S:t Erik :: From Under the Tarn

Solitude Productions, 2009

Het donkere en koude seizoen is ons nu vol overtuiging op de nek
gevallen. Ieder gaat er op zijn manier mee om, maar voor hen die
hun escapistisch karaktertrekje alle vrijheid gunnen blies een
koude noordooster dit schijfje richting redactie. S:t Erik is
een Zweedse band met een Russisch platenlabel; of er een relatie is
met de afwijkende spelling van hun bandnaam weet ik niet. Die
Russen hebben in ieder geval een neus voor straffe debutanten uit
het Westen. Eerder dit jaar brachten ze ons ook al het debuut van
het Belgische My Lament, en van de Hollandse stonerrockband
Floodstain.

Ook qua sound passen deze jongens daartussen: S:T Erik speelt
zware, logge maar atmosferische doom. Uit de muziek en het artwork
blijkt duidelijk een drang naar de ongelimiteerde vrijheid van het
heelal. De vocalen klinken ijl maar toonvast en zijn begraven onder
lagen gitaren en ruimtestof. De toetsen en synths worden door een
écht bandlid ingespeeld en niet door de maat van de buur van degene
die hun een repetiekot verhuurt, en je hoort dat hij zich niet wil
laten kennen. Zonder overdadig te zijn of de aandacht weg te nemen
van de groove of de zang ligt er over het gehele album een sfeervol
en rijk geschakeerd analoog space patina.

Hoewel de tempo’s overwegend trager zijn dan bij de gemiddelde
stonerrockband, is de groove van een catchy riff toch een centraal
gegeven in de vijf composities op ‘From Under the Tarn’. Zware
drones en indringende geluidstapijten hoor je af en toe wel eens,
maar het is er hen duidelijk niet aan gelegen de luisteraar
compleet te vermorzelen in een lawine van volume. Als afwisseling
voor de zware riffs kiezen ze eerder voor de wat subtielere en soms
zelfs behoorlijk cleane aanpak, met rustig kabbelende gitaartjes en
bijna etherische toetsen.

Inderdaad, een beetje zoals Isis dat doet op ‘Panopticon‘. En
daarmee is het grote woord eruit: deze Zweden houden duidelijk wel
van een scheut post-… in het water van hun hasjpijp. Vooral in
het tweede nummer ‘The Search’ is die link duidelijk.Het is het
sloomste maar tegelijkertijd ook het ongemakkelijkste nummer van de
vijf. De zoete vrouwenvocalen die mee in de mix komen hebben het
verlokkelijke van een sirenezang, en de oosterse gitaartjes die
plotseling opduiken zijn misschien wel harpgetokkel van het
engelenkoor dat jou naar het hiernamaals begeleidt. Of een parallel
universum? Of is dat hetzelfde? Feit is dat er op het einde nog een
loom groovende riff komt opboksen tegen een vortex van synth en
leadgitaar die je ernaartoe sleurt.

Soms wordt het toch wel smeriger, zoals het einde van openingstrack
‘Goddess’ en (meer nog) aan het begin van ‘Your Highness’. Die
laatste begint met een behoorlijk snelle mokerriff en een kanonnade
van lasergeluiden. De zanger meet zich een erg dominante toon aan,
ja de luisteraar krijgt even zin om in zijn schulp te kruipen en de
storm te laten overwaaien. En alsof ze het zelf weten, komt er
plotseling een rustig kabbelend, bijna akoestisch stuk aan dat al
snel weer overvloeit in een dreigend hoorspel dat decor is voor een
interstellaire zeeslag.

In de afsluitende twee tracks krijgen de basgitaar en de
overdonderende capaciteiten van dit instrument meer ruimte. ‘Black
Wall’ is gebouwd op een trage maar urgente groove die aan ‘Electric
Wizzard’ doet denken en ademt een desolate koude sfeer uit.
Bepaalde passages doen me denken aan de marskolonies uit Paul
Verhoevens ‘Total Recall’. Afsluiter ‘Swan Song’, het langste
nummer, opent met een bijna bluesy basgroove en zwierige synths en
evolueert via een melancholische passage met een sterke zangpartij
naar iets krautrock-achtig met een erg opdringerige synthdrone. Een
sterk nummertje dat in bijna een kwartier meesurft op verschillende
spectrale lijnen, maar toch niet de focus verliest.

Ik heb geprobeerd het namedroppen in te perken, maar het is
onweerlegbaar dat S:t Erik op dit debuut naar Jan en alleman uit
het zware, psychedelische doom en sludge segment verwijst. Dat is
geen schande als je goede nummers schrijft zoals hier zeker het
geval is. Vooral het sterke afsluitende duo kan kwalitatief zo mee
met de genoemde namen. Elementen die de band toch wat eigenheid
geven zijn de goede zanger en het overvloedige maar steeds gepaste
gebruik van synths. Voor fans van het genre is dit zonder twijfel
een aanrader en voor de baardmansen die hun kopie van ‘Wavering
Radiant’ toch al even durven lossen is dit een goede optie om
afkickverschijnselen te bestrijden.

www.myspace.com/sterik

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 + vier =