The Antlers :: Hospice

Frenchkiss, 2009

Een van de grootste verrassingen van 2009 kwam uit Brooklyn, New
York en heet ‘Hospice’. Frontman Peter Silberman schreef in een
periode van isolatie (wat is dat met zangers en weglopen van de
maatschappij?) een deels op eigen ervaringen en deels op dromen –
ja ja – gebaseerd conceptalbum over de dood, verlies, kanker en
liefde. Jawadde! Maar goed, Volwassen Thema’s dus. Meer nog,
Silberman hangt een heus verhaal op aan dit eerste album dat hij
met een band heeft opgenomen: ‘Hospice’ gaat over een
(semi-autobiografische) verpleger die psychologisch gedomineerd
wordt door Sylvia, een terminale kankerpatiënte. Ho, wacht effe –
rewind! – dat is geen grap? Nope, maar wat hier écht
vreemd aan is, is dat ‘Hospice’ wel degelijk weet te beklijven en
zelfs zinnige dingen weet te zeggen over wanhoop, relaties en
morele plichten. Slik.

Het gegeven op zich is nogal pretentieus, maar je zit er al snel
middenin. In ‘Prologue’ bereiden The Antlers je voor op wat komen
gaat met een zweverig stukje ambient dat als een ijskoude wind komt
overwaaien, een stem die uit de mist lijkt te komen en een
verdwaalde piano. Dan begint de plaat écht, met ‘Kettering’, waarin
die piano haar weg heeft teruggevonden en Silberman begint te
zingen – al lijkt hij nu al de moed verloren te hebben. ‘Sylvia’,
vervolgens, kruipt eerst voort over een zacht schurend noisetapijt
(“Let me do my job“, fluistert de halffictieve verpleger)
vooraleer uit te barsten in een kreet die het midden houdt tussen
woede en wanhoop. ‘Atrophy’ klinkt zo mogelijk nog meer uitgeput en
verslagen, terwijl het daaropvolgende ‘Bear’ met zijn dromerige
slaapliedjesmelodie meteen de verkeerde verwachtingen schept – hoe
mooi de song ook klinkt, het einde is nu echt wel nabij: “And
all the while I know we’re fucked/And not getting un-fucked
soon,
” zingt Silberman, en hij weet dat hij machteloos
staat.

Nee, echt lachen, gieren of brullen zal je niet op de muziek van
The Antlers, maar je hoeft ook niet per se op de teksten te letten
(eerlijk gezegd: dat achtergrondverhaal werd mij pas duidelijk
nadat andere mensen mij daarop gewezen hadden) om te kunnen
genieten van de muziek. ‘Hospice’ levert een doordachte cocktail
van ambient, postrock, shoegaze, barokpop en theatrale
singer-songwriter en het resultaat mag er wezen: tien songs lang
weten The Antlers te imponeren met een verwoestende sound. De
teksten zijn, als je er eenmaal op begint te letten, heel straf, en
af en toe zal je toch even ongemakkelijk moeten slikken. Af en toe
overschrijdt Silberman even de grens van de pathos, maar dat is hem
bij deze vergeven.

The Antlers brengt muziek die je kan vergelijken met een hele rist
namen – Antony & the Johnsons, Arcade Fire, Bon Iver, My Bloody
Valentine, Eluvium, Metallic Falcons, Scott Walker, Radiohead,
David Sylvian, ga zo maar door – maar die je toch nergens op kan
vastplakken. De laatste tijd is ‘Hospice’ een beetje overdreven
doodgeknuffeld geweest door alle pers die opeens doorhadden dat ze
de plaat zo lang niet opgemerkt hadden (bij ons is alleen de
recensie veel te laat, wij hadden ‘m al lang!). Is ‘Hospice’ dan zó
straf? Op z’n beste momenten wel, maar verwacht hier nu ook geen
nietsontziend meesterwerk. De bombast haalt het nog af en toe van
de songs, maar dat Silberman en zijn muzikanten onwaarschijnlijk
getalenteerd zijn, staat buiten kijf.

‘Hospice’ is een echte totaalervaring. Vergeet indien u wil alles
wat u weet over de plaat – nogmaals, die zware thematiek hebt u
heus niet nódig – maar denk er wel tenminste aan om de cd (die
overigens pas Belgische distributie heeft gekregen) mee te pakken
wanneer u de centjes van de bomma gaat opdoen na de feestdagen. The
Antlers maakt, kort samengevat, mooie muziek over lelijke
onderwerpen en is verdekke heel goed bezig.

www.antlersmusic.com

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 3 =