Brett Anderson :: ”The Tears? Da’s antieke geschiedenis”

Niemand had er geld op durven inzetten dat Brett Anderson, de diva van Suede, ooit aan een boeiende solocarrière zou beginnen. Toch is dat wat na een aarzelende start, met Slow Attack goed begint te lukken. ’s Mans derde plaat was van een intimistische pracht die we van hem nooit hadden verwacht. Al was dat niet helemaal de bedoeling, zoals hij op zijn blog schreef.

Anderson: “Het is niet de plaat geworden die ik in gedachten had, dat klopt. Maar zo gaat het altijd. Je hebt iets in gedachten, maar uiteindelijk wijkt dat nog af. Dat is ook het interessantste. Het lijkt me maar vervelend om exact de plaat te maken die in je hoofd zat. De creativiteit zit net in die kleine veranderingen van het plan. Ik heb nu een heel ruw idee voor de volgende plaat, maar ook dat gaat weer veranderen als ik ze eenmaal echt begin te maken.”

enola: Ik heb de laatste weken gemerkt dat Slow Attack perfect geschikt is voor dit winterweer.
Anderson: “De geluiden die we gebruikten, hebben dat typische grauwe gevoel wel. Toen ik aan deze plaat begon te denken, draaide ik vooral Sigur Rós en Talk Talk; krachtige, atmosferische rock. Filmische dingen ook, en dat wilde ik ook voor de plaat: weidsheid.”
“De invloed van Talk Talk en vooral Mark Hollis is nogal duidelijk. De manier waarop hij op zijn soloplaat houtblazers gebruikt, heeft ons erg geïnspireerd. Het was Leo (Abrahams, producer, mvs) die me suggereerde zo’n instrumenten te gebruiken. Ik was er eerst niet echt voorstander van, maar uiteindelijk ben ik bijgedraaid. ’t Is een wat ondergebruikt onderdeel van het orkest, zeker in popmuziek waar men altijd met strijkers, hoogstens eens met koperblazers, uitpakt. Terwijl houtblazers zo’n rijk geluid hebben, heel atmosferisch. Ik denk dat Slow Attack daardoor een heel eigen geluid heeft. Ik kan geen recente plaat bedenken waarmee je zou kunnen vergelijken. Dat is goed; ik wil geen platen maken die lijken op die van anderen.”

enola: Slow Attack voelt ook als back to the roots. De plaat heeft nadrukkelijk een erg folky kantje.
Anderson: “Ik beluisterde toen inderdaad ook veel Britse folk, maar ik denk niet dat je echt directe lijnen kunt trekken. Folk kan erg smakeloos zijn, maar het kan ook iets heel primair en eenvoudig hebben. Die kant ervan wilde ik verkennen.”

enola: Je besloot ook om het tekstschrijven anders te benaderen?
Anderson: “Ik wilde iets anders doen. Ik kan het niet echt abstract noemen, maar laat ons zeggen dat ik een eerder ’expressionistische’ benadering gebruikte. Het ging me meer om het gevoel, dan om een specifiek verhaal dat ik wilde brengen. Ik las veel poëzie van Ted Hughes op dat moment. Hij schrijft ook veel over het onderbewuste als een donkere, benauwende plek. Seamus Heaney, de Ierse dichter, was ook een grote invloed op mijn teksten. Hij heeft dat donkere, heidense en onheilsspellende. Neem nu een song als “Swans”, dat is niet meer dan losse, griezelige sfeerschetsen die samen winter symboliseren. ”

enola: Het lijkt er eigenlijk op dat je plaat na plaat een eigen stem aan het vinden bent. Was het moeilijk om te ontdekken wat je wilde na al die jaren veilig in een bandcontext te hebben kunnen werken?
Anderson: “Ja. Ik moest echt leren hoe het moet, en dat duurt even. Dit is mijn derde soloplaat, en de beste volgens mij. Nu pas begin ik te voelen waar ik heen wil. Nu weet ik dat ik interessante, complexe, goeie platen kan maken. Ik heb nooit zo’n solo-artiest willen zijn wiens platen een beetje op die van zijn oude groep lijken, maar dan minder goed. Die bestaan er genoeg, en ik zie er het nut niet van in. Het moet de bedoeling zijn om iets anders te doen, anders heeft het geen zin.”

