en
beklijvend album. Het hybride karakter van de composities vertonen
soms enkele kleine gebreken, maar in een zoektocht naar nieuwe
geluiden valt zoiets nu eenmaal nooit volledig uit te sluiten.
Boenox heeft mogelijk een voedingsbodem gevonden waaruit iets
wonderlijks kan groeien.

http://www.boenox.com/
http://www.kinkystar.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 3 =