Decenniumtop 100 :: 30-21




30. Bright Eyes: I’m Wide Awake, It’s Morning
(2005)

Bright Eyes kwam eerder in deze lijst voor met ‘Cassadaga’; een
dertigtal plaatsen hoger volgt de hoogste quotering van Conor
Oberst en de zijnen. ‘I’m Wide Awake, It’s Morning’ vormt het
hoogtepunt van Conors muzikale carrière en is een van de sterkste
albums van 2005. Graag geziene bijdragen zijn er van Jim James en
vooral Emmylou Harris, op een plaat die de folkaanpak doorgaans
sober houdt en nergens aan kwaliteit inboet. Moeilijk om hier de
sterkste songs uit te selecteren, al zijn ‘Lua’ en ‘First Day of My
Life’ beslist kanshebbers. (kvv)

29. Elbow: The Seldom Seen Kid (2008)

Het in 2008 verschenen album ‘Seldom Seen Kid’ was een zoveelste
voltreffer voor de Britse groep Elbow. Weinig verschillend van
zijn voorgangers, bracht het album opnieuw een beklijvende mix van
ijzersterke nummers (‘Loneliness of A Tower Crane Driver’, ‘On A
Day Like This’) en emotioneel ontroerende teksten (‘Mirrorball’)
van zanger Guy Garvey. Een groep die regelmatig durft uitpakken met
een verrassende wending in zijn muziek zonder het contact met zijn
publiek te verliezen. Zeer terecht een van de hoogepunten van dat
jaar en een verdiende plaats in dit decenniumoverzicht. (qc)

28. Grizzly Bear: Veckatimest (2009)

‘Yellow House’ uit 2006 was meesterlijk, maar ontoegankelijk. Het
dit jaar pas verschenen ‘Veckatimest’ koppelt de genialiteit van
hun vorige plaat aan een toegankelijker geluid, nog meer prachtige
vocale harmonieën en, bovenal, nog bétere nummers. ‘Veckatimest’ is
een echte instant classic. Voor iedereen die ook maar een klein
beetje van alternatieve muziek houdt is dit – om maar eens geen
synoniem voor ‘meesterwerk’ te moeten gaan zoeken – een perfecte
popplaat. (vvp)

27. Interpol: Turn On The Bright Lights
(2002)

Interpol reanimeerde postpunk en verplaatste de sound van Joy
Division en Ian Curtis’ gitzwarte poëzie van het Manchester van
eind jaren ’70 naar het New York van de 21e eeuw. De
postpunkrevival werd sinds de grote doorbraak van deze plaat een
van dé stromingen in de noughties waarbij epigonen van epigonen
steeds verder wegzakken in het moeras van het grote cliché. ‘Turn
On The Bright Lights’ behoudt daarentegen nog steeds zijn frisheid,
als begin- en meteen ook hoogtepunt van de hele revival. (kg)

26. Arctic Monkeys: Whatever People Say I Am, That’s What I’m Not
(2006)

Vandaag worden Arctic Monkeys allang gerespecteerd en bewonderd
voor hun songschrijverstalenten, maar begin 2006 heeft iedereen het
vooral over de originele manier waarop ze zich in de gunst van de
platenmaatschappijen spelen. De groep wordt immers groot met behulp
van ijverige fans die en masse de tijdens optredens uitgedeelde
demo’s op het net gooien. Zo wordt niet alleen een ongeziene hype
gecreëerd, het kost de band ook geen moeite een platencontract in
de wacht te slepen. ‘I Bet You Look Good on the Dancefloor’ is de
doorbraaksingle, maar ook de rest van de plaat mag er gerust zijn.
(ld)

25. Radiohead: Hail To The Thief (2003)

In 2003, nog net uit de periode waarin het nog geen vijf jaar
wachten was op een nieuwe Radioheadplaat, kwamen Thom Yorke en co
opzetten met hun zesde opeenvolgende geslaagde album. Na
elektronisch experiment op ‘Kid A’ en ‘Amnesiac’ betekende ‘Hail To
The Thief’ tot op zekere hoogte een terugkeer naar het oudere, meer
rockgerelateerde geluid. Tot groot ongenoegen van de band lekte een
versie met slechte geluidskwaliteit van het album al maanden voor
de release op het internet. Wie echter geduld uitoefende en wachtte
op de finale versie, werd beslist aangenaam verrast door ‘Hail To
The Thief’, duidelijk het resultaat van een hoogst
perfectionistisch ingestelde band met bakken talent en een na al
die tijd nog steeds prominente drang naar experiment. Hoogtepunten?
‘Sail To The Moon’, ‘2+2=5’, ‘There There’ en ‘The Gloaming’.
(lve)

24. Bon Iver: For Emma, Forever Ago (2008)

In 2008 veroverde Justin Vernon op een onstuitbare wijze de wereld
(beginnend met de Vooruit). Op ‘For Emma, Forever Ago’ combineert
hij intieme begeleiding met uiterst mooie, breekbare songs en een
uniek klinkende falsetstem. Of hij zijn huzarenstukje in de
toekomst kan bevestigen (of sterker, nogmaals overdoen) valt nog af
te wachten, maar niettemin prijkt ‘For Emma, Forever Ago’ zeer hoog
op onze lijst. (bm)

23. The Strokes: Is This It (2001)

Het debuut van The Strokes luidt mee het het tijdperk in van de
zogeheten ‘The’- groepjes. The Strokes zijn niet alleen zelf erg
cool, ‘Is This It’ is ook een van de eerste platen van na de
eeuwwisseling die een frisse wind laten waaien door de
muziekindustrie. Vernieuwend is het allemaal niet, want in
recensies wordt geregeld verwezen naar stadsgenoten als The Velvet
Underground en Television. Geen haan die daar naar kraait, want met
hun basic garagerock – zonder foefjes, maar louter met zang,
gitaar, bas en drums – blijken ze de juiste band op de juiste
plaats op het juiste moment te zijn. (ld)

22. The Libertines: The Libertines (2004)

The Libertines hielden het niet langer dan twee albums vol, maar
met hun zelfgetitelde tweede plaat namen ze wel afscheid in stijl.
‘The Libertines’ is het hartverscheurende relaas van de bijzondere
band tussen frontmannen Carl Barât en Peter Doherty in de vorm van
veertien songs die je zo in je hart sluit. Gaande van akoestische
pareltjes (‘Music When The Lights Go Out’, ‘What Katie Did’) over
het wat stevigere werk (‘Narcissist’, ‘Arbeit Macht Frei’) tot
gewoonweg onvergetelijke songs als ‘The Man Who Would Be King’ –
hoe zeer het soms ook rammelt, de Libs stellen nergens teleur op
dit album. Dat niet alleen wij geïnspireerd raakten door deze
plaat, is vijf jaar later nog altijd merkbaar aan de vele
Libertinesklonen in het (voornamelijk Britse) indielandschap.
(lve)

21. Coldplay: A Rush of Blood to the Head
(2002)

Hun tweede cd zorgt er voor dat Coldplay wordt doodgeknuffeld door
pers én publiek. Een stadiongroep zijn ze nog niet, toch krijgt het
kwartet al een prominente plaats toegewezen op menige
festivalaffiche. Ian McCulloch van Echo and the Bunnymen is fan en
dat komt meteen ook de credibility van de band ten goede.
Prachtnummers ‘In My Place’, ‘The Scientist’ en ‘Clocks’ doen de
rest. (ld)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 + een =