“Het duurt een tijdje voor je dat goed leert doen. Een band werkt volgens een bepaald soort chemie, en als je alleen speelt, moet je die plots in je eentje weten te creëren. Dat is inderdaad wat er gebeurd is met mijn eerste soloplaat. Ik maakte nog steeds muziek zoals ik dat bij Suede had gedaan, alsof ik nog steeds in een groep zat. Maar kijk, fouten maak je om van te leren. Pas op, ik wil die plaat niet afvallen hoor, die heeft zijn goeie momenten als “To The Winter” of “Love Is Dead”. Die speel ik ook nog. Ik heb niet zo’n probleem met de songs erop, eerder de sfeer, de manier waarop ik de plaat benaderde.”

enola: Voor die eerste plaat werkte je met Fred Ball samen, nu speelde Leo Abrams je klankbord. Heb je nog steeds die interactie nodig? Een McCartney voor je Lennon?
Anderson: “Ja, zo werk ik het best, om eerlijk te zijn. Al zou ik het wel fijn vinden helemaal in mijn eentje platen te maken, zoals ik dat deed voor Wilderness. Dat was ook min of meer het punt van die plaat: een erg simpele, kale plaat maken. Er kwam zelfs geen productie bij kijken, het moest gewoon goed opgenomen worden: noem het een live-album, maar dan zonder publiek. We hebben het in drie dagen geklaard. Het was om eerlijk te zijn een vrij moedig album om te maken, ik ben heel blij dat ik dat gedaan heb. Maar ik wil het niet noodzakelijk nog eens doen.”
enola: Ik denk dat die plaat wel erg belangrijk voor je was omdat ze je volledig losknipte van alles wat naar Suede klonk. Daarna kon je alle richtingen uit.
Anderson:Exactly. Het beste aan die plaat is misschien niet eens de manier van opnemen, maar gewoon het feit dat het een statement was. Wat het voor mij als artiest deed. Het liet me toe om andere horizonten op te zoeken. Het was mijn jaar nul, ergens.”

enola: Even opnieuw over die samenwerkingen. Je hebt dat nodig?
Anderson: “Ik ben iemand die moet uitgedaagd worden, die verleid moet worden om het beste van zichzelf te geven. Ik heb die spanning nodig, zo ondervond ik in de loop der jaren. Waarschijnlijk wist iedereen anders dat al lang, maar ik heb tijd nodig gehad voor ik het zelf ook ontdekte. Ik heb de ideeën van iemand anders nodig om mijn eigen ideeën te doen ontstaan.”
“Leo is daarin erg inspirerend. Ik zou heel graag nog platen maken met hem, en ik ga dat ook doen. We zijn al begonnen, om eerlijk te zijn. In januari hebben we zo een geïmproviseerde jamsessie gehouden: geen songs op voorhand, gewoon een bassist en drummer uitnodigen en spelen. Daarna hebben we die jams gemonteerd tot er songstructuren in zaten. ’t Wordt dus iets helemaal anders dan Slow Attack, eerder rockgericht. We luisteren naar veel avant-garde artrock als Public Image Ltd., Siouxie & The Banshees, Iggy Pop, recentere zaken als The Horrors, Sigur Rós.”

enola: Je zou elk jaar wel een plaat willen uitbrengen, schreef je op je blog.
Anderson: “Absoluut. Misschien schrijf ik mezelf sneller leeg dan dat, maar het is de laatste jaren toch gelukt. Ik ga in elk geval elk jaar aan een plaat werken; ik ga niet zomaar een jaar verlof nemen. Of mijn volgende plaat nu in 2010 of 2011 gaat uitkomen weet ik nog niet, maar ik ben er wel aan bezig. Het is belangrijker dat het goed klinkt, dan dat het op een bepaalde datum uitkomt.”

