Decenniumtop 100 :: 20-11




20. Nick Cave & The Bad Seeds: Abattoir Blues/The Lyre
Of Orpheus (2004)

Cave is een brave huisvader geworden, die zijn duivels alleen nog
ontbindt tijdens de kantooruren. Met de Bad Seeds levert hij een
indrukwekkende dubbelaar af, waarop de naar Brighton uitgeweken
Australiër op twee paarden gokt: een ruige plaat met in rock,
blues, soul en gospel gedrenkte songs, en een lichtvoetigere, jazzy
aandoende plaat. (ld)

19. The National: Alligator (2005)

Na twee zeer degelijke albums op hun eigen label kwam de doorbraak
bij critici én publiek voor deze Brooklyners er met ‘Alligator’.
Omwille van de zanger werden ze destijds nogal vaak met Interpol
vergeleken – onterecht. De songs op dit album snijden veel dieper,
worden gedragen door de oprecht intense stem en lyrics van
Berninger en zijn gelaagd, melodieus en mysterieus. Laat u
hypnotiseren door ‘Secret Meeting’, schreeuw mee met ‘Mr.
November’, ga even zitten bij ‘Karen’, en maak het dan nog even
stil voor ‘Baby We’ll Be Fine ‘- en u zal zien wat we bedoelen.
(pc)

18. The Flaming Lips: Yoshimi Battles the Pink Robots
(2002)

Roze robotten, confetti, balonnen, lazers, aliens… Het universum
van The Flaming Lips is even waanzinnig als geniaal. En toch is dit
meer dan gewoon psychedelische waanzin en chaos, toch is dit meer
dan gewoon een leuk feestje. The Flaming Lips hebben een boodschap
die over het leven, over liefde, over de mensheid. We moeten
allemaal ooit – net zoals Yoshimi – vechten tegen onze eigen roze
robotten die onze wereld willen vernietigen. Of je kan ook gewoon
genieten van de straffe songs natuurlijk. (kg)

17. Arcade Fire: Neon Bible (2007)

Nee, het fantastische ‘Funeral’ werd er niet mee geëvenaard, maar
‘Neon Bible’ kan toch tellen als een verdienstelijke opvolger op
een bijzonder indrukwekkend debuut. Deze horro vacui kwam op
fenomenale wijze tot stand door zijn groots opgezette orchestraties
gecombineerd met bitsige postpunkgitaren. ‘Black Mirror’ is
Sneeuwwitje zoals Walt Disney het zich niet zou durven voorstellen.
‘Neon Bible’ bezwijkt zelden of nooit onder het gewicht van zijn
loodzware voorganger. (qc)

16. Bloc Party: Silent Alarm (2005)

Ook tijdens de noughties ging de stroom van sterk gehypte bands
vanuit de UK onverminderd verder. Denk maar aan o.a. Kaizer Chiefs,
Franz Ferdinand, The Libertines, Arctic Monkeys, maar dus ook aan
Bloc Party. Vaak is het bij zulke hypes moeilijk in te schatten
welke de eendagsvliegen zijn, en welke over meer fond beschikken en
waarvan de hype dus terecht is. Bloc Party behoort ongetwijfeld tot
die laatste categorie. Met ‘Silent Alarm’ leverden ze in 2005 een
indrukwekkende zweepslag van een plaat af. Ook nadien bleven ze
plaat na plaat bevestigen, maar zoals zo vaak verovert een eerste
ook hier een speciale plek in ons hart. (bm)

15. Grandaddy: The Sophtware Slump (2000)

Met deze plaat mag het bebaarde kwintet uit Modesto, Californië
zich voor het eerst verheugen op een unaniem lovende pers. Terecht,
want als geen ander koppelt de band een lofi sound aan sfeervolle
weemoed. Haperende machines en gedumpte technologische snufjes
dienen als originele kapstok voor thema’s als eenzaamheid,
vertwijfeling en weemoed. Hoogtepunten: ‘He’s Simple, He’s Dumb,
He’s The Pilot’, afsluiter ‘So You’ll Aim Toward The Sky’ en alles
daartussen (‘Miner At The Dial-A-View’ op kop). (ld)

14. Portishead: Third (2008)

Dé verrassing van de noughties: na meer dan tien jaar stilte is
Portishead terug met hun beste plaat ooit. De immer beklijvende
stem van Beth Gibbons is een vaste waarde, maar het genrepalet van
de band is doorheen het lange creatieproces rijker dan ooit
geworden. ‘Third’ verenigt Big beat (‘We Carry on’), neo-industrial
(‘Silence’), ukelele-gospel (‘Deep Water’), pop (‘Magic Doors’) en
melancholische triphop (‘The Rip’) in een meesterwerk zonder dalen.
(tdm)

13. Radiohead: In Rainbows (2007)

Het is ironisch dat de plaat die Radiohead voor een zelf te kiezen
prijs op hun website had aangeboden, uiteindelijk het album werd
waaraan ze financieel het meest hebben overgehouden. ‘In Rainbows’
is een fantastische symbiose geworden van alle stijlen die
Radiohead heeft gedomineerd. Het is een plaat zonder mankementen,
die enkel hoogtepunten kent. Voor heel wat fans is dit zelfs hun
beste plaat tout court. Tja, dat heb je natuurlijk als je bijna
alleen maar materiaal maakt dat geschikt is voor decenniumlijstjes.
(kvv)

12. The White Stripes: Elephant (2003)

Je kon de voorbije tien jaar niet naast Jack White kijken. Stond
hij niet op een podium met The Raconteurs of met The Dead Weather,
dan maakte hij het mooie weer met zijn grootste band The White
Stripes. Waar het duo in 2001 al piekte (‘White Blood Cells’), kwam
het twee jaar later op zijn hoogtepunt met ‘Elephant’, een plaat
die grijsgedraaid is in miljoenen cd-spelers. De helft van de songs
kan iedereen spontaan meebrullen, met hét anthem van dit decennium
voorop, waarvan u de titel ook wel kent. (kvv)

11. Wilco: Yankee Hotel Foxtrot (2002)

Wilco is groot in de VS, maar hier is de geniale band van Jeff
Tweedy en co nooit echt helemaal doorgebroken (al lijken ze met hun
nieuwe, meer poppy platen wat meer succes te krijgen). Da’s
natuurlijk je reinste waanzin, als je weet dat de heren met ‘Yankee
Hotel Foxtrot’ een door en door Amerikaans meesterwerk hebben
gemaakt; een experimentele folkplaat die je compleet verdwaasd
achterlaat en niet voor niets bekendstaat als een hoogtepunt van
dit decennium. Kunst, zeg ik u, kunst! (vvp)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × twee =