enola: Leo had al bij jullie tweede ontmoeting een erg duidelijk beeld waar je met je muziek naar toe moest. Wat had hij je te vertellen?
Anderson: “De suggestie om met houtblazers te werken, bijvoorbeeld. Dat was het belangrijkste, daarnaast had hij gewoon een goed zicht op de complexiteit van elke song. Hij had een heel sterke, duidelijke visie op hoe de plaat moest klinken. In het begin wist ik niet goed of ik hem moest vertrouwen, zoals dat gaat bij elke nieuwe relatie. Als ik de plaat nu beluister, weet ik dat ik hem kan vertrouwen en dus ben ik ook met een gerust hart begonnen aan die improvisatiesessies. Ik weet dat hij daar iets mee aankan.”

enola: Je hebt met het idee gespeeld om de plaat onder een andere naam uit te brengen.
Anderson: “Ik heb daar serieus over nagedacht. Al die bagage die met mijn naam komt, verveelt me. Ironisch genoeg begin ik daar nu wat aan te ontsnappen. Ik denk dat Slow Attack de eerste van mijn soloplaten is waarover ik recensies heb gelezen. Daarvoor ging het altijd meer over mijzelf dan over de plaat. Je moet die fase uitzitten, besef ik nu. Het heeft drie platen geduurd, maar nu geeft ook de Britse pers me opnieuw een eerlijke kans.”

enola: Met Suede speelde je indertijd de grote zalen plat, nu je solo op tournee gaat treed je op in heel wat kleinere clubs. Is dat een vloek of een zegen?
Anderson: “Ik heb geen ego dat mezelf in de weg loopt. Ik heb goeie optredens gegeven in grote zalen, maar net zo goed in minieme clubs. Het maakt me niet uit, zolang de show goed is. Het was trouwens niet gemakkelijk om de arrangementen van Slow Attack naar een liveband te vertalen. Dat was nogal tricky. We spelen met een gewone rockbezetting — bas, drum, gitaar — en dat vroeg even werk. Het was een optie om met houtblazers op tour te gaan, maar het zou een logistieke nachtmerrie geweest zijn. Qua dynamiek zou het nogal plat zijn. We zouden ook alleen maar in grote zalen hebben kunnen spelen. Het leek me fijner om de songs deze winter dan gewoon met een kwartet te brengen. Zo zal het ook een pak meer live klinken.”
enola: Vroeger stond je bekend om je flamboyante podiumgedrag. Was het moeilijk om dat grote gebaar af te zweren om deze songs te brengen?
Anderson: “Het vraagt een andere dynamiek, dat is waar; maar vergis je niet: zeker de songs van Slow Attack zijn erg dramatisch. Het werkt live echt goed, vind ik . It’s quite an exciting show we’re putting up..”

enola: Even over een paar zijprojectjes van je: er komt een eenmalige Suede-reünie volgende maand?
Anderson: “Sorry. That’s off-limits. Daar praat ik niet over. Geen commentaar. Neen, ook niet over de Blurreünie. Wat dacht je?”
enola: En bestaan The Tears nog?
Anderson: “Goh, da’ s voor mij antieke geschiedenis. Ik maak soloplaten nu. Ik denk niet dat we nog platen gaan maken, maar wie weet wat we binnen tien jaar doen.”

Tot slot: Welke solo-artiest die vroeger in een band zat, is een goed voorbeeld van wat jij nog wil bereiken?
Anderson: “Ik wil vooral een artiest zijn die goeie muziek maakt. Wat dat zal betekenen, kan ik je niet zeggen. Je leven verandert, en je weet niet wat dat je brengt. Doe me maar de carrière van Kate Bush, zelfs al heeft die nooit in een band gezeten; die blijft prachtige muziek maken. Haar laatste, Aerial, was geweldig. Scott Walker is ook zo iemand die na de split van The Walker Brothers fantastische muziek is blijven maken. Zijn recentste werk is erg obscuur en niche, maar nog steeds erg interessant. Niet dat ik van plan ben om zelf ook kluizenaar te worden; ik heb niet echt een rolmodel nodig. Ik wil gewoon mijn eigen weg vinden. Maar die mensen inspireren me wel.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 3